Zand in de wielen

DE DYNAMIEK van de internationale economische betrekkingen is in deze eerste weken van 1995 danig op de proef gesteld. Na de peso-paniek over Mexico volgde een openlijke ruzie tussen West-Europa en de Verenigde Staten over de financiële reddingsboei die de Mexicanen vorige week werd toegeworpen. De opkomende markten van veelbelovende ontwikkelingslanden zijn plotseling uit de gratie bij de beleggingsgoeroes uit het Westen en ze ondergaan een pijnlijke financiële drooglegging. China en de Verenigde Staten dreigen verwikkeld te raken in een spiraal van vergeldingsacties op handelsgebied. Het economische hervormingsproces in Rusland stagneert en de technici van het Internationale Monetaire Fonds (IMF), het toezichthoudende instituut, worstelen al weken met de vraag of het nog enige zin heeft geld in Rusland te pompen.

Afgelopen zaterdag kwamen in Toronto de ministers van financiën en de centrale-bankpresidenten van de zeven machtigste industrielanden, de G7, bijeen. Naar buiten toe werden de meningsverschillen over het internationale reddingspakket van vijftig miljard dollar voor Mexico toegedekt, maar binnenskamers is het er stevig aan toe gegaan. De reddingsactie kwam tot stand op initiatief van het Witte Huis, nadat president Clinton er niet in was geslaagd bij zijn eigen Democraten in het Congres steun te verwerven voor een beperkter hulpplan. Daarom besloot Clinton het geld te halen bij het IMF en de Bank voor Internationale Betalingen, de centrale bank van de centrale banken. De Amerikanen joegen het besluit door het bestuur van het IMF, onder dreiging van een wereldwijde financiële ineenstorting als Mexico niet zou worden gered. In feite ging het om de redding van Amerikaanse financiële instellingen die veel geld in Mexico hebben gestoken.

ALLE WESTEUROPESE landen voelden zich door Amerika voor het blok gezet. Bij wijze van protest besloten Duitsland, Groot-Brittannië, Zwitserland, Nederland, België en Noorwegen zich in het bestuur van het IMF te onthouden van stemming over de jumbolening aan Mexico, nota bene het grootste bedrag dat het IMF ooit aan één land (en met nooit eerder vertoonde snelheid) heeft uitgeleend. Een dergelijke stemonthouding van belangrijke lidstaten heeft zich niet eerder voorgedaan. Frankrijk had zich ongetwijfeld bij het protest aangesloten, ware het niet dat de Franse regering niet voor de tweede keer binnen een half jaar de Franse IMF-directeur, Michel Camdessus, die bereid was voor de Amerikaanse druk te buigen, openlijk wilde afvallen. (De vorige keer was in oktober over de vergroting van de reserves van het IMF.)

De schade van deze actie is groot: de Verenigde Staten hebben zich de irritatie van de overige G7-landen op de hals gehaald, het prestige van het IMF heeft een deuk opgelopen en Camdessus is in veler ogen gedegradeerd tot de loopjongen van het Witte Huis.

Mexico is voorlopig gered en het land krijgt zijn geld. Maar wat moet er met Rusland gebeuren, waar het IMF al maanden vruchteloos onderhandelt over een bijstandslening? En hoe moet de internationale gemeenschap in de toekomst op plotselinge financiële schokken reageren? In Toronto bleken de financiële en monetaire autoriteiten van de G7 daarover diepgaand verdeeld: als een vangnet in noodsituaties zo gemakkelijk beschikbaar komt, kunnen overheden het gevoel krijgen dat ze toch wel worden gered en dat ze derhalve gemakzuchtig kunnen volharden in het verkeerde macro-economische beleid. Mexico is het voorbeeld bij uitstek: het werd in 1982, 1985 en 1995 door de internationale gemeenschap van een bankroet gered nadat de Mexicanen hadden nagelaten hun binnenlandse beleid tijdig aan te passen.

IN HET VERRE oosten doemen intussen nieuwe bedreigingen op voor de internationale economische betrekkingen. China en de Verenigde Staten staan op de rand van een handelsoorlog. De oorsprong van het conflict ligt in de Chinese ijver om Amerikaanse produkten te kopiëren en onder merknaam te verkopen. De Amerikanen willen terecht deze schending van de intellectuele eigendom, vooral van computerprogramma's, afstraffen. China is niet van zins toe te geven en de dieper liggende strijd gaat dan ook om de toekomstige positie van China als arme maar sterke economische macht in de wereld. Er dreigt een wederzijdse escalatie van wraakacties op handelsgebied en de Amerikanen blijven het Chinese lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie WTO blokkeren.

Crises en conflicten zullen zich altijd voordoen in de economische betrekkingen, zeker nu handel en kapitaal zich over vrijwel alle landen in de wereld uitstrekken. Maar dan zijn meningsverschillen tussen de belangrijkste spelers een bron van gevaar. Bij alle onzekerheid die zich op wereldmarkten voordoet, dragen de belangrijkste marktpartijen alsmede de internationale instituten een bijzondere verantwoordelijkheid. De afgelopen weken is dat te weinig beseft.