Politici staan bij globalisering steeds meer met lege handen

De 'top van Klaus Schwab' - genoemd naar de man die sinds 1971 organisator is van het World Economic Forum - is een jaarlijks terugkerende happening waar de economische en politieke wereld graag naar toe gaat. Niet alleen om te skieën, maar ook om te praten. Er wordt gebrainstormd, er worden lezingen gehouden. De beslissers uit de hele wereld zien elkaar weer even: informeel, want zo werkt het circuit. De internationale ontmoeting van zakenlieden, politici en economen in het Zwitserse Alpenstadje Davos werd deze week gedomineerd door twee onderwerpen: de onrust op de financiële markten en de toekomst van de verzorgingsstaat. Hoe onmachtig zijn de politici?Hier zit voor 3000 miljard dollar bijeen'', hield de organisator van het World Economic Forum, Klaus Schwab, het publiek genoeglijk voor. De 'groten der aarde' had hij weer naar Zwitserland weten te lokken, van de Chinese vice-premier Rongji, de Israelische minister van buitenlandse zaken premier Shimon Peres en de Tsjechische leider Vaclav Klaus tot de Unilever-topman Michael Perry, Carlo de Benedetti van Olivetti, mediamagnaat Rupert Murdoch en de vermaarde internationale belegger George Soros.

Donkerblauwe en zwarte jassen snelden tussen de sessies door naar buiten en glibberden over de gladde straten naar een van de vele zakenlunches om het laatste financiële nieuws te horen. Wat doet de peso? Zal Clintons reddingsactie voor Mexico de financiële markten tot bedaren brengen? Ziet Mexico af van terugbetaling van zijn schulden? Gaat de Amerikaanse rente omhoog?

De devaluatie van de Mexicaanse peso had onmiskenbaar grote invloed op de stemming in Davos. “Als de stabiliteit in Mexico niet wordt hersteld, krijgen beleggers een zenuwinzinking. Dat heeft ernstige gevolgen voor de wereldeconomie”, zo klonk het uit de mond van de Hongaars-Amerikaanse grootbelegger Soros in de wandelgangen.

Dit is geen loze waarschuwing. Sinds de liberalisering van de kapitaalmarkten in 1980 razen geld en informatie onbelemmerd over de hele wereld. Centrale banken en politici kijken moedeloos toe hoe internationale beleggers, gedreven door winstbejag de nationale overheden buitenspel dreigen te zetten. Wie kan een financiële crisis als die met de Mexicaanse peso überhaupt nog 'managen', vroegen verschillende deelnemers in Davos zich bezorgd af.

“In de globaliserende economie wordt de manoeuvreerruimte van nationale beslissers steeds kleiner”, stelde Boutros Boutros-Ghali, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, vast. Hij verwoordt het goed. Politici mogen niet machteloos toezien, zei hij. “Het kan toch niet zo zijn dat onze economische toekomst alleen nog door de wetten van de winst wordt bepaald”, wierp de VN-topman zijn gehoor voor. Raymond Barre, de voormalige Franse premier, noemde de situatie op de internationale kapitaalmarkten “zeer destabiliserend”. Volgens hem is het onmogelijk een nieuwe monetaire orde te scheppen zoals na de Tweede Wereldoorlog in Bretton Woods gebeurde toen het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank werden opgericht.

Destijds kende de wereld vaste wisselkoersen en verplaatste het kapitaal zich niet met zo'n vaart van het ene land naar het andere. Er was veel meer tijd voor centrale banken en het IMF om in crisissituaties te interveniëren. Nu heerst op de financiële markten instabiliteit - ondanks een opmerkelijk herstel van de economische groei in vrijwel alle belangrijke landen in de wereld. Het geld dat in omloop is, is vele malen groter dan de internationale handelsstromen, de wisselkoersen zweven en de technologische innovaties op de financiële markten leveren in korte tijd zulke omvangrijke transacties op dat centrale banken niet langer als schokbreker kunnen fungeren. Zodra beleggers hun vertrouwen verliezen in het economisch beleid van een land, trekken ze in één keer al hun kapitaal terug, niet gehinderd door nationale regels. Met alle gevolgen vandien voor de economische groei in dat land.

In Davos zei Barre: “We hebben te maken met jonge managers die leven met hun computer. 's Morgens verdienen ze een fortuin, 's middags zijn ze het weer kwijt en aan het eind van de dag maken ze de rekening op. Ze worden niet gedreven door lange termijn-investeringen en economische stabiliteit. Alleen door geld.”

Toch sluiten veel politieke leiders hun ogen voor deze problemen en bekommeren de meesten zich volgens Barre uitsluitend om binnenlandse kwesties. Hij vreest een global crash als er geen nieuwe spelregels worden gemaakt voor de spelers op de financiële markten. “Het is onmogelijk om het kapitaal nieuwe restricties op te leggen', zei Barre. “Maar politici kunnen wel gedragsregels maken voor de acteurs zodat de gevaren gelimiteerd worden.” Ook zouden centrale banken hun egoïsme moeten laten varen en een gezamenlijke strategie moeten ontwikkelen om internationale financiële crises te bezweren.

