IMF is tot Rusland veroordeeld

MOSKOU, 8 FEBR. De president voert een kostbare oorlog, het parlement neemt dure besluiten en de veiligheidsdienst beschimpt investeerders. Het hoeft nauwelijks als een verrassing te komen dat het Internationale Monetaire Fonds (IMF) maar langzaam overtuigd raakt van de ernst waarmee Rusland zijn economie 'hervormt'. Na drie weken in Moskou zijn de internationale onderhandelaars maandag onverrichterzake vertrokken. In een kleiner en minder bewapend land hadden ze het waarschijnlijk al veel eerder voor gezien gehouden.

Al maanden zijn het IMF en de Wereldbank met de Russische regering in gesprek over een pakket leningen van in totaal 12,7 miljard dollar (21,5 miljard gulden). De leningen zijn volgens Westerse en Russische economen essentieel om de neergaande spiraal te doorbreken waarin de ex-Sovjet-economie terecht is gekomen. Moskou heeft de kredieten al aan de inkomstenkant op de begroting voor 1995 opgenomen, maar de Westerse financiële instellingen zijn nog onvoldoende overtuigd van de deugdelijkheid van de onderliggende economische plannen.

De Russische antwoorden op de vragen van de delegatie waren “moedig maar niet genoeg om tot een akkoord te komen”, zo verklaarde IMF-directeur Michel Camdessus. Hoewel de onderhandelingen in het diepste geheim werden gevoerd, is wel bekend met welke concrete vragen de Westerse economen worstelen:

Niet bekend

Het Russische parlement heeft weliswaar ongeveer de begroting aangenomen die afgelopen najaar in overleg met het IMF is opgesteld, maar direct daarna het minimumloon meer dan verdubbeld. Doordat de meeste sociale uitkeringen en ambtenarensalarissen in Rusland worden berekend als veelvoud van dat minimumloon, zal dit het begrotingstekort volgens sommige schattingen verdubbelen. De regering hoopt dat president Jeltsin het besluit met een veto zal treffen.

Behalve door westerse kredieten moet het tekort op de begroting worden gedekt door de uitgifte van staatsobligaties. Maar de verkoop van deze waardepapieren blijft vooralsnog sterk achter bij de verwachtingen, zeker nu de koersdaling van de roebel de rente op de obligaties overtreft. Spaarders kunnen dus beter in dollars beleggen, hetgeen voorzover bekend iedereen die wat te sparen heeft ook doet.

Staatsobligaties hebben hoe dan ook weinig aantrekkingskracht in een land waar de staat om gegronde redenen wordt gewantrouwd. In 1990 en 1993 bijvoorbeeld schrok de regering er niet voor terug om van de ene dag op de andere bepaalde bankbiljetten ongeldig te verklaren. Bekende economen als Grigori Javlinski vergelijken de obligaties dan ook met de 'aandelen' van MMM, die toen het 'investeringsfonds' in geldnood kwam ineens waardeloos bleken te zijn.

Behalve met de rammelende begroting worstelt het IMF met de gebrekkige manier waarop zijn Russische gesprekspartners hun beloften nakomen. Met de herziening van het belastingstelsel bijvoorbeeld, die president Jeltsin regelmatig aankondigt, is nauwelijks een begin gemaakt. Herziening is belangrijk omdat de Russische belastingen weliswaar tot de hoogste en in enkele gevallen inventiefste ter wereld behoren, maar slechts door weinigen worden betaald. Vorig jaar bleven de belastinginkomsten daardoor ver achter bij wat was geraamd.

Een andere belofte die slechts op zijn Russisch wordt ingewilligd betreft de afschaffing van de quota op de export van olie. In Rusland mag slechts een handjevol ondernemingen een door de overheid vastgestelde hoeveelheid olie exporteren. De rest van de produktie moet tegen veel lagere dan de wereldmarktprijzen in eigen land worden verkocht. IMF en Wereldbank hebben aangedrongen op afschaffing van dit systeem, omdat het fraude in de hand werkt en de schatkist in potentie olie-inkomsten onthoudt.

Bij de afschaffing op 1 januari blijkt de Russische regering echter de quota te hebben vervangen door 'export-toewijzingen'. Onduidelijk is nog wat die inhouden, maar het is in elk geval een nog te benoemen overheidscommissie die over de toewijzingen zal gaan. Deze commissie zal ook besluiten over welke exporteurs de pijpleidingen mogen gebruiken.

Behalve met een rammelende begroting en gebroken beloften worden de internationale geldverstrekkers verder geconfronteerd met een verslechterende stemming tegenover Westerse investeerders. De contraspionagedienst FSK (opvolger van de KGB) liet eind vorige maand en document uitlekken waaruit moest blijken dat Westerse investeringen zijn gericht op het “bewaren van de technologische achterstand van Rusland” en op “het ondermijnen van de defensiecapaciteit en de economie van het land”. De Centrale Bank kwam deze maand met nieuwe belemmeringen voor de invoer van buitenlands kapitaal.

Toch zijn de gesprekken tussen het IMF en de Russische regering niet afgebroken maar slechts voor een paar weken opgeschort. “We werken onder extreem moeilijke omstandigheden”, erkende IMF-directeur Camdessus gisteren. Maar hij sprak de hoop uit dat de leningen toch verstrekt zouden kunnen worden. De angst is namelijk dat zonder geld en vertrouwensstempel van het IMF het 'hervormingsproces' helemaal zal zijn afgelopen.

Westers georiënteerde Russen hebben de afgelopen weken niet nagelaten te waarschuwen dat het gevaar bestaat dat een volgende keer niet meer zij maar generaals als Jeltsins lijfwacht Korzjakov aan de onderhandelingstafel zullen zitten. In dat geval is de keuze beperkt. Zoals Camdessus zei: “Rusland heeft dit akkoord nodig en de wereld heeft behoefte aan een Rusland zonder problemen.” Dus wordt er verder gepraat.