Havo en VWO krijgen honderd miljoen extra

DEN HAAG, 6 FEBR. Staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) zal de komende vijf jaar honderd miljoen gulden extra beschikbaar stellen voor de vernieuwing van de hoogste klassen HAVO en VWO. De hervorming moet in augustus 1998 worden ingevoerd.

Dat schrijft ze vandaag aan de Tweede Kamer in haar reactie op het eindrapport van de commissie-Ginjaar voor een vernieuwde bovenbouw HAVO en VWO. De 100 miljoen stond al begroot, maar is ruim 300 miljoen gulden minder dan de commissie voorrekende en waarvoor ook de onderwijsvakorganisaties pleiten. Onder voorzitterschap van oud-staatssecretaris van onderwijs N. Ginjaar-Maas becijferde de commissie dat de operatie 420 miljoen gulden zou kosten.

De staatssecretaris wijst erop dat scholen de vernieuwing voor het overige deel dienen te betalen uit bestaande middelen zoals het zogenoemde schoolprofielbudget, waarmee ze een eigen personeelsbeleid kunnen voeren. Dit budget is in januari voor de komende vijf jaar verhoogd met 100 miljoen gulden. Ook onderwijsbegeleidingsdiensten zullen hun gelden in de vernieuwing moeten steken. Bovendien laat Netelenbos de door de commissie berekende 125 miljoen gulden voor verbouwingskosten achterwege. Ze verwacht dat de schoolgebouwen met bestaande financiële middelen kunnen worden omgebouwd tot 'studiehuizen' waar leerlingen zelfstandig kunnen werken.

Inhoudelijk neemt de staatssecretaris op bijna alle punten de voorstellen van de commissie over. De twee belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het advies betreffen HAVO-leerlingen. Zij zulllen verplicht worden naast Engels een tweede vreemde taal te kiezen en ze krijgen veertig uur meer wiskunde dan de commissie voorstelde.

In vergelijking met de huidige bovenbouw valt op dat talen en algemene vorming een omvangrijker stempel gaan drukken op de opleidingen en dat er strengere exameneisen zullen gelden. De vernieuwde bovenbouw moet leerlingen beter voorbereiden op een studie in het hoger onderwijs.

Bovendien is het een vervolg op de invoering van de basisvorming in de onderbouw in 1993. De staatssecretaris vindt het niet bezwaarlijk dat twee generaties leerlingen na een vernieuwde onderbouw in een gat vallen, omdat hervorming van de hoogste klassen pas gestalte krijgt in 1998. Ze heeft deskundigen bij onder meer het Cito opdracht gegeven deze problemen te inventariseren.

Overigens is Netelenbos van plan haar reactie op hervorming van de hoogste klassen MAVO en voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) begin maart naar de Tweede Kamer te sturen.