De Amerikaanse president Bill Clinton bediende de ongeruste Davos-gangers na afloop van de conferentie op hun wenken. Met zijn reddingsactie voor Mexico had hij niet alleen het IMF, maar ook de Westeuropese centrale banken over de streep weten te trekken, of eigenlijk voor het blok gezet, om miljardensteun aan Mexico te verlenen. De president moest in Davos zelf verstek laten gaan vanwege de politieke onrust rondom Mexico, maar hij zag wel kans om de haute finance per satelliettelevisie toe te spreken.

Clinton wees erop dat de economische instellingen die na de oorlog zijn ontwikkeld, zoals het IMF en de Wereldbank, slecht zijn uitgerust voor de snelle veranderingen in de wereldeconomie. “De architecten van Bretton Woods hadden in hun stoutste dromen niet kunnen voorzien dat financiële markten binnen 24 uur in staat zijn meedogenloos te reageren”, zei de president. Hij kondigde aan dat tijdens de top van de zeven grote industrielanden (G-7), die in juni in het Canadese Halifax wordt gehouden, herziening van de rol van de naoorlogse economische instellingen besproken zal worden. Verwacht wordt dat het onderwerp dit weekend al tijdens de ontmoeting van de ministers van financiën en centrale bankiers van de G-7 hoog op de agenda zal staan.

Niet alleen politici uitten in Davos hun bezorgdheid over de onstabiele situatie op de financiële markten. Ook de spelers op die markten zelf vinden dat risicobeheersing bovenaan staat op de lijst van prioriteiten. De systeemrisico's worden steeds groter, gaf Lewis Coleman, vice-president van de Bank of America toe. Technologische innovaties maken het mogelijk dat excessief grote transacties binnen enkele uren door een handjevol effectenhuizen worden afgesloten. Daarop is beter toezicht nodig. Maar dat moeten de banken en effectenhuizen zelf regelen, vond Coleman. Van enige sturing door overheidsinstellingen kan volgens hem niet teveel worden verwacht. De Amerikaanse centrale bank bijvoorbeeld holt al tien jaar “hopeloos” achter de ontwikkelingen op de financiële markten aan, zo was in Davos te horen.

De econoom David Hale van het Amerikaanse effectenhuis Kemper Securities vergeleek de stormachtige ontwikkelingen in de financiële wereld met een dierentuin. Vroeger was die goed georganiseerd. De beesten zaten in kooien, ze werden gevoerd door overheidsinstellingen en de Amerikaanse centrale bank. De financiële wereld was één groot kartel. “In 1980 werden alle dieren uit de kooi gelaten zodat ze vrij konden rondrennen. Lang niet alle dieren hielden dat vol, na enige tijd begonnen sommige dieren mensen op te eten”, zei Hale en hij doelde op excessen als de Amerikaanse spaarbankencrisis in de jaren tachtig. “Wie was de dupe? De belastingbetaler. De staat draaide voor de kosten op en verhaalde die weer op de burger.”

De conclusie is duidelijk: in de globaliserende economie komen politici in toenemende mate met lege handen te staan. Bovendien zijn beleggers volgens Robert Hormats van het Amerikaanse effectenhuis Goldman Sachs veeleisender dan ooit. “Beleggers staan er op dat regeringen hun anti-inflatiebeleid voortzetten. Zodra ze merken dat overheden hier minder resoluut in worden, haken beleggers af. Ze hebben zoveel andere mogelijkheden om te investeren.”

Economische dwaalwegen worden onmiddellijk afgestraft. Als politici zich dat onvoldoende realiseren, wordt het economische beleid speelbal van de financiële markten. De Mexicaanse crisis heeft dit pijnlijk aan het licht gebracht.

Niet alleen op de financiële markten wordt de armslag van politici kleiner. Ook wat betreft de verzorgingsstaat dwingt de globalisering aanpassingen af. Dat geldt eveneens voor de verzorgingsstaat. “In de globaliserende economie moeten alle spelers zich snel aanpassen, anders vissen ze achter het net”, stelde Percy Barnevik, topman van het Zwitserse Asea Brown Boveri vast. Het succesvolle ABB doet niet anders. Onlangs besloot Barnevik - na moeizame loononderhandelingen met de vakbonden, een grote fabriek in Duitsland over te hevelen naar Polen. De veranderingen in de Duitse welvaartsstaat lieten te lang op zich wachten, vond hij.

In Davos wierp menig politicus de vraag op hóe de Westeuropese landen zich kunnen aanpassen en banen kunnen behouden, zonder de verworvenheden van de verzorgingsstaat kwijt te raken. Het onderwerp maakte heftige discussies los. Ondernemers uit Zwitserland, Frankrijk en de VS wonden er geen doekjes om. West-Europa prijst zich met zijn hoge arbeidskosten uit de markt.

“In de VS worden door flexibiliteit en mobiliteit van de industrie een heleboel laag betaalde banen geschapen”, zei een Franse ondernemer. “Maar in Europa wil niemand op zijn salaris inleveren of het sociale stelsel afslanken.” De enige manier waarop Westeuropese bedrijven hun concurrentiekracht kunnen vergroten is investeren in verbetering van de kwaliteit van banen. Dat kan via scholing en innovatie op het gebied van werkverdeling, maar dat is volgens de ondernemers in Davos wel een lange weg.

