Oeuvre van Heckel op fraaie expositie

Tentoonstelling: Erich Heckel: 82 Neuerwerbungen. Zeichnungen und Aquarelle. Brücke Museum, Bussardsteig 9, Berlijn. T/m 26/2. Geopend dagelijks, behalve dinsdag, 11-17u.

Het Brücke Museum in Berlijn is onlangs in het bezit gekomen van 82 tekeningen en aquarellen van de expressionistische schilder Erich Heckel (1883-1970). Dank zij deze aankoop uit de nalatenschap van Heckel heeft het museum nu de beschikking over nagenoeg het gehele oeuvre van Heckel, afgezien van enkele olieverven, die verspreid zijn over verschillende particuliere en openbare collecties. Tegelijkertijd verwierf het museum een groot aantal houtsneden van Ernst Ludwig Kirchner, tijdgenoot van Heckel en mede-oprichter van de Brücke-beweging in juni 1905.

De Berlijnse expositie is van een lichte, tintelende schoonheid, van een arabeske verfijning en een zuivere presentatie. De aquarellen en tekeningen bezitten alle een bijzondere zeggingskracht, waarin de snelheid van een veelbetekenend en tegelijk vluchtig lijnenspel is gecombineerd met heldere kleurvlakken. In het Brücke Museum krijgt het daglicht dat van boven binnenvalt ondersteuning van kunstlicht. Dat is een ideale oplossing om kunstwerken goed tot hun recht te laten komen. Uitsluitend daglicht zou tekort schieten; bovendien zijn de werken kwetsbaar en kunstlicht is zachter. Om een kleine terzijde te maken naar het pas heropende Singer Museum in Laren: ook hier zou ondersteuning van kunstlicht de expressionistische, soms donkere werken die er nu hangen extra diepte geven.

Het fraaie van de tentoonstelling in Berlijn is dat ze een Aufforderung is, niet zozeer zum Tanz als wel dat ze je inviteert de werkelijkheid met een schetsmatige onbezonnenheid te benaderen. De tekenpen, het potlood, de pen gedoopt in oostindische inkt en het zachte penseel met waterverf zijn veel directere middelen om een beeld op papier te creëren dan olieverf. Deze droogt moeizaam en vereist een geduldiger trant van schilderen. Elke tekening en elk aquarel van Heckel drukt beweging uit. Tegelijkertijd vereenvoudigt hij de vorm, zodat vaart en suggestie hand in hand gaan.

Heckel beeldt bijvoorbeeld in slechts enkele zwarte, blauwe, rode en gele lijnen met kleurkrijt een caroussel zo swingend uit, dat je de houten paardjes daadwerkelijk ziet ronddraven. In deze tekening, Karussel (1909), accentueert hij met zwarte lijnen de rondgaande beweging van de caroussel. Maar de paarden aan de zijkant, dus die bijna de bocht omgaan, laat hij naar buiten springen. Het is of zij daardoor de molen een krachtige zwiep geven. Eén meisje staat met haar moeder voor de kermisattractie; zij wil graag mee in Heckels werveling.

Het gebruik van heldere, onvermengde kleuren en van geconcentreerde vormen deelde Heckel met Kirchner; ze inspireerden elkaar wederzijds, hoewel de invloed van Kirchner op Heckel groter is geweest. Ook schilderden en tekenden beiden herhaaldelijk hetzelfde model, het meisje Fränzi. Zij was de dochter van een kunstenaarsweduwe. Misschien meer dan zij ooit besefte, heeft zij invloed gehad op het opvallende Kirchner- en Heckel-portret. Op een foto uit 1910, genomen in het atelier van Kirchner in Dresden, houdt ze haar gezicht in dezelfde stand als op de werken van de kunstenaars. Ze kijkt met half geloken, zacht geheimzinnige, wat afwezige ogen voor zich uit. Haar hoge jukbeenderen geven haar gezicht de driehoekige vorm, die Kirchner slechts hoefde te benadrukken om tot een onvervreemdbaar expressionistisch stijlkenmerk te komen. Heckel portretteerde haar in 1910 als Sitzendes Kind, met potlood en rode en groene waterverf. Ze is ingeklemd tussen rode kleurvlakken van twee kussens en groene rechthoeken van de wand. Zijzelf is zachtgeel, met vurig-rode mond en een rode oorbel. Het is of Heckel haar heeft betrapt, want ze kijkt achterom over haar schouder. Niets is statisch bij deze expressionist, of het nu een landschap is of een zittend kind, hij geeft er dynamiek en ritme aan.

De expositie bestrijkt het hele oeuvre van Heckel, tot diep in de jaren vijftig. Na de opheffing van de club van kunstenaarsvrienden die de Brücke was, verandert in Heckels werk het heftige, het scherpe, in een meer getemperde, melancholieke atmosfeer. De aquarel Reiter in den Dünen uit 1933 verraadt de vereenzaming waaronder alle expressionistische schilders te lijden hadden. Hun werk werd entartet verklaard. Elf jaar later werd Heckels atelier in Berlijn door bommen verwoest. Kirchner pleegde in 1938 zelfmoord; Heckel wijdde zich aan een steeds verfijnder expressie, waarin de fragiele lijnen van oostindische inkt een steeds belangrijker rol speelden. De weidse duinen op de aquarel, en de ruiter daarin, roepen een desolate sfeer op. Je proeft de paniek die iemand kan overvallen die, tegen de avond, verdwaald is in een leeg land. Na de jaren vijftig schilderde of tekende Heckel nauwelijks nog. Tussen 1949 en '55 was hij als professor verbonden aan de Hogeschool voor Beeldende Kunst in Karlsruhe.

Erich Heckel vertegenwoordigt in een omvangrijk en kleurrijk oeuvre de weg die ook andere expressionisten gingen: die van uitbundige extase naar intieme versobering.