'Alles is gelukkig hetzelfde gebleven'

TIEL, 6 FEBR. Eerst de kachel aan, en dan gaan Bert en Anja Thijssen voor het raam staan. Voor het eerst in vijf dagen kijken ze weer uit over het bedreigde land achter de Waaldijk “Alles is gelukkig hetzelfde gebleven.”

Beneden-Leeuwen is behouden, het Land van Maas en Waal is niet overstroomd. Binnen staan de meubels op schragen, de kinderen zijn nog bij familie, en de koelkast staat bij buren, hoog op de dijk. De familie Thijssen behoort tot de eerste evacués die terugkeren. Het is zaterdag elf uur. Buren lopen binnen, koffie verschijnt op tafel. Achterblijvers die zich in hun dijkwoningen veilig achtten vertellen dat ze iedere avond gezellig bij elkaar op bezoek zijn gegaan: “kaarten met de fles op tafel”. Oude burenruzies zijn onder dreiging van het water zonder veel omhaal bijgelegd. Anja is opgelucht dat het huis niet is gaan stinken. “Goed idee om de putjes af te sluiten.”

Gemoedelijk keren de evacués terug naar hun verlaten dorpen: zaterdag het Land van Maas en Waal en de Ooypolder, zondag de Bommeler-, Tieler- en Culemborgerwaard. Files zijn er nauwelijks. Op de toegangswegen wordt uit de volgeladen auto's vriendelijk gezwaaid naar toezichthoudende agenten. Op alle belangrijke kruispunten staat politie of leger. Van auto's die de polder verlaten wordt in de eerste uren steekproefsgewijs de kofferbak gecontroleerd - op gestolen goederen. In de meeste gemeenten was de brandweer achtergebleven: in de verlaten dorpen zou brand gemakkelijk ongezien om zich heen kunnen grijpen. Ook dat is goed afgelopen. “Gelukkig hadden we tijd genoeg om een voederdienst op te zetten voor achtergebleven huisdieren”, zegt J. Gootzen, commandant in de gemeente West-Maas en Waal. “Sommige honden moesten we door de brievenbus voeren.”

Boos op de autoriteiten dat de evacuatie 'voor niks' was, is vrijwel niemand. “We zijn veel te blij dat er niks is gebeurd”, zegt Thijssen. “We wisten al dat het droevig was gesteld met de dijken.” Bij veel huizen wappert de vlag. “Het is allemaal perfect gegaan”, meldt Karin Schamp uit Horssen - waar drieëneenhalve meter water dreigde. Net getrouwd moesten zij en haar man vorige week hun nieuwe huis halsoverkop weer leeghalen. Maar met hulp van familie zijn de leeggehaalde kamers in mum van tijd weer ingericht. Het bejaardentehuis waar ze werkte werd overgeplaatst naar een Nijmeegse kazerne.

De meeste evacués gaan met eigen vervoer terug. Het station van Geldermalsen ligt er zondagmorgen om half negen nog verlaten bij. Waar vorige week in alle haast vee werd afgevoerd ligt nog stro - los en in balen. Drie Turken sjouwen met zware koffers naar de parkeerplaats achter het station. Ze zijn “heel blij” weer terug te kunnen gaan.

Aan een spijl van de trap naar de tunnel onder de perrons wordt een papiertje met 'welkom' geplakt. “Iedereen is overrompeld door het besluit de boel weer vrij te geven”, zegt een man in een fluorescent oranje hesje. “Ik verwacht dat ze daarom pas maandag komen of dinsdag misschien wel.” Hij is de afgelopen dagen in het gebied gebleven en heeft elf dorpen helpen bewaken, verdeeld over een oppervlakte van ruim 400 vierkante kilometer. Hij is blij dat het allemaal voorbij is. “Als je de afgelopen dagen iemand zag, schrok je je eigen rot.” Een familie die bruin verbrand en voorzien van doosjes vlaaien verloren rondloopt op het perron, klampt hem aan. Ze komen uit Oostenrijk. Familie heeft hun huis leeggehaald en nu moeten ze eerst naar Leerdam om de auto op te halen. Hij verwijst ze naar het juiste perron.

Daar zit ook Jaap in een rolstoel naar de nog lege woonkamers in de huizen te kijken. Jaap wacht op de trein naar Tiel, waar hij en zijn vader afgelopen woensdag uit moest verdwijnen. Jaap en zijn vader konden naar de Jaarbeurshallen of naar Rosmalen, maar opteerden voor een gezin in Vlijmen dat ruimhartig opvang had geboden aan evacués. Daar kreeg zijn vader donderdag een lichte hersenbloeding, maar het gaat goed met hem. Jaap had van de eerste mogelijkheid gebruik gemaakt terug te keren naar Tiel. Zijn vader verwachtte hij in de loop van deze week, als het ziekenhuis in Tiel weer normaal bemand is.

De extra lange trein naar Tiel is nog leeg om half tien, net als de stad zelf. De huizen zijn leeg, winkels kaal. Bij een autodealer is slechts een zwaar gedeukt exemplaar achtergelaten. De oude veilinghal tegenover het station waar Yomanda normaal haar religieuze praktijken verricht, maakt een desolate indruk. Maar de stad is vrijgegeven, iedereen kan er moeiteloos in en hier en daar staat in de verlaten straten alweer een auto.

B. Weijenberg doet, gestoken in een lichtgrijs uniform van het Rode Kruis, 'eerste opvang' bij het station. Samen met twee brandweerlieden discussieert Weijenberg over de dijken, die wat hen betreft niet snel genoeg opgehoogd kunnen worden. Want de Waal is bij deze hoge waterstanden geen rivier meer, maar een binnenzee. “Daar moet dus ook een andere bescherming tegen komen.” Vreemd vinden deze Tielenaren wel, dat met alle evacuaties toch nog noodsituaties ontstonden, zoals bij Ochten, waar de dijk vrij plotseling dreigde te bezwijken onder de waterdruk. “dat had die dijkgraaf toch eerder moeten zien”, zegt een brandweerman.