'Potverdorie Dullens, het is gebeurd met je'

Op het VVCS-gala werd Ronald de Boer gisteravond gekozen tot Nederlands voetballer van het jaar 1994. Vele toppers gingen hem voor. De piepjonge Willy Dullens van Sittardia was de eerste. In '65. Een seizoen later begon voor het Limburgse supertalent een lijdensweg, die tot zijn afkeuring leidde.

SITTARD, 7 FEBR. De trofee is hem alles. Die is niet te koop, “nog voor geen twintigduizend gulden”, zegt Willy Dullens vastberaden. Gaat hij op vakantie, dan laat hij de onderscheiding altijd in een kluis opbergen - stel je voor dat ze wordt gestolen! Hij loopt naar de muur in de huiskamer boven zijn kapperszaak. Terwijl hij het zware, door de Amsterdammer Koos Stins vervaardigde bronzen beeldje van zijn voetstuk tilt, schieten de tranen in zijn ogen. “Prachtig hè. Kijk eens goed. In het midden gaat de uitverkoren speler op de schouders. Hij leunt vooral op de man links, die supporter gaat door dik en dun. Die kerel rechts, dat is ook een fan, maar aan zijn verwaande houding zie je dat hij geen echte is. Die komt alleen als het heel goed gaat.”

De 50-jarige Dullens schudt het grijzende hoofd als hij terugkijkt op zijn levenswijze van destijds. Altijd, altijd, meldt hij, ging hij om half tien naar bed. Zeker aan de vooravond van een wedstrijd. Eén keer, tegen DHC, kroop hij pas om tien over tien onder de lakens. Toen speelde hij de volgende dag héél zwak, “het was zelfs om te lachen, zo slecht. Ik had zeker tot drie uur niet geslapen. Normaal was het oortje op het kussen en ik was weg.”

Johan Cruijff beweerde destijds “dat er misschien toch één voetballer beter zou gaan worden” dan hij, de befaamde nummer 14: Dullens, de kleine pingelaar, die als 15-jarige debuteerde in het eerste van Almania en drie seizoenen later een contract kreeg bij Sittardia.

Het fanatieke ventje kwam in beeld bij grote clubs. Sparta polste de Limburgse tiener, Ajax, PSV, Feyenoord, Standard Luik en Anderlecht deden aanbiedingen. “Met name Anderlecht was geïnteresseerd, die Belgen boden een half miljoen. Dat zou een record zijn geweest: de duurste man tot dan toe was Henk Groot, die voor 3,5 ton van Ajax naar Feyenoord ging.”

Dullens bleef in Sittard, hij vond dat hij “onder aan het laddertje moest beginnen”. Als hij in de twintig was wilde hij hogerop, nam hij zich voor. “Het echte grote betaald voetbal was een droom van me. Die komt later vanzelf uit, dacht ik. Daar zou ik zelf wel voor zorgen. Ik was een technische voetballer, maar ik heb het werken nooit geschuwd. Koppen, trappen, slidings, aan alles heb ik aandacht besteed. Ik was rechtsbenig, maar kon met links ook goed uit de voeten.”

In augustus '66, enige maanden nadat hij tot voetballer van het jaar was gekozen, sloeg het noodlot toe. Sittardia ging voor een vriendschappelijk duel naar Vitesse. Dullens wilde eigenlijk niet mee. Hij was boos op het bestuur dat zijn transfer naar Feyenoord door een “krankzinnig hoge vraagprijs” blokkeerde. Bovendien had hij de organisatie van het NK windhondenrennen in Geleen beloofd die dag de bekers uit te reiken. Maar hij moest mee naar Arnhem, waar hij zwaar geblesseerd raakte.

Hoe herinnert hij zich nog goed. “Ene Bart van Ingen, of misschien was het een ander, hield me vast toen ik was doorgebroken en op De Munck afging. Ik lag met mijn voet op een tegenstander toen die Van Ingen op mijn knie viel. Nee, niet opzettelijk, het was een ongeluk. Maar voor mij stortte de hele wereld in. Potverdorie, het is gebeurd met je Dullens, ging het door me heen.”

