Energie-expert: afremmen van warmte/kracht is een blunder

WASSENAAR, 8 FEBR. De grote elektriciteitsproduktiebedrijven in Nederland begaan een grote blunder door de ontwikkeling van warmte/ krachtcentrales (WKK) met een hoog rendement af te remmen. Ze benadelen hun klanten door koste wat het kost vast te houden aan hun grote centrales.

Dat zegt ir. Piet Koppenol, oud-directeur van het ingenieursbureau Comprimo in Amsterdam en energie-specialist. Koppenol hekelt het besluit, dat de elektriciteitssector tien dagen geleden bekendmaakte, om zes plannen voor de bouw van warmte/krachtcentrales uit te stellen of helemaal niet meer te laten doorgaan en de betrokken ondernemers daarvoor 85 miljoen gulden aan compensatie te betalen.

De Samenwerkende Elektriciteits Produktiebedrijven (SEP) en de vereniging van energie-distributiebedrijven (EnergieNed) hadden daartoe samen besloten om een dreigend overschot in de capaciteit voor de Nederlandse stroomcentrales te verminderen. Koppenol vindt de keuze van SEP en EnergieNed onverstandig en alleen te verklaren uit de monopoliepositie die de SEP in Nederland nu nog heeft.

“Geen enkele particuliere ondernemer had zo'n besluit er bij de overheid door gekregen”, zegt Koppenol. “Want wat zie je nu gebeuren? Oudere, grote kolen- en gasgestookte centrales met een laag rendement (niet meer dan 40 procent) blijven langer doordraaien, terwijl de nieuwste generatie kleinere centrales met een rendement van zeker 80 procent wordt afgeremd. Dat is absurd en zonde, zowel uit economisch opzicht als uit oogpunt van zuinig omgaan met de energiebronnen. Bovendien is het besluit onverklaarbaar als je kijkt naar het milieubeleid, want warmte/krachtcentrales zijn veel schoner dan de grote centrales van de SEP.”

Een woordvoerder van de SEP geeft als commentaar dat in het jongste Elektriciteitsplan al is voorzien in vervroegde sluiting van een aantal grote centrales. “Als we er nòg meer buiten bedrijf stellen, zou ons dat door snellere afschrijvingen meer kosten dan de 85 miljoen die we nu kwijt zijn door deze operatie.”

Maar Koppenol hamert op de lange-termijneffecten die de oplossing van de SEP volgens hem veel duurder maken. Vóór zijn periode bij Comprimo werkte de nu gepensioneerde Koppenol meer dan 20 jaar bij Shell. Als technisch manager van de olieraffinaderij in Pernis (Rotterdam-Zuid) hield hij zich vanaf de jaren '70 al bezig met elektriciteitsopwekking door kleine centrales die warmte èn stroom leveren (warmte/kracht) en daardoor een zeer hoog rendement halen. Voorwaarde daarbij is dat de warmte nuttig kan worden gebruikt, bijvoorbeeld in de procesindustrie, stadsverwarming of de verwarming van tuinderskassen.

Piet Koppenol werkte mee aan de bouw van een van de eerste centrales van dit type die ervoor moest zorgen dat de raffinaderij in Pernis in zijn eigen energiebehoefte kon voorzien. En hij gaat er prat op dat bovenop het kantoor van Comprimo in Amsterdam al sinds jaar en dag zo'n centrale draait, die het gebouw van stroom en warmte voorziet.

De bouw van warmte/kracht centrales heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen. Tientallen grote, energie-intensieve ondernemingen besloten deze technologie toe te passen, primair om in hun eigen behoefte aan warmte (vooral stoom voor de procesindustrie) te voorzien. De elektriciteit is meestal secundair en wordt voor het grootste deel aan het openbare net geleverd. Vaak is sprake van samenwerking tussen de industrie en het lokale energie-distributiebedrijf. De zuinige en milieuvriendelijke WKK-centrales pasten wondermooi in de milieu-convenanten en afspraken over energiebesparing die industrie en overheid de afgelopen jaren hebben gemaakt.

