Nog grote angst en halsstarrigheid in Ulster

LONDEN, 2 FEBR. Vijf maanden zwijgen nu de wapens in de straten van Belfast. Maar dat betekent niet dat er al vrede heerst in Noord-Ierland. Het wederzijds wantrouwen wordt nog altijd gesymboliseerd door de massieve verdedigingswal in Belfast, die de protestantse Shankill-buurt van de katholieke Falls-wijk scheidt.

Niemand had verwacht dat een staakt-het vuren van de terreurorganisaties snel zou worden gevolgd door een politieke oplossing voor het conflict in Noord-Ierland. Daarvoor zijn de grootste kampen in Noord-Ierland te onverzoenlijk. Daarvoor liggen hun standpunten te ver uit elkaar. De wens van de republikeinen tot een verenigd Ierland en het verlangen van de unionisten naar een eeuwige band met Groot-Brittannië lijken op het eerste oog onmogelijk verenigbaar.

Snelheid van handelen zou onder deze omstandigheden alleen maar averechts hebben gewerkt. Een overhaast compromis zou onvermijdelijk door één van beide partijen, of misschien wel door allebei, zijn verworpen. Al te concrete voorstellen zouden maar nodeloos de nadruk hebben gelegd op wat de antipoden verdeelt.

Daarom hebben de regeringen van Groot-Brittannië en Ierland van meet af aan de weg van de geleidelijkheid bewandeld. Eigenlijk is dat proces al vijf jaar geleden begonnen toen Peter Brooke, de toenmalige Britse minister voor Noord-Ierland, liet doorschemeren dat Sinn Fein, de politieke vleugel van het Ierse republikeinse leger, zou mogen meepraten over de politieke toekomst van Noord-Ierland als de IRA maar van geweld zou afzien. Een andere mijlpaal op die route was de Brits-Ierse Downing Street Verklaring van december 1993, waarin de basis voor de vredesbesprekingen werd gelegd.

Londen en Dublin hebben gekozen voor de aanpak van de verzoening en verkenning. Laat de verhitte gemoederen maar even tot rust komen, was hun houding. Laat de bevolking na een kwart eeuw van onrust maar eerst van het staakt-het-vuren genieten. Laat de politici maar over een gezamenlijke toekomst fantaseren, naast elkaar, niet tegenover elkaar. En accepteer geen enkele blokkade a priori. Dat is ook de reden dat de beide regeringen in het binnenkort te presenteren 'raamwerk-document' over de toekomst van Ulster hun alleenrecht op Noord-Ierland laten varen. Daarvoor zal in Ierland de grondwet moeten worden herzien.

Het idee daarachter is dat de 1,6 miljoen bewoners van Noord-Ierland zelf hun politieke en economische toekomst moeten kunnen bepalen, niet gehinderd door de beide moederlanden. Dat ze zichzelf moeten kunnen besturen door middel van een nieuw te vormen parlement waarin geen van de partijen de andere kan overheersen. Daarmee zou een terugkeer worden uitgesloten naar het tijdperk dat de protestantse unionisten de katholieke republikeinse minderheid de wet voorschreven. Daarmee zou ook een einde komen aan de ruim twintig jaar dat Noord-Ierland vanuit Londen wordt geregeerd.

Dublin en Londen koesteren de hoop dat als de partijen maar eenmaal aan één tafel zitten, als ze later zelfs ooit samenwerken, veel meer mogelijk zal blijken dan de tegenstanders van voorheen ooit hadden vermoed. Op die manier zou misschien een Noord-Ierland kunnen ontstaan waarin zowel unionisten als republikeinen zichzelf kunnen herkennen. Een Ulster dat nog altijd deel zou uitmaken van het Verenigd Koninkrijk, zolang een meerderheid van de bevolking niets liever wil. Maar ook een Noord-Ierland dat onmiskenbaar Iers is en dat samen met de Ierse republiek een eendrachtig beleid voert op die terreinen waar dat logisch en wenselijk is.

Zolang unionisten en republikeinen nog niet gewend waren aan dat beeld van een Noord-Ierland als kind van twee ouders, was het de kunst om het praten te rekken. Een kunst die Groot-Brittannië en Ierland de afgelopen maanden met flair hebben bedreven. Bijna dagelijks is er wel in Londen, Dublin of Belfast een ontmoeting waarin de grenzen van het vredesproces worden verkend. Zo vond gisteren in Belfast het vierde overleg plaats tussen Sinn Fein en de Britse regering. Let wel: met ambtenaren van de Britse regering, niet met bewindslieden. Nog steeds gaat het om verkennende besprekingen over de vraag of Sinn Fein mag aanzitten bij het politiek overleg over de toekomst van Noord-Ierland. Wanneer dat overleg zal plaatsvinden is nog volslagen duister. Ook het Brits-Ierse discussiestuk - het zogeheten 'raamwerk-document' - dat daarbij als leidraad moet dienen, is nog altijd niet klaar. Daarbij lijken de unionistische partijen, ook de meest gematigde Ulster Unionisten, nog altijd niet van plan om ooit de onderhandelingstafel te delen met Sinn Fein.

Geen wonder dat Sinn Fein steeds ongeduldiger wordt. “We willen vooruitgang zien”, klaagde president Gerry Adams begin deze week nog tegen de nieuwe Ierse premier John Bruton. Hij waarschuwde voor “groeiende frustratie onder de republikeinen”. Hij verweet de Britse regering dat ze de republikeinen aan het lijntje houdt.

Londen en Dublin zijn Sinn Fein al wel tegemoet gekomen. Eigenlijks is het verbijsterend wat de politieke vertegenwoordigers van de IRA al hebben bereikt. De Britse troepen patrouilleren niet meer dagelijks door de straten van Noord-Ierland. Het verbod voor kopstukken van Sinn Fein om naar Engeland te reizen is beëindigd. De meeste afgesloten grenswegen tussen Ierland en Noord-Ierland zijn heropend. Dublin heeft negen gevangenen van de IRA eerder vrijgelaten. En misschien wel het belangrijkste: Sinn Fein wordt als politieke kracht in het vredesproces erkend.

Maar dat zijn niet het soort concessies waar de zware jongens in de IRA grote vreugde aan ontlenen. Vertegenwoordigers van de Britse veiligheidsdienst MI5 zeggen dat Adams vorig jaar al zijn overtuigingskracht in de strijd heeft moeten werpen om de meest militante leden van de IRA te bewegen hun Semtex en AK-47 geweren neer te leggen. Die radicalen beginnen nu opnieuw te morren. Ze willen resultaten zien voor Pasen, anders zouden het geweld wel eens opnieuw kunnen hervatten. Volgens MI5 is de militaire organisatie nog volledig intact.

Adams doet dit soort verhalen overigens af als “Britse regeringspropaganda. John Major vormt een grotere bedreiging voor de vrede in Noord-Ierland dan de harde jongens van de IRA”, zei hij nog maandag. Maar zijn sussende woorden kunnen niet verbergen dat het delicate vredesproces in een kritieke fase verkeert.

De tijd van verkennende gesprekken is voorbij. Londen en Dublin zullen in hun lange verwachte 'raamwerk-document' toch eindelijk kleur moeten bekennen. Alle politieke partijen in Noord-Ierland zullen moeten demonstreren dat ze werkelijk bereid zijn te streven naar een politieke oplossing van het conflict. Maar de Pavlov-reactie van de Unionisten gisteren op een vermeende republikeinse dreiging schept weinig vertrouwen. Noord-Ierland wordt nog steeds door angst en halsstarrigheid geregeerd. Daarin brengt ook de tv-oproep van een Britse premier geen verandering.