Dijkverzwaring helpt niet tegen cultuurramp

Geheel ten onrechte wordt de milieubeweging de zwarte piet toegeschoven verantwoordelijk te zijn voor veel van de ellende in het rivierengebied. Met name wordt gewezen op het schier oneindig traineren van procedures voor dijkverzwaring. Het werkelijke belang van de milieubeweging wordt daarbij gemakshalve uit het oog verloren.

Vanzelfsprekend vraagt de huidige situatie om accurate maatregelen, maar met het opnieuw verhogen en verbreden van de dijklichamen dreigt de aanpak van de werkelijke oorzaken van de overstromingen weer voor onbepaalde tijd uit het vizier te geraken.

De wateroverlast is alles behalve een natuurramp. Veeleer dient gesproken te worden van een 'cultuurramp'. Een complex samenspel van menselijke factoren is er de oorzaak van dat de absorptie- en bergingscapaciteit in het stroomgebied van onze rivieren langzaam maar zeker is afgenomen.

In de vaart der volkeren ziet de landbouw zich genoodzaakt tot een diepere en dus snellere ontwatering van de kavels. Eenzelfde vlotte afvoer van het hemelwater is noodzakelijk om de voeten droog te houden in de bebouwde omgeving. Stedelijke en infrastructurele uitbreidingen in het gehele stroomgebied van de grote rivieren dragen ertoe bij dat het water - via het rioleringsstelsel - in een mum van tijd de rivier bereikt.

In een min of meer natuurlijke situatie zorgen bodem en vegetatie voor een zekere 'sponswerking'. De afvloeiing van regenwater naar de rivieren wordt derhalve getemperd, waardoor de piekafvoer aanzienlijk lager ligt dan nu het geval is. Daarnaast heeft 'cultivering' en het veranderde bodemgebruik de erosie binnendijks versterkt. De sedimentatie in de uiterwaarden is hierdoor verder toegenomen.

De aandacht die de milieubeweging al sinds mensenheugenis vraagt voor natuur en landschap komt hierdoor in een heel ander daglicht te staan. Behoud en herstel van min of meer natuurlijke systemen nivelleert fluctuaties in de waterafvoer. Daarenboven wordt ook constructief meegedacht over mogelijke - zij het meer milieuvriendelijke - oplossingen ter beveiliging van have en goed.

Reeds in 1987 is het zogenaamde plan-Ooievaar ontwikkeld. De visie die hierin voor het rivierengebied werd ontvouwd, werd niet alleen door de milieubeweging omarmd. In groten getale waren ook beleidsmakers en bestuurders hier te lande enthousiast over de heldere en vernieuwende aanpak van de problemen in het rivierengebied. Dat het desondanks vele jaren geduurd heeft voordat de commissie-Boertien tot goeddeels dezelfde conclusies kwam, kan de milieubeweging niet verweten worden.

Evenals de auteurs van plan-Ooievaar adviseert de commissie-Boertien tot ontgronding in de uiterwaarden. De voordelen hiervan waren reeds bekend; in de maatschappelijke behoefte aan klei, zand en grind kan worden voorzien; aan de natuurontwikkeling in de uiterwaarden kan een bijdrage worden geleverd; bovendien zijn de kosten nihil. Verlaging van het hoogwaterbed verhoogt de bergingscapaciteit van de buitendijkse gebieden en vormt daarnaast een goede tegenhanger van het proces van sedimentatie.

Dijkverzwaring gaat voorbij aan de permanente opslibbing en verhoging van de uiterwaarden. Het niveauverschil tussen binnen- en buitendijkse gebieden blijft groeien waardoor de kweldruk toeneemt. Het 'badkuipmodel' zal hierdoor als metafoor voor onder andere het Land van Maas en Waal en de Bommelerwaard niets aan zeggingskracht verliezen.

Om de veiligheid te verzekeren zullen zwakke dijkvakken zo spoedig mogelijk versterkt dienen te worden. Verder zal vaart gemaakt moeten worden met de ontgronding van delen van de uiterwaarden. Het mag in ieder geval niet zo zijn dat alleen aan symptoombestrijding wordt gedaan. Dit is in het verleden immers al te vaak gedaan. Behalve aan de bulldozer en de betonmolen zal derhalve gedacht moeten worden aan een meer fundamentele aanpak van de werkelijke oorzaken. Behoud en herstel van de natuurlijke processen in het landschap spelen daarbij een centrale rol.

Het waterbeheer zal veel meer dan voorheen gebruik moeten maken van de buffer- en terugkoppelingsmechanismen die van nature in een ecosysteem aanwezig zijn. Verstoring van deze mechanismen leidt immers tot instabiliteit van het systeem. Overstromingen zijn hiervan een tastbaar bewijs. Maar op grotere schaal - en in samenhang hiermee - duiden ook andere milieuproblemen op een toenemende instabiliteit van het natuurlijk systeem op aarde. Eerst en vooral kan daarbij gedacht worden aan het broeikaseffect en de hiermee gepaard gaande klimaatverandering en zeespiegelstijging.

Wordt het, kortom, niet eens tijd om de milieubeweging serieus te nemen en de problemen bij de wortel aan te pakken?