Werkgever krijgt vrije keuze van wao-verzekeraar

DEN HAAG, 7 FEBR. Werkgevers mogen vanaf 1 januari 1996 de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor hun werknemers bij particuliere verzekeraars onderbrengen in plaats van bij publieke bedrijfsverenigingen.

Dit heeft staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) gisteren gezegd. Linschoten heeft in tegenstelling tot premier Kok geen voorkeur uitgesproken voor het publieke stelsel.

Uit uitlatingen van premier Kok vrijdag na afloop van de ministerraad bleek dat het kabinet de privatisering van de WAO wil ontmoedigen. Volgens Kok moet worden voorkomen dat bedrijven uit het bestaande systeem stappen en hun werknemers bij particuliere verzekeringsmaatschappijen tegen het risico van arbeidsongeschiktheid verzekeren. “Ik heb niet zoveel begrepen van de commotie over die uitspraak”, zei Linschoten gisteren. “Ik presenteer dit namens het kabinet.” De voorstellen voor marktwerking in de WAO zijn volgens Linschoten “voor honderd procent” een invulling van het regeerakkoord.

Opting out blijkt in het begin relatief zo duur te zijn dat weinig ondernemers er aan zullen beginnen. Volgens het Verbond van Verzekeraars zal het acht tot twintig jaar duren voordat verzekeraars een goedkopere WAO-polis kunnen aanbieden dan de bedrijfsverenigingen. Dat komt door de andere manier van financieren. Verzekeraars werken met het kapitaaldekkingsstelsel waarbij geld apart wordt gezet voor de dekking van toekomstige schade. De uitkeringen worden gefinancierd uit het rendement op het belegde geld.

Voordat zo'n systeem werkt moeten verzekeringsmaatschappijen eerst reserves opbouwen. Daarvoor moet extra premie worden betaald. Bij het publieke stelsel is van zo'n premie-opslag geen sprake. De uitkeringen worden hier gefinancierd via het zogeheten omslagstelsel, waarbij de totale kosten (uitkeringen) elk jaar worden omgeslagen over alle premiebetalers. “Er zullen werkgevers zijn die kiezen voor particuliere verzekeringen ondanks de hoge premies. Op termijn zullen ze goedkoper uit zijn”, aldus Linschoten.

De staatssecretaris gaf toe dat “het twintig tot dertig jaar” kan duren voordat de werkgever goedkoper uit is. Hij erkende dat de mogelijkheid van opting out bedoeld is als stimulans voor het publieke stelsel. Toch meent hij dat uit het bestel stappen veel meer zal zijn dan “een theoretische mogelijkheid” of “een stok achter de deur”. Hij noemde het een misverstand dat het kabinet een voorkeur zou hebbem voor premiedifferentiatie in de WAO. “Beide mogelijkheden komen naast elkaar te staan.”

Het kabinet stelt voor de WAO-premies per bedrijfstak te laten variëren, maar daar binnen verschillende premieklassen in te voeren. Bedrijven die er in slagen de arbeidsongeschiktheid laag te houden, zijn dan goedkoper uit.