Het woud bij Athene

De middelbare school in Bussum was er een van het vooruitstrevende soort. Het kwam erop neer dat iedere leerling zelf bepaalde wat hij wel of niet deed. Dit betekende in mijn geval veel aardrijkskunde, geschiedenis en een vorm van biologie waarbij het ging om twee vragen: wat leeft er in bos en hei en wat in veld en sloot? Daar stond tegenover dat alles wat zweemde naar rekenen en wiskunde terzijde werd geschoven. Verontrusting wekte dit niet. 'Later, als hij wat ouder is, komt het allemaal wel goed', was het idee, maar langzamerhand lijkt dit optimisme toch wat voorbarig.

De progressieve stijl leidde regelmatig tot vergaderingen waar leiding en leerlingen redetwistten over de aanpak. Hierdoor kwamen de lessen in het gedrang, maar ook dit baarde niemand veel zorgen. Tenslotte bezochten de prinsesjes net zo'n school, dus het systeem moest wel goed zijn. Het vertrouwen nam nog toe door de aandacht voor bijzondere activiteiten. Daartoe behoorde handenarbeid, een populair vak maar in mijn ogen een zinloze beproeving. Het enige resultaat van vele uren zagen, hameren en vooral bijschaven was een boekensteun die, onder bepaalde voorwaarden, enkele Prisma-pockets bijeen hield.

Ook de toneelles wekte aanvankelijk geen enthousiasme. De angst overheerste dat nu de waarheid zou worden onthuld; mijn neiging tot stotteren, in de klas meestal kundig gemaskeerd, zou ditmaal haar tol eisen. Een afschrikwekkend voorbeeld vormden de vernederingen die een medeleerling onderging. Wanneer hij tijdens de les hakkelend en stotend een paar regels had voorgelezen, kapte de leraar hem geïrriteerd af met de woorden: 'Hou maar op en begin vast te drukken op de laatste zin, dan ben je straks bij de volgende beurt eerder klaar.' De hilariteit die volgde was een waarschuwing op mijn hoede te zijn en, zo mogelijk, niet te veel op de voorgrond te treden.

Dank zij de toneellerares kwam aan deze schuchterheid een eind. Tante D., zoals ze werd genoemd, suggereerde met haar zwaar opgemaakte gezicht dat ze klaar was voor een grote rol. Zij had ooit een actrice willen worden in de trant van Else Mauhs, een tragédienne die zij als een goede vriendin beschouwde. Van dit plan was weinig terechtgekomen, maar nu probeerde ze via leerlingen nog iets van haar ambitie waar te maken. Dat streven had soms een verrassend resultaat. Zo wist ze me op mysterieuze wijze ertoe te bewegen om, eerst in kleine en daarna in bredere kring, gedichten voor te dragen.

De weg werd geëffend met De spin Sebastiaan van Annie Schmidt, maar al snel achtte Tante D. de tijd rijp voor zwaarder werk. Na een kleine misstap met Jacqueline E. van der Waals kozen we Adama van Scheltema en daarna De Kinderkruistocht van Martinus Nijhoff, een gedicht dat het volgens de verhalen altijd goed deed. Dit bleek opnieuw tijdens de jaarlijkse Schoolavond in Concordia. 'Het was muisstil in de zaal', zei een goedhartig familielid na afloop. 'Als je het mij vraagt, moet jij later naar de Toneelschool.'

Het jaar daarop kreeg ik de rol van Demetrius, een van de vier gelieven in Shakespeares Midzomernachtdroom. Velen achtten dit stuk een riskante onderneming, maar de regisseuse was onverzettelijk: zo konden scholieren eens laten zien waartoe zij, mits onder goede leiding, in staat zijn. Maandenlang werd alles op alles gezet. Degenen die niet waren uitverkoren voor een rol timmerden decors, anderen maakten kostuums en een meisje dat op balletles zat mocht als entr'acte een dansje instuderen. De laatste weken was er van gewoon schoolwerk geen sprake meer, elk beschikbaar uur werd geïnvesteerd in voorbereidingen voor de Grote Avond.

Toen het zover was, steeg de spanning tot ongekende hoogte. Een kwartier voor aanvang trok ik me terug op de wc om, het hart kloppend in de keel, de tekst te repeteren. De eerste zin leverde geen problemen op, maar wat kwam er daarna? Wat moest ik later tegen Helena zeggen? 'Ik min u niet, vervolg mij dus niet meer' luidde het begin van de claus, de rest was spoorloos verdwenen. Het beduimelde tekstboek bracht uitkomst, al drongen de woorden op het papier niet meer tot me door. Maar een weg terug was er niet, weinige meters verder was het spel al begonnen. Met klamme handpalmen stapte ik het toneel op waar, in de nabijheid van Oberon, Helena en een elf, de volzinnen zich als door een wonder openbaarden.

Pas na de pauze, doorgebracht in uitgelaten stemming, sloeg het noodlot toe. 'Mijn vorst, de schone Helena verried aan mij hun vlucht', zei ik, knielend voor de leraar wiskunde die Theseus vertolkte. Het was de aanzet tot een lange passage, maar inplaats daarvan viel er een stilte; de woorden die moesten klinken, stokten in de keel. Enkele ogenblikken verloren het woud bij Athene en de zaal erachter hun contouren, het enige dat zichtbaar bleef waren de verschrikte ogen van de leraar.

Het laatste deel van de voorstelling was, na het gesis van de souffleuse, ongemerkt voorbij gegaan. Tijdens het bal hield ik me op de achtergrond, het lag voor de hand dat het debâcle het gesprek van de avond vormde. De dag erna arriveerde het paasrapport met, het kon niet uitblijven, niets dan onvoldoendes. Het was een bewijs te meer dat het leven minder had te bieden dan menigeen dacht.

Twee weken later, op 12 april 1951, volgde de omslag. De aanleiding was de kennismaking met Doris Day, een actrice die pas kort bekendheid had. De indruk die zij die donderdagmiddag maakte in Tea for Two was verpletterend. Dat kwam niet in de eerste plaats door haar honingblonde haar, noch door haar lach die breder was dan die van enig ander. Wat de doorslag gaf was de manier waarop zij, soms onderwijl de charleston dansend, een half dozijn liedjes zong. De teksten, Do, do, do, what you've done, done, done before of Oh me, oh my, waren na de Midzomernachtdroom misschien wat simpel, maar dat maakte niet uit. Waar het om ging was haar stem, die deed alles verder vergeten.

Nog steeds met een licht gevoel in het hoofd fietste ik de volgende ochtend naar school. Daar bleek niet iedereen ervan overtuigd dat er iets uitzonderlijks was gebeurd. 'Ach, een bevlieging, dat gaat wel over', meende een meisje met vlechten. Maar ik wist dat ze er volkomen naast zat: zo'n ontdekking doe je maar een of twee keer in je leven.