Tussen augustus en december, vervolgt Dullens, “heb ik die knie volledig stuk gemaakt. We kunnen je niet missen, Willy, riepen ze in Sittard. Ik bleef dus trainen en spelen, zelfs twee interlands. Achteraf het domste wat ik heb gedaan. Na iedere wedstrijd was die knie dik - en ik kapot. Telkens had ik drie dagen nodig om te herstellen. Onze coach Beara behandelde me slecht. 'Trainer', zei ik, 'het gaat bijna niet. Het is net of ze een mes achter in mijn knie steken'. Hij zei dan iets van: Ich habe früher gespielt mit einem gebrochenen Bein. Und davon habe ich nichts gesagt. Hij kleineerde me, terwijl heel Sittard wist dat er echt iets ernstigs aan de hand was.”

In december volgde een operatie aan zijn kruisbanden. Het kwam niet meer goed, hoewel Dullens nog twee jaar speelde. Hij gaat staan, stroopt zijn rechter broekspijp op en toont zijn knie, die door tal van medische ingrepen is getekend. De knieschijf ontbreekt. “Na de eerste operatie bleek al snel dat mijn hele toekomst weg was. Ik woog normaal 55, 56 kilo. Toen heel vlug nog maar 46, wegens de pijn en vooral door het verdriet. Bijna dag en nacht heb ik liggen huilen.”

Veel later, in '88 kreeg hij weer een terugval. “Ging ik weer over de rooie. Was ik tien maanden overspannen. Hele nachten voerde ik gesprekken met Michels, Cruijff, Keizer. Ik kon niet slapen, potverdorie. Er kwamen klanten voor een afspraak in de kapsalon. Ze zeiden: 'Wat zie je er uit, Willy!' Dat had ik zelf niet in de gaten. Het kwam omdat ik toen weer vrij veel bij Fortuna kwam. Op zekere ochtend begon ik om half negen te werken, drie kwartier later ging het licht uit. 'Iets dergelijks gebeurde méér met mensen die vroeger iets moois niet hadden kunnen waar maken', zei de psycholoog.”

Een “fantastische vrouw” en “twee schitterende dochters” hebben hem er weer bovenop geholpen, weet hij. In '66, aan het begin van alle leed, kreeg hij grote steun van de Ajacieden, die een benefiet voor hem organiseerden. “Michels regelde dat, met Cruijff, Keizer, Swart, Muller en al die anderen. Ik zal het nooit vergeten, een vol Olympisch Stadion tegen Allemania Aachen. Het werd 2-0, de opbrengst was anderhalve ton. Ik kon een zaak beginnen!” Dullens vermoedt dat zijn lijdensweg mede heeft geleid tot het ontstaan van de VVCS. “Door mijn afkeuring ontdekte men hoe onzeker het bestaan van een profvoetballer is. En dat daar wat aan moest worden gedaan.”

De balgoochelaar van weleer was gisteravond niet genodigd bij het VVCS-gala, waar 's lands beste speler werd gekozen. Wie was voor hem nummer één? Dullens, verleden week: “De betreffende voetballer moet een goeie zijn, naar ook uitstraling hebben. Zijn gedrag is heel belangrijk. Cantona mag het nergens en nooit worden. Romario ook niet. Hij is de beste van de wereld, maar doet dingen die er niet bij horen.”

Frank Rijkaard? Dullens: “Die had het al eens moeten zijn, dat wel. Klasse! Het wordt een Ajacied. Overmars valt even af. Blind? Nee, hoewel hij goed is. Geldt ook voor Reiziger. Kluivert komt nog aan de beurt, is nog niet rijp. Ronald de Boer, dat is mijn man. Die jongen heeft dit jaar de grootste vooruitgang geboekt. Potverdorie! Hij is van een gewone midvoor tot een wereldvoetballer uitgegroeid.”