Toch viel er ondanks de scepsis bij een aantal prominente Westeuropese politici wel degelijk ook realiteitszin over de verzorgingsstaat te bespeuren. Verlaging van uitkeringen is onontkoombaar hielden zowel de Belgische premier als de Franse minister van economische zaken en de Britse minister van sociale zaken bankiers en ondernemers voor.

“We moeten wel de trend zien te keren dat in het bedrijfsleven alleen maar negatief over de verzorgingsstaat wordt gepraat. Er zitten ook goede kanten aan die we moeten zien vast te houden”, waarschuwde de Belgische premier Jean-Luc Dehaene. Hij wees erop dat in België slechts zes procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Dat is een groot goed.

Dehaene bedoelde dat de welvaartsstaten zich moeten aanpassen aan de internationale concurrentieverhoudingen, zonder de positieve verworvenheden aan de kant te zetten. Dat kan door de kosten van sociale voorzieningen te verlagen en meer werklozen aan een baan te helpen zodat het systeem betaalbaarder wordt. Daar zit voor iedereen een prijskaartje aan: voor werknemers, voor werkgevers en AOW'ers.

Elke beleidsmaker had hier het zijne op gevonden. Zo stelde Dehaene voor om arbeid niet langer te belasten, maar bijvoorbeeld meer milieuheffingen voor bedrijven in te voeren. Ook invoering van een selectief pensioensysteem is onontkoombaar vond hij, omdat de vergrijzing nog eens extra financiële kosten met zich meebrengt. Een pensioen voor iedereen zit er wel in, maar dan op een lager niveau. Wil iemand meer te besteden hebben, dan is bijverzekeren het devies. Hetzelfde geldt voor de gezondheidszorg waar onderdelen te privatiseren zijn, zodat efficiënter wordt gewerkt.

De Spaanse vice-premier Serra I Serra vond dat ook immigranten hun financiële steentje kunnen bijdragen aan hervorming van de verzorgingsstaat. Het is de hoogste tijd dat de grote groep gepensioneerden uit de noordelijke Europese landen (Duitsland, Nederland) in Spanje een evenredig deel aan belasting gaan betalen, zei hij.

Volgens de Franse minister van economische zaken Edmond Alphandéry kan West-Europa concurrerender worden door een radicale hervorming van het belastingsysteem en het sociale stelsel waardoor het gemakkelijker wordt mensen aan het werk te krijgen en de sociale uitgaven afnemen.

Volgens hem zit het grote probleem van West-Europa bij de lager opgeleiden voor wie in de post-industriële samenleving steeds minder werk is. Zij vormen de kern van de langdurig werklozen. Door bedrijven een belastingverlaging te geven als zij lager opgeleiden in dienst nemen, kunnen veel werklozen aan een baan worden geholpen. Dat heeft meer effect dan verlaging van het minimumloon, zei Alphandéry. Het is een oud recept: de overige uitgaven van de overheid moeten fors omlaag, de hogere inkomens dienen zwaarder te worden belast. “Er bestaat geen free lunch in de economie”, aldus de Fransman.

De jonge Britse minister van arbeid, Michael Portillo, dacht er het zijne van. “Belastingen zijn de vijand van werkgelegenheid”, vond hij. Portillo's streven is erop gericht dat de overheid zo min mogelijk intervenieert. Niet de staat schept banen, maar het bedrijfsleven. Zijn motto? “De overheid moet het mensen makkelijk maken, zodat werkgevers tegen werknemers zeggen: kom voor me werken, dan krijg je geld”. Het klonk simpel, maar Portillo bedoelde het wel zo. Elke keer als de overheid zich in de arbeidsverhoudingen mengt, hetzij door subsidies of door belastingmaatregelen, worden de outsiders - zij die geen werk hebben - buiten gesloten, vond Portillo.

Het brainstormen in de bergen leverde een baaierd op aan suggesties om in te spelen op de mogelijkheden en gevaren van de globaliserende economie. Jammer dat in Davos nauwelijks Nederlandse beleidsmakers waren te zien. Ze hadden er iets kunnen opsteken, want Nederland loopt achter in de discussie over een leaner en meaner verzorgingsstaat. Met het uitblijven van een werkelijke discussie over hoogte en duur van de uitkeringen dreigt Nederland zich buitenspel te plaatsen, zo bleek in Davos. Premier Kok wil een ministelsel niet eens bespreekbaar maken.

De bijeenkomst in Davos gaf een vingerwijzing voor de toekomst. Nu het economische herstel vrijwel in de hele wereld doorzet en de inflatie in het Westen laag blijft, hebben politieke leiders een uitgelezen kans hun economieën structureel op orde te brengen. De enorme begrotingstekorten, die mede worden veroorzaakt door het sociale zekerheidsstelsel, houden de rente onnodig hoog. Ondernemers maakten zich er in Davos grote zorgen over, omdat dit hun investeringen belemmert. En alleen investeringen leveren echte banen op.