Achterbakse kerkuilen

We zijn in een eigenaardige situatie beland. Groen Nederland heeft zich overal persoonlijk verantwoordelijk voor gemaakt - inclusief de vogelen des velds en hun omgang met elkaar. Die omgang is niet altijd zoals het hoort. Dat leidt tot onmin tussen twee soorten vogelbeschermers. Inzet: slachtingen onder boerenzwaluwen.

Dader: de sympathiek ogende, maar blijkbaar achterbakse kerkuil.

Op een misselijke manier maakt de kerkuil misbruik van de positieve levensinstelling van boerenzwaluwen in voorjaarstijd. Een zwaluwbeschermer, in de Leeuwarder Courant: “Ze vliegen dan zeer vermoeid van de verre reis uit hun overwinteringsgebied niets vermoedend de schuur binnen en worden dan door een hongerige uil gepakt.”

De ontdekking dat kerkuilen mogelijk verantwoordelijk zijn voor enkele 'slachtingen' onder de boerenzwaluwen in Friesland, bracht de Werkgroep Kerkuilen Friesland in beroering. Deze is immers bezig met het plaatsen van nestkisten in boerenschuren, om de kerkuil de helpende hand te bieden bij zijn come-back. Met succes.

Intussen kan de ooit vanzelfsprekende boerenzwaluw alle moderne ontwikkelingen op het platteland niet meer bijbenen. Zijn aantallen lopen terug.

En mogelijk heeft hij er een extra probleem bij. Onder meer in Rohel vond men “heel harde bewijzen” dat een kerkuil zwaluwen had gegeten. De boerenzwaluw-beschermers kunnen de zon in het water zien schijnen - het is mooi dat de kerkuil in Friesland er weer beter aan toe is. Maar verdere plaatsing van de speciaal voor de uilen ontworpen nestkisten moet terughoudend gebeuren. Is Friesland vol? “Nestkisten behoeven niet verwijderd te worden, wel moet er overleg komen als blijkt dat er tevens meerdere zwaluwen in de schuur broeden.”

Ook verder is de opstelling ruimhartig. Boeren hoeven deze winter hun schuur beslist nog niet te sluiten voor de uilen; de zwaluwen keren immers pas eind maart terug.

Ik wil emigreren. Naar een barbaars land waar ze, volgens de richtlijnen van Midas Dekkers, her en der een bouwval of ruïne in het landschap laten staan. Waar de dieren het op ouderwetse wijze allemaal zelf maar moeten uitzoeken. Waar men van 'kerkuil-nestkisten' en 'boerenzwaluw-monitoring' nog nooit gehoord heeft. En voor Nederland, waar beschermen vooral beheersen is, stel ik de volgende aanpak voor. De talrijke werk- en belangengroepen voor een uitverkoren diersoort komen op vaste basis bijeen, bijvoorbeeld halfjaarlijks, in een soort parlementsgebouw. Daar sluiten ze compromissen over quota aan beschermende en helpende maatregelen. Een partij krijgt méér stemmen naarmate de dierlijke doelgroep minder leden telt. In twijfelgevallen en bij een patstelling volgt een volksraadpleging, waarbij voorbereidend campagne gevoerd kan worden.

Tussentijds noodoverleg over wandaden is mogelijk, waarbij de benadeelde partij haar tegenpool uitnodigt voor een indringend gesprek. Voor dergelijke afspraken moeten nog wel wat lacunes worden gevuld. De boerenzwaluw kan op zijn beurt het dwarsgestreepte sponskevertje op diens voorjaarsvluchten danig dwarszitten. Maar daarvoor bestaat nog geen werkgroep.