Bedankt, leraren, bedankt, bedankt

Daniel Pennac: Kamo en het buro Babel; en id.: Kamo en het idee van de eeuw. Vert. Els van Delden. Met tekeningen van Marian Latour. Uitg. Ploegsma, 120 blz. Prijs ƒ 25,90 per deel. Vanaf 11 jaar.

Het schijnt dat Daniel Pennac in Frankrijk heel bekend, zelfs beroemd is. Dat moet hij hier dan ook maar gauw worden, want hij schrijft het-humeur-sterk-verbeterende kinderboeken die enorm plezier in schrijven en lezen verraden. Uitgeverij Ploegsma heeft hem laten vertalen door Els van Delden die dat heel overtuigend heeft gedaan en die bovendien zo slim is geweest om Franse plaats- en straatnamen in Nederlandse te veranderen, waardoor Pennacs schooljongens een stuk dichter bij de Nederlandse lezers komen te staan.

Er zijn twee jongens, van wie de een, Kamo, de titelheld is en de andere, die naamloos blijft, de verteller. Kamo is een bijzondere jongen, maar niet vervelend bijzonder. Innemend, eigenwijs, goed in wiskunde, goed kunnende koken en in het bezit van een bijzondere moeder die Tatiana heet en die bijna alle talen spreekt omdat ze met haar joodse familie door heel Europa heeft gezworven. Om die reden staat ze er op, in Kamo en het buro Babel, dat Kamo toch minstens fatsoenlijk Engels leert, want wiskunde is mooi maar helpt je niet als je moet vluchten naar een vreemd land. En als Tatiana ergens op staat, gebeurt het. 'Toen ik een keertje meelij met Kamo had en tegen Pope en Moen [de ouders van de ik] zei dat Tatiana echt een rotkarakter had, stak Pope zijn wijze vinger op en verbeterde: “Je vergist je, ze heeft karakter, dat is wat anders...” ' Tatiana geeft Kamo het adres van een correspondentie-vriendinnetje en ze verwacht van hem dat hij binnen drie maanden Engels zal hebben geleerd. Het correspondentie-vriendinnetje heet Catherine Earnshaw.

Dat is erg Pennac, heb ik na vier verhalen wel begrepen (er staan er twee in elk deel), hij is een schrijver die opgewekt verwijst naar allerlei literatuur en historische kennis, maar hij doet dat niet over de hoofden van de jeugdige lezers heen. Kamo en 'ik' komen er aan het eind van het verhaal dus achter dat Catherine afkomstig is uit Wuthering Heights, een boek waarover de lezer en passant een hoop te weten is gekomen. In een ander verhaal, De ontsnapping van Kamo, hebben de jongens het over voorgevoelens en kiezen daarbij als voorbeelden Julius Caesar en Willem van Oranje, die beiden gewaarschuwd hadden kunnen zijn. Alles op onbekommerde, vrolijke toon, want hoewel een groot deel van de verhalen over school en leren gaan is Pennac geen schoolfrik. Hij is wel leraar en dat maakt het hem waarschijnlijk mogelijk om zowel leerlingen als leraren geloofwaardig uit te vergroten.

Soms is het wel een beetje erg tof, de taal en de gedachtengangen. Maar Pennac blijft over het algemeen aan de goede kant en is dan komisch en overtuigend: 'Bedankt leraren, bedankt directeur, bedankt, bedankt, echt waar, alsof ze allemaal geweldige kerels waren en geen school ter wereld ooit een groep acht zo goed had voorbereid op de brugklas en dat wij allemaal tot in het verste hoekje van onze hersencellen tot aan de randjes van onze nagels, tot aan onze haarwortels (-) begrepen hadden hoe het er in de brugklas aan toe ging en hoe we ons er moesten gedragen.' Zulke lange fleurige zinnen.

Pennac laat dingen gebeuren die niet kunnen, maar tegelijkertijd kunnen ze wel. Ook zijn fantasie blijft binnen de grenzen van het aannemelijke, wat voor jeugdliteratuur wel goed is. Imme Dros heeft wel eens verzucht dat het zo moeilijk is om voor pubers te schrijven omdat die zo zwaar op de hand zijn, altijd vol liefdesverdriet en jeugdpuistjes, zo weinig geïnteresseerd in iets fantastisch'. Veel jeugdromanschrijvers denken daar blijkaar net zo over en behandelen dus 'een probleem'. Pennac niet. Hij is wel serieus, maar op een andere manier, op de manier van iemand die de cultuur ernstig neemt en die van taal houdt. Op de manier van een schrijver.