Hak de tax

IN WASHINGTON is het beste van alle werelden beloofd. “Mijn begroting snijdt in de uitgaven, verlaagt de belastingen, vermindert het overheidstekort en ontziet onderwijs, sociale zekerheid en medische verzorging. Dat is een goede begroting”, aldus president Clinton bij de presentatie van de Amerikaanse ontwerpbegroting voor 1996. Het klinkt te mooi om waar te zijn - en dat is het ook. Nu kan er nog veel veranderen, want in de Verenigde Staten heeft niet het Witte Huis maar het Congres de macht over de beurs, maar de contouren van het komende begrotingsdebat worden zichtbaar. Het belooft een harde strijd te worden tussen de nieuwe Republikeinse meerderheid in het Congres en de Democratische president.

Demcoraten en Republikeinen slaan elkaar om de oren met belastingverlagingen. Dat is de stemming van de natie, politiek vertaald in de ruk naar populisme bij de Congres-verkiezingen van november vorig jaar: minder overheid, minder uitkeringen, minder lasten. Politici van alle stromingen proberen de gunst van de kiezer voor zich te winnen met fiscale tegemoetkomingen.

DE POLITIEKE STRIJD gaat tussen het Republikeinse 'Contract voor Amerika' en Clintons 'Burgerrechten voor de middenklasse'. Waar de Republikeinen vooral de welgestelden bevoordelen, zoekt Clinton naar sociale reparatie van de achterstand die de lagere en middeninkomens de afgelopen jaren hebben opgelopen. Aan de uitgavenkant zijn de handen grotendeels gebonden: de helft van de federale begroting gaat naar overdrachtsuitgaven die om uiteenlopende redenen voor zowel Republikeinen als Democraten politiek onaantastbaar zijn. Volksvertegenwoordigers snijden nergens graag in de verzorgingsstaat, maar ze zijn in de VS evenmin bereid de rekening daarvoor in de vorm van lasten aan de samenleving te presenteren. Wel helpt dat uitgerekend de Republikeinen in het Huis de president deze week de bevoegdheid hebben gegeven om afzonderlijke begrotingsposten te schrappen - zonder de hele wetgeving te blokkeren.

MAAR VEEL FEDERALE uitgaven liggen muurvast. De rentelasten zijn bijna even groot als de Amerikaanse defensie-uitgaven en zelfs groter dan het totale begrotingstekort. Belastingverlaging is dan precies het verkeerde instrument. De Amerikaanse staatsschuld (3.400 miljard dollar) blijft toenemen, rentebetalingen blijven andere uitgaven verdringen. In een opgaande economie vloekt een belastingverlaging bovendien met iedere (Keynesiaanse) conjunctuurpolitiek. Tenzij tegelijkertijd meer dan evenredig wordt bezuinigd, vermindert het tekort niet. Dit staat haaks op een amendement dat onlangs door het Huis van Afgevaardigden is aangenomen en dat, indien het de lange weg naar goedkeuring voltooit, moet leiden tot een grondwettelijk verbod op een federaal overheidstekort. Voor zover nu valt te voorzien zullen de Verenigde Staten tot ruim in de volgende eeuw een jaarlijks tekort van ten minste 200 miljard dollar hebben.

Het gevaar dreigt dat de wedloop om belastingverlaging leidt tot een herhaling van de begrotingsellende waarin president Reagan de Amerikaanse economie stortte met zijn belastingverlagingen van 1981. De schending van de belofte van 'Geen nieuwe belastingen' werd daarna de politieke valkuil waarin president Bush terechtkwam. Eén van de belangrijkste economische resultaten die Clinton sinds zijn aantreden heeft bereikt, was het begrotingsakkoord van 1993 om het overheidstekort in vijf jaar met 500 miljard dollar te verminderen. De vruchten daarvan dreigt hij nu weer te verspelen. Niets is economisch riskanter dan politiek populisme vertaald in fiscaal leuke dingen voor de mensen. Later wordt altijd de rekening gepresenteerd.