Fascinerende oorlogsbeelden; Veel narigheid in korte films

ROTTERDAM, 2 FEBR. Tegenover buitensporig lange films als Lars von Triers The Kingdom en Tsahal van Claude Lanzmann voorziet het programma van het Film Festival Rotterdam in een aparte afdeling korte films. Het zijn er zeventig in totaal, waarvan sommige toch nog bijna een uur duren, en andere luttele minuten. Die laatste zijn vergelijkbaar met het cursiefje in de krant: ze moeten puntig zijn, origineel en verrassend, ze mogen luchtig zijn en in zekere zin onredelijk, maar ze moeten wel weer een waarheid bevatten. Ander gemeenschappelijk kenmerk is dat velen zich geroepen voelen en maar weinigen dat zijn. Je ziet er kortom een hoop narigheid tussen.

Veel van die filmpjes wekken niet eens ergernis op: daarvoor duren ze eenvoudigweg te kort. Sommige zijn luchtbellen, andere - zoals ik iemand hoorde zeggen - “heavy kunst”. Te niksig voor het genre is bij voorbeeld Love, love, love van de Franse regisseur Nick Quinn. Surreële ongein over hoe liefdesvreugde van het ene moment op het andere kan verkeren in het tegendeel (acht minuten). Pretentieus is het nachtdonkere Sternenschauer van de Duitser Matthias Müller (twee minuten) waarin vrijwel onzichtbare mannelijke lichaamsdelen een visuele verbinding aangaan met een al even onzichtbaar vuurwerk. Wat drijft zo iemand. Weltzstein van de Nederlander Edward Luyken, een reeks beelden van vormen van beeldende kunst (veertien minuten), is ook zo hoogdravend nietszeggend.

Tussen de uitersten bevindt zich ook het een en ander waarvan de beschrijving in de catalogus het ergste doet vrezen maar dat toch blijkt mee te vallen. Zo gaat Tom's Flesh van de Amerikaanse regisseurs Jane Wagner en Tom di Maria op papier over zoiets raars als “de esthetiek van het homoseksuele mannelijke lichaam”, maar in de film over de jeugd van een door zijn vader mishandelde zoon. Zijn verhaal begeleidt close-ups van zijn lichaam, waarop hij zijn frustraties botvierde. Hij begon het te haten en aan bulimia te lijden. Het filmpje boeit door het authentieke verdriet dat eruit spreekt. Aardig is ook The clearing van de Brit Alexis Bisticas, met ook al weer een homoseksueel thema. Op een tocht door het bos treft de camera families en picknickers, maar ook mannen die op zoek zijn naar anonieme seks. Middenin het bos staat de inmiddels overleden filmer Derek Jarman te luisteren naar saxofoonmuziek. Misschien dat daarom in de catalogus staat dat het filmpje over aids gaat - maar over aids gaat het niet. Die rechtvaardiging heeft het ook niet nodig. Men is de zeven minuten dat het duurt gewoon nieuwsgierig naar wat zich achter de volgende struik bevindt.

Bizar en misschien wel even stompzinnig als het vertoningsverbod waarmee de autoriteiten in Singapore het filmpje getroffen hebben, is Pain (31 minuten) van de Singaporees Eric Khoo. Het schijnt voor slechts vijfhonderd gulden gemaakt te zijn en dat is aan de rafelige, zwartwit videobeelden af te zien. We volgen een jongeman door de achterbuurten van een grote stad, en we zien hem regelmatig sigaretten en gewelddadige stripboeken kopen. Op zijn kamer verwondt hij zich met spelden en scheermesjes. Op een van zijn tochten overvalt hij een man, die hij thuis op een stoel vastbindt en vervolgens planmatig sloopt. Een oor en een oog gaan in de koekepan, op een pitje naast de stoel, een voet wordt vastgenageld aan de vloer en zonder pardon gaat de zaag in een onderbeen. Daarna koopt de jongeman, in politie-uniform nu, weer zijn sigaretten. Pain is een snuffmovie, die waarschijnlijk bedoelt te gaan over de excessen, waartoe de rauwheid van de grote stad kan leiden. We zijn gewaarschuwd.

In het korte-film programma is ook Miközben valahol 1940-43 (Meenwhile somewhere - An unknown war) opgenomen, van de Hongaar Péter Forgács. Het is een compilatiefilm van fascinerende amateurfilmpjes uit de oorlogsjaren. Forgács, mede-regisseur van de Nederlandse home-moviefilm Domweg Gelukkig, heeft ze voorzien van droog, zakelijk commentaar en van verre muziek op de achtergrond. Eén filmpje, over een Pools meisje en een Duits jongen die een Pools dorp worden kaalgeschoren omdat ze een verhouding hebben, dient als leidraad. De fragmenten larderen een schat aan uniek materiaal over het dagelijkse leven in heel Europa, van de Oekraïne tot Scheveningen, maar ook over het Hongaarse en Russische leger en over de doorvoer- en vernietigingskampen.

Er is veel Nederlands materiaal; we zien Hollanders zwierend op de Zuiderzee schaatsen, Nederlandse Nazi's aan het strand pootjebaden, een rij wachtenden voor de sigarenboer in Hilversum en opmerkelijk heldere filmpjes over Westerbork, volgens het commentaar gemaakt in opdracht van de kampcommandant. De duidelijk te onderscheiden kampbewoners nemen afscheid van elkaar, alvorens de veewagons binnen te gaan. Ook is er een fragment van het koperen bruiloftsfeest van het Nederlandse echtpaar Schendstock, in 1943, een gekostumeerd bal waar zo te zien geen gebrek is aan eten en drinken. In taferelen van gelukkig en welvarend familieleven spant België overigens de kroon.

Forgács toont de filmpjes zo te zien in extenso. Het is een voordeel van zijn compilatiemethode: in een documentaire zouden gedeelten ervan zonder meer sneuvelen. Ze zouden te banaal bevonden worden, of het onderwerp van de documentaire onvoldoende dienen. Dank zij zijn benadering tellen die overwegingen niet. Een van de langste films in het korte-film programma, die met zijn 52 minuten veel te kort duurt, is het adembenemende resultaat.