Bezuiniging defensie 'te ver doorgeschoten'

DEN HAAG, 2 FEBR. Nederland moet meer uitgeven aan defensie, want met de bezuinigingen 'is ons land te ver doorgeschoten'. Dit zei minister Voorhoeve (defensie) gistermiddag na afloop van het bezoek van de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO, Claes, aan Den Haag. Claes toonde zich overigens tevreden over de Nederlandse defensie-inspanningen. Een meerderheid in de Tweede Kamer is het niet met Voorhoeve eens.

De minister wil dat Nederland nu er 'geen echte vijand meer is' een streefgetal aanhoudt van 2,5 procent van het nationale inkomen. Dat is het gemiddelde van het bedrag dat door Westeuropese landen aan defensie wordt besteed. Griekenland en Zweden zijn daarbij uitschieters. Nederland geeft 2,2 procent van het nationale inkomen aan defensie uit, ongeveer 13 miljard gulden.

Voorhoeve was van mening dat “Nederland niet op de handen kon gaan zitten en tevreden kon zijn over onze inspanning”. Al eerder vroeg de minister aan het kabinet of hij in 1997 en in 1998 in totaal 500 miljoen gulden minder hoeft te bezuinigen op zijn begroting. Beslissingen daarover zijn uitgesteld en afgelopen november liet premier Kok blijken dat het nog niet zeker is of defensie niet toch een deel van die bezuinigingen zelf zal moeten opbrengen. De VVD wil dat het geld wordt gevonden bij de begroting van ontwikkelingssamenwerking, maar Voorhoeve zelf wil van dat geld (6,2 miljard) afblijven.

Bij de PvdA en ook bij D66 is met weinig begrip gereageerd op de nieuwste wensen van minister Voorhoeve. Tussen parlement en regering is afgesproken dat er eerst een nota komt over de herijking van het totale Nederlandse buitenlandse beleid. Dan zal ook een discussie plaatshebben over de herschikking van de financiële middelen. Het heeft volgens de defensiespecialisten in de Tweede Kamer geen zin om daar nu al op vooruit te lopen.

Secretaris-generaal Claes bedankte aan het eind van zijn bezoek Nederland uitvoerig voor de grote inspanning op het terrein van vredeshandhaving. Claes: “Als alle NAVO-landen zo hun job doen als Nederland, dan was ik een gelukkige secretaris-generaal.”