Jammer dat Zuidam het zonder apen deed

Concert: The Houdini's en Nieuw Sinfonieta o.l.v. Richard Dufallo. Werken van Zuidam, Gershwin en anderen. Gehoord 4/2 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending Radio 4 10/2 20.02 uur; tv: Nederland 3 12/2 16.00 uur.

Vraag: “Wat is een cuica?” Antwoord: “Geen idee.” “Goed, ik help je op weg: als je met een zeemleren lap langs zijn stalen pennetje wrijft, krijst hij als en aap.” Om de spanning te doorbreken: een cuica is een Braziliaanse trom, waarvan de stalen pen een schreeuwend apengeluid produceert. Zo is er ook een trommel, de Lions roar, favoriet bij Varèse, die brult als een leeuw. Rob Zuidam houdt van de aaptrom en overwoog deze te combineren met een strijkorkest in een opdrachtwerk voor Nieuw Sinfonieta Amsterdam ten behoeve van de Amerikaanse serie in de Matinee op de vrije zaterdag.

Zuidam: “Ik wilde er iets geils en primitiefs aan geven.” Vervolgens bedacht hij, dat dit klankideaal wellicht ook zonder de aap haalbaar zou zijn en zo ontstond dan toch maar alleen voor Sinfonietta een G-string Mambo. Helaas, van een revolutionaire behandeling, laat staan doorbraak, was weinig te merken. Bartók ging verder en zeker ook de experimenten uit de late jaren '60.

G-string Mambo is een brokkelig werkstuk, waarbij voortdurend een segment verzandt en je als het ware de componist hoort kreunen: 'wat zal ik nu weer een bedenken?' Lage instrumenten dragen soms melodisch materiaal aan, maar niets zet door. De ritmisch pregnante segmenten zijn nog het aardigst en met een leuke choreografie er bij zie ik er wel iets in, want flair is Zuidam in ieder geval niet te ontzeggen.

Opvallenderwijs gold voor het overige deel van het programma min of meer hetzelfde: ook al verzamelingen van al dan niet aardig uitgevallen losse stukjes. Het jazz-sextet The Houdini's wijdde zich in eigen arrangementen aan een vijftal songs uit de jaren '30. Dat beloofde enig vuurwerk. Maar hoe smaakvol er ook gemusiceerd werd in een chic soort close harmony en met nogal schematisch uitgevallen improvisaties, het blééf een beperkt soort schoonheid.

Hetzelfde viel op te merken over een suite uit Gershwin's Porgy and Bess in een arrangement van Bert van den Brink: welluidend en mooi afgewerkt, maar weinig uitdagend, want wat verlangde ik naar een batterij van apen- en leeuwencuica's.