Omvang nog niet te schatten; Limburg begint met opnemen van de schade

MAASTRICHT, 3 FEB. In Limburg is begonnen met de inventarisatie van de schade als gevolg van de wateroverlast.

Gisteren zijn de eerste schade-formulieren verspreid onder inwoners van de getroffen gebieden. Voor 1 maart moeten zij aangeven of zij schade hebben ondervonden van het water. Volgende week gaan de eerste schade-experts op pad om de hoogte vast te stellen.

Hoe groot de schade is of hoeveel mensen zijn getroffen, kan nog niet bij benadering worden gezegd. Omdat er veel meer voorzorgsmaatregelen zijn genomen dan in 1993, ziet het er wel naar uit dat het bedrag veel lager zal uitvallen. In 1993 werd de totale schade op 254 miljoen gulden becijferd.

Een woordvoerder van de provincie zei op basis van de eerste reacties van mensen die een speciale informatielijn belden, te verwachten dat de schade deze keer anders van aard is. De meeste bewoners van het Maasgebied hebben in tegenstelling tot de vorige keer hun huisraad tijdig in veilgheid kunnen brengen, maar daar staat tegenover dat gebouwen waarschijnlijk meer schade hebben opgelopen omdat zij veel langer in het water hebben gestaan. Ook hebben veel gedupeerden van de vorige overstroming er bij het herstel van hun schade rekening mee gehouden dat de Maas terug kon komen.

Het bedrijfsleven verwacht eveneens dat de schade vooral bestaat uit inkomstenderving die het gevolg is van de lange duur van de overlast. Veel winkeliers hebben bijna twee weken geen inkomen gehad omdat zij onbereikbaar waren voor klanten of leveranciers. Volgens directeur L. Trines van het Instituut voor Midden- en Kleinbedrijf in Venlo vragen op dit moment de psychische problemen de meeste aandacht, met name bij ondernemers die voor de tweede keer in korte tijd zijn gedupeerd. “Die hebben de vorige keer vijfenzestig procent van de schade aan activa naar dagwaarde vergoed gekregen plus een deel van de omzetderving. Die waren er in vermogen al flink op achteruit gegaan.” Trines pleit ervoor dat de dubbel gedupeerden nu voor honderd procent schadevergoeding ontvangen.

De gezamenlijke ondernemersverenigingen in Limburg hebben met diverse gemeenten al afspraken gemaakt dat ondernemers die in acute nood zijn geraakt, een beroep kunnen doen op de Bijstandsregeling Zelfstandigen. “Onze eerste zorg is dat geen enkel bedrijf failliet mag gaan als gevolg van de watersnood”, aldus IMK-directeur Trines.

Ook in de agrarische sector lijkt de schade mee te vallen. Maar de belangenorganisatie LLTB vraagt eveneens een volledige schadevergoeding voor boeren en tuinders die voor de tweede keer in korte tijd door het water zijn getroffen. Relatief gezien gaat het om weinig bedrijven omdat in Limburg vorige keer vijf keer zoveel landbouwgrond onder water stond als nu. De schade bestaat vooral uit de kosten van de voorzorgsmaatregelen en van het transport van vee. De afgelopen weken zijn 110.000 stuks pluimvee, 10.000 runderen en 14.000 varkens naar hoger gelegen stallen overgebracht.

De belastingdienst in Venlo heeft vanmorgen laten weten dat de schade niet aftrekbaar is, maar dat bij de opgaaf een lagere huurwaarde wordt geaccepteerd van huizen die in het water hebben gestaan. Schade-uitkeringen aan particulieren zullen niet worden belast, die aan bedrijven wel.