Duitse mark blijft de 'veiligste haven'

AMSTERDAM, 3 FEBR. Wanneer de onzekere factoren van alle kanten tegelijk opdoemen, dan blijft er altijd nog een veilige keus over: koop Duitse marken. Uit de grafiek blijkt dat het Britse pond en de Amerikaanse dollar, ondanks renteverhogingen in deze landen, de afgelopen maand hun meerdere moesten erkennen in de D-mark.

De peso-crisis in Mexico was een van de onzekere factoren. Een traag Amerikaans Congres kon het niet eens worden over de door president Clinton voorgestelde kredietgaranties ter waarde van 40 miljard dollar. De vrees dat bij het uitblijven hiervan een financiële crisis in Mexico zou ontstaan, die ook nadelige gevolgen zou hebben voor de Amerikaanse economie, leidde tot een daling van de dollarkoers. Daarnaast bestond de angst dat het Amerikaanse stelsel van centrale banken de om binnenlandse redenen noodzakelijke renteverhogingen zou uitstellen, aangezien dit de peso nog verder onder druk zou kunnen zetten. Dit kwam de dollarkoers evenmin ten goede. Pas nadat president Clinton bekend maakte 20 miljard dollar uit het wisselkoers-stabilisatiefonds te zullen aanbieden, waarvoor geen toestemming van het Congres is vereist, krabbelde de dollar weer wat op. De daags erop volgende renteverhoging met een half procentpunt had geen invloed op de dollarkoers. Een renteverhoging van deze omvang werd alom verwacht en was al in de koers verwerkt. Aanhoudende twijfels of het rentebeleid een 'zachte landing' van de economie tot gevolg zal hebben, lijken een verder koersherstel van de dollar in de weg te staan.

Een andere onzekere factor vormde de aardbeving in Japan. In eerste instantie ontstond er een neerwaartse druk op de dollar nadat gevreesd werd dat Japanse verzekeringsmaatschappijen buitenlands kapitaal zouden repatriëren (dus dollars zouden verkopen) om de schadeclaims te kunnen financieren. Al snel werd echter bekend dat slechts een zeer klein percentage van de schade verzekerd was. Vervolgens leidden zorgen bij vooral buitenlandse beleggers over de mogelijke nadelige gevolgen van de aardbeving voor de Japanse economie tot een plotselinge verkoopgolf van Japanse aandelen, waardoor zowel de Japanse beurs-index als de yen fors in waarde daalden. Op termijn lijkt de economie overigens te zullen profiteren van de aardbeving. Extra infrastructurele investeringen geven de moeizaam uit het dal klimmende economie precies die impuls die het nodig heeft.

In Europa is politieke onzekerheid nog steeds aan de orde van de dag. De Italiaanse lire en Spaanse peseta bereikten andermaal dieptepunten, terwijl ook de Franse franc in de aanloop naar de presidentsverkiezingen enigszins verzwakte. De peseta maakte de grootste duikeling. Halverwege januari liep de afwijking binnen de brede EMS-band ten opzichte van de sterkste munt, de gulden, daardoor zelfs op tot 10,8 procent. De door sommige politici onbereikbaar geachte 15-procentsmarges, ingesteld na de EMS-crisis van september 1993, kwamen in zicht. De aanleiding voor de koersdaling moet in eerste instantie worden gezocht in de politieke onzekerheid, die de zittende regering belemmert in een voortvarende aanpak van de huidige economische problemen. Ook kan worden gewezen op het te hoge financieringstekort van de overheid (in 1994 6,7 procent van het bruto binnenlands produkt) in het licht van het EMU-criterium van maximaal 3 procent. Weliswaar is voor dit jaar een restrictieve begroting ingediend, doch met het oog op de labiele positie van de regering, de hoge werkloosheid en de regionale verkiezingen in mei, wordt betwijfeld of die wordt gehaald. Voorts heeft Spanje van alle EU-landen, behoudens Griekenland, de hoogste inflatie, terwijl een substantiële daling nog niet in zicht is. Het is de vraag of de sinds kort onafhankelijke centrale bank, gezien de hoge werkloosheid, in haar beleid restrictief genoeg zal zijn om de inflatie te beteugelen en de peseta op peil te houden zolang de politieke onzekerheid aanhoudt.

Bron: Economisch Bureau ING Groep