Paradoxen sieren het aantreden van premier Dini

ROME, 2 FEBR. Italië heeft zijn lot nu definitief in handen gelegd van de man die neen zei tegen keizer Bokassa. Premier Lamberto Dini kreeg gisteren ook het vertrouwen van de Senaat voor zijn zakenkabinet. De 63-jarige bankier heeft faam gekregen als iemand met stalen zenuwen toen hij in de jaren zeventig als gezant van het Internationaal Monetair Fonds de toorn trotseerde van de Centraal-Afrikaanse dictator Boasa. Hij zal die onverzettelijkheid hard nodig hebben, want zijn aantreden is vol paradoxen.

Dini wordt gesteund door links, maar belooft een rechts beleid. Hij moet vernieuwing brengen, maar geldt als een vriend van de omstreden oud-premier Andreotti. De tegenstanders van oud-premier en mediamagnaat Berlusconi verwachten nieuwe politieke spelregels, maar op Dini's prioriteitenlijstje ontbreken de belangrijkste zaken. En hij wil de oververhitte politiek terugbrengen op haar normale bedrijfstemperatuur, maar de partijen zijn al begonnen aan hun verkiezingscampagnes.

In de Senaat kreeg Dini 191 stemmen voor en 17 tegen, met twee onthoudingen. Het rechtse blok onder leiding van Berlusconi koos opnieuw voor steun op afstand, omdat Dini niet de gewenste snelle verkiezingen had beloofd. Berlusconi en de zijnen stemden niet mee. De optie van stemonthouding, zoals in de Kamer van Afgevaardigden, was in de Senaat niet mogelijk, omdat daar een absolute stemmeerderheid nodig is.

Dini heeft maatregelen aangekondigd waartegen de vakbonden en de linkse partijen afgelopen najaar het felste protest sinds de Tweede Wereldoorlog hebben georganiseerd. De Democratische Partij van Links (PDS) heeft nog niet duidelijk gemaakt hoe zij haar steun voor Dini rijmt met de voorgenomen hervorming van de pensioenen. De kans is groot dat Dini, minister van schatkist in het kabinet-Berlusconi, op economisch gebied zwaar zal gaan leunen op de rechtse alliantie.

De PDS steunt Dini vooral in de hoop op nieuwe politieke spelregels. Ook Lega Nord-eider Umberto Bossi, die het kabinet-Berlusconi ten val bracht door uit de coalitie te stappen, dringt daar op aan. Maar op het prioriteitenlijstje van Dini ontbreken de hoofdproblemen. Dini heeft, naast een tussentijdse bezuinigingsoperatie en hervorming van het pensioenstelsel, regels beloofd om gelijke toegang voor politieke partijen tot radio en tv in verkiezingstijd te garanderen, en aanpassing van de kieswet voor regionale verkiezingen.

De echte lacunes in de wetgeving, aan het licht gebracht door de opkomst van Berlusconi, liggen elders. Er bestaan nauwelijks regels om belangenverstrengeling te voorkomen. In de mediawet ontbreken garanties tegen monopolievorming; de huidige bepalingen sanctioneren zelfs het duopolie tussen de staatsomroep RAI en de commerciële zenders van Berlusconi. Deze punten staan niet in Dini's actieplan, net zo min als correctie van de onvolkomenheden in de kieswet voor de parlementsverkiezingen.

In zijn beginselverklaring heeft Dini uitdrukkelijk gezegd het proces van verandering te willen stimuleren dat is ingezet na de instorting van het oude bestel. Ook dat is paradoxaal. Toen twee jaar geleden een nieuwe gouverneur voor de Italiaanse bank moest worden aangewezen nadat Carlo Azeglio Ciampi tot premier was benoemd, werd Dini gepasseerd. Hij was in 1979 bij de bank gekomen en opgeklommen tot directeur-generaal, maar de voorkeur ging naar een ondergeschikte, Fazio. Dini was in veler ogen gecompromitteerd omdat hij zulke goede contacten had met Andreotti en oud-premier Craxi, symbolen van het onder corruptie en mafiabanden bezweken oude bestel. Het waren sociale contacten en Dini is brandschoon, maar toch zijn veel wenkbrauwen omhoog gegaan.

Na het spektakel van de langdurige partij vrij wortselen tussen Berlusconi en Bossi zal het kabinet-Dini ongetwijfeld een rustiger beeld bieden. Het is een voordeel dat zijn technocratische ministers geen campagne hoeven te voeren.

Maar de partijen zijn al begonnen. Rocco Buttiglione, leider van de Italiaanse Volkspartij (PPI), is als een ware acrobaat van de ene coalitie naar de andere aan het zwieren. In het najaar had de PPI op veel plaatsen lijstverbindingen gevormd met de PDS. Nu lonkt Buttiglione, die zich graag presenteert als huisfilosoof van paus Johannes Paulus II, naar Gianfranco Fini en diens Nationale Alliantie, de erfgenaam van de neofascistische partij. Heeft Fini niet de morele waarden van de paus tot de zijne gemaakt?

De linkervleugel van de PPI, die de banden met de PDS wil versterken, is woedend. Een enkeling speculeert op een scheuring. Maar Buttiglione, wiens hart meer naar rechts trekt dan naar links, is bezig met een ingewikkelde schaakpartij. Hij heeft meegeholpen Berlusconi ten val te brengen om daarna de kaarten binnen de rechtse alliantie opnieuw te kunnen schudden en ook voor de PPI een plaatsje te zoeken.

Ter voorbereiding van de campagne is Berlusconi gisteren aanwezen als de coördinator van het rechtse blok van Forza Italia, Nationale Alliantie en twee kleinere groepen. De Lega Nord aarzelt over haar opstelling en moet op haar congres eind volgende week opening van zaken geven. PDS-leider Massimo D'Alema schermt met een Democratische Alliantie, de nieuwe codenaam voor de grote verbroedering van links. De afgelopen jaren heeft de PDS dit thema vaak ingezet, maar niemand wilde meezingen, uit angst te worden overstemd.

De kredietwaarderingsmaatschappij Standard & Poor's waarschuwde gisteren voor “een toenemend risico dat Italiës zwakke politieke leiding dit jaar en de komende jaren niet in staat zullen zijn de ernstige en groeiende fiscale en politieke problemen van het land aan te pakken”. Het aantreden van Dini's zakenkabinet is, ondanks zijn beperkingen, een poging dat te logenstraffen.