Hoogste tijd

Kwart voor tien, het is de hoogste tijd. Om tien uur moet hij de deur uit, om kwart over tien met de trein mee.

Op zijn werk heeft hij gezegd dat hij rijexamen moet doen. Maar dat is niet helemaal waar. In werkelijkheid heeft hij zijn rijbewijs al weken op zak.

Destijds, met dat rijexamen, had hij gezegd dat hij naar de tandarts moest. Omdat het natuurlijk lullig was als je moest zeggen dat je gezakt was. En toen hij eenmaal geslaagd was: omdat het lullig was om toe te geven dat dat van die tandarts een smoesje was geweest.

Dus bezat hij zijn rijbewijs min of meer in het geniep en dat kwam nou goed van pas, nou had-ie tenminste een behoorlijk argument om een ochtend te verzuimen. Want hij moest naar de politierechter. Vanwege een vechtpartij. Een beetje zuipen, een beetje schelden, een beetje matten, je kent dat wel. En dat was van vóór dat hij dat baantje kreeg, dat ging ze op zijn werk niks aan. En eigenlijk was het wel een mooie kans om dat stomme rijbewijs als het ware te legaliseren. Want dat hij zou slagen stond als een paal boven water. Daar kon die rechter niks aan veranderen. Vrijspraak: gebak. Honderd gulden boete: gebak. Een week hechtenis: nog steeds gebak. Zelfs met levenslang zou-ie na de zitting op een of andere manier moeten trakteren.

Ja, het wordt hoe dan ook een feestelijke dag, het is de hoogste tijd om op te staan.