Economische Zaken stimuleerde deze vorm van zuinige stroomopwekking met een subsidie op de investeringskosten. De elektriciteitssector deed er nog een schepje bovenop met een vrij gunstig tarief voor 'teruglevering' van overtollige stroom aan het openbare net. Begin vorig jaar ontdekte de SEP echter dat deze 'decentrale' vorm van elektriciteitsproduktie Nederland binnen enkele jaren met een forse overproduktie zou opschepen en dat de centrale planning voor de grote centrales in de war werd gestuurd.

Geschrokken besloot de elektriciteitssector in overleg met Economische Zaken tot een bezinningsperiode waarin de bouw van WKK-centrales op een lager pitje werd gezet. Tegelijk werd het vroegere Tweede-Kamerlid M. Epema-Brugman ingehuurd als onafhankelijke deskundige. Zij onderzocht voor welke bouwplannen al verplichtingen waren aangegaan en welke kunnen worden uitgesteld of afgesteld. Dat leidde tot besluiten om de plannen voor nieuw WKK-vermogen met zo'n 500 megawatt te verminderen en een nieuwe centrale voor kolenvergassing (600 megawatt) uit te stellen.

“Hoogst onverstandig om iets wat je eerst om goede redenen sterk stimuleert nu weer af te remmen en de schade met 85 miljoen gulden af te kopen”, zegt Koppenol. “Ik pleit niet alleen voor de industrie, maar voor àlle stroomverbruikers. Die 85 miljoen betekent omgerekend maar 0,1 cent per Kilowattuur. Maar dit beleid heeft veel grotere gevolgen. De grote centrales van de SEP zijn gemiddeld veel minder efficiënt dan de WKK-centrales. Hoe kun je een kleinverbruiker nu duidelijk maken dat hij vanaf 1 januari een milieuheffing op zijn energierekening moet betalen, terwijl je de zuinigste techniek voor elektriciteitsopwekking beperkingen oplegt? Dat is tegendraads beleid.”

Piet Koppenol is niet tegen een fors aandeel centraal vermogen in de elektriciteitsproduktie. “Dat heb je nodig omdat het verbruik vaak fluctueert en je op alle momenten aan de vraag moet voldoen. Maar hoe meer industrieën zelf decentraal vermogen opwekken, hoe minder grote centrales er nodig zijn. Nu komt zo'n 80 procent van de Nederlandse stroomproduktie nog van centraal vermogen. Dat kan in tien jaar worden verminderd tot 50 procent door oude, minder efficiënte centrales te sluiten. We hebben nu nog maar 3000 megawatt aan WKK-vermogen. Dat kan tegen de eeuwwisseling 7000 tot 8000 megawatt worden en daarna nog verder groeien. Het potentieel, en dus ook de energiebesparing, ligt veel hoger dan wordt aangenomen.”

Koppenol beroept zich op berekeningen van het Projectbureau Warmte Kracht, ooit door Economische Zaken opgezet en gesubsidieerd om de bouw van WKK-centrales door de industrie te stimuleren. “In de meest vergaande variant, waarbij kolencentrales op de Maasvlakte en/of in Geertruidenberg worden gesloten en de Hemwegcentrale bij Amsterdam wordt verkocht, bijvoorbeeld aan China, zou je in het jaar 2004 per jaar een half miljard gulden besparen op de totale kosten voor de Nederlandse elektriciteitsopwekking. Vervang je dat vermogen door warmte/kracht, dan gaat de uitstoot van kooldioxyde (CO) met 20 procent omlaag.”

Uit het recente besluit van de SEP en EnergieNed blijkt volgens Koppenol dat de elektriciteitssector bezig is een achterhoedegevecht te voeren, “maar wel met slechte economische motieven. Het uitgangspunt kan niet zijn dat de rol van het centraal vermogen zo sterk moet blijven als het nu is, wanneer er betere oplossingen zijn. Iémand in Nederland, het zou minister Wijers kunnen zijn, zou het initiatief moeten nemen voor een studie hoe de sector met zo zuinig mogelijke produktiemiddelen moet worden ingericht. Maar dat zou wel een volstrekt onafhankelijk onderzoek moeten worden.”