De oudste jageres van België

Wie aan de Belgische kant van de Maas recht tegenover Stevensweert het glibberige dijkje tussen de rivier en de grindgaten afloopt - het weggetje aan de voet van de dijk staat nog steeds onder water - doet er beter aan de bordjes verboden toegang aan het einde van de dijk blindelings te eerbiedigen. Wie over het hekje klimt, is blijkbaar levensmoe, vindt Anna Rutten, de 81-jarige bewoonster van het schiereiland dat door de dijk met de gemeente Kinrooi wordt verbonden. “Dan pak ik het geweer en schiet ik. Daar heb ik wel een nacht in het cachot voor over. 's Anderendaags moeten ze me toch vrijlaten omdat ik uit legitieme zelfverdediging heb gehandeld.”

Anna Rutten heeft de verdediging van de Houbenhof, het oudste en laatste van de grote familiehuizen aan de Maas als haar levenstaak opgevat. Daar is ze in geslaagd, vindt ze. De naam van de familie Houben - de Nederlandse tak is hofleverancier van gouverneurs, diplomaten en burgemeesters - is hoog gehouden en na haar zal opnieuw een Houben haar werk voortzetten. Haar neef Henri Houben heeft vorig jaar zijn intrek bij haar genomen en bereidt zich voor op zijn taak door zich een enorme kennis van de streek- en de familiegeschiedenis eigen te maken.

Bij gebrek aan geschikte huwelijkskandidaten bleef Anna ongehuwd en zonder nakomelingen. “Ik ben een beetje met het huis getrouwd”, zegt ze. Hoewel er in het dorp niet van mevrouw Rutten maar van juffrouw Houben wordt gesproken, heeft ook de familie Rutten een bijdrage geleverd aan het feodale respect dat zij geniet. Haar oudoom Martinus Rutten werd in het begin van de eeuw door koning Leopold II benoemd tot bisschop van Luik en Limburg en droeg als overtuigd flamingant bij aan de emancipatie van het Vlaamstalige onderwijs in zijn diocees. Maar Anna werd - noblesse oblige - naar een Franstalige kostschool in Luik gestuurd. Ook nu nog blijft ze op enige afstand van het gewone volk: “Men moet zich niet - hoe zal ik het zeggen - encanailleren. Als ik iedereen hier maar had toegelaten, had ik het nooit zo ver gebracht.” In haar jeugd moest zij het wel eens bezuren dat haar familie banden met Nederland onderhield: “Dan werd er over ons gezegd: ach, dat zijn die van de Maas, die houden zich met de geuzen op.”

De Maas is voor Houbenhof om beurten een bestaansgrond en een bedreiging geweest. Het huis is meer dan 350 jaar geleden door een Houben gebouwd, kort nadat Frederik Hendrik Stevensweert had veroverd. Het Heranthous, zoals Houbenhof aanvankelijk heette, lag hoog genoeg om de woeste Maas te trotseren en de muren waren sterk genoeg om het krijgsgewoel rond de vesting Stevensweert te weerstaan. De schippersfamilie dreef van hier uit handel in Naamse steen en baatte het huis uit als herberg voor schippers, die er overnachtten en de paarden voor de trekschuiten verversten. In woelige tijden, als Stevensweert een Spaans of Frans garnizoen onderdak bood, zochten soldaten hier hun toevlucht en vertier. “Sommige familieleden vinden het niet zo leuk dat het huis in de Franse tijd te boek stond als cabaret”, zegt Henri Houben.

Tot 1820 lagen er geen dijken die het huis beschermden tegen de ongetemde rivier. Dan kwam de Maas zeven keer per jaar uit zijn bed, met zoveel geweld dat de lager gelegen huizen in de omtrek, het ene na het andere, wegspoelden. Toen de dijk werd aangelegd, kon de familie Houben een pracht van een landbouwgebied in gebruik nemen en nieuwe voorspoed verwerven, totdat in de jaren zestig de grindboeren bij juffrouw Houben aanklopten: “We hebben de landerijen wel verkocht, maar niet het stuk waar het huis op ligt. Ze zeiden dat ik er zoveel geld voor zou krijgen dat ik een villa op de Boulevard des Anglais in Nice kon kopen. Maar ik heb altijd nee gezegd. Ik ga hier nooit weg, ook niet voor een vakantie. Het is nergens mooier dan hier.”

Zelfs als het water van de Maas tot aan de kruin van de dijk staat, gaat ze niet weg, zoals vorige week en vorig jaar. Beide keren belde de burgemeester van Kinrooi met het bevel om het huis te verlaten. “De vorige keer hebben we gezegd: dat doen we niet. Stuur ons maar een paar mensen van de gemeente om te helpen de kasten naar boven te brengen. Binnen een uur stonden ze hier.” Vorige week kwam het bevel van de nieuwe burgemeester, die de juffrouw beter kent: “Hij heeft wel een bevel gegeven, maar hij wist toch dat we niet zouden luisteren.”

Toch veranderen de tijden. Juffrouw Houben, de oudste vrouwelijke jager van België, haalt haar geweer niet meer te voorschijn. Neef Henri heeft zijn tante inmiddels geleerd dat zij het wapen beter kan laten staan als zij ongewenste bezoekers signaleert: “Daar krijg je tegenwoordig problemen mee. Laatst liepen hier twee mensen voor het raam. Toen heeft mijn tante het raam opengemaakt en het geweer laten zien. Ze brak het en stopte de patronen erin. Die twee maakten dat ze weg kwamen, maar twee weken later lag er een brief van de Rijkswacht in de bus. Er was een klacht wegens bedreiging ingediend.” Met enige moeite kon Henri, die jurist is, de klacht ontzenuwen. “Toen heb ik mijn tante toch eens duidelijk gemaakt dat ze zoiets niet meer moet doen. Vroeger werd dat nog geaccepteerd, maar de tijden zijn nu echt veranderd.”