NSB-kind: 'als mens de moeite waard'

In januari 1945 was Dick Woudenberg zestien jaar. In Nederland had hij geen leven, maar op de Duitse kostschool ging het beter. Hij was leerling van de National-politische Erziehungsanstalt (NPEA), een nationaal-socialistische onderwijsinstelling die eerst in Valkenburg (Limburg) en later in Naumburg aan de Saale (een riviertje in oostelijk Duitsland) was gevestigd.

Dicks vader was NSB'er. Eén van de kopstukken van de nationaal-socialistische beweging in Nederland. Vóór de oorlog Tweede-Kamerlid voor de NSB en in de oorlog leider van het Nederlandse Arbeidsfront. Thuis in IJmuiden waar zijn vader oorspronkelijk directeur van een zeevishandel was, werd Dick vaak voor landverrader uitgemaakt en als NSB-kind nageroepen. Daarom vonden zijn ouders het, ook met het oog op een goede ideologische ontwikkeling, beter dat hij naar de Duitse kostschool zou gaan.

Op die 'eliteschool' had Dick het zeer naar zijn zin. Tot mei 1945 bleef hij bij de NPEA dat in verband met voortdurende geallieerde bombardementen, steeds opnieuw verplaatst werd en op het moment van de onvoorwaardelijke Duitse overgave, in Kiel was gevestigd.

Begreep vrijwel iedereen in de nog bezette Westeuropese landen in begin 1945 dat de Duitsers aan de verliezende hand waren en dat de geallieerde eindoverwinning niet lang meer op zich zou laten wachten, bij Woudenberg en zijn medescholieren was er van zo'n perspectiefwisseling toen nog geen sprake. “We waren ontzettend naïef want we hadden werkelijk geen enkel idee wat er aan de hand was. We klampten ons vast aan de officiële berichten uit Berlijn over het grote Duitse Ardennenoffensief aan het eind van 1944 en aan het succes van de V1- en V2-raketten waarmee Engeland werd bestookt. Dus hebben wij werkelijk tot de dag van de capitulatie gehoopt op en geloofd in de Duitse eindoverwinning. Pas nadat ook de kostschoolleerlingen, die in uniform gekleed waren, gearresteerd en in een interneringskamp werden opgesloten, werd plotseling alles anders. Eerst toen drong het tot ons door wat er was gebeurd en dat het terugtrekken van de Duitse legers sinds Stalingrad geen tactische manoeuvres (frontlijnverkorting zoals dat heette) waren maar dat wij nederlaag na nederlaag ondervonden.”

Voor Dick Woudenberg kwam de bevrijding niet in mei 1945. Ook niet in 1946 toen hij uit de kampen en heropvoedingsinrichtingen werd vrijgelaten en zelfs niet toen hij ondanks het verleden van zijn vader, officier bij de koninklijke landmacht kon worden en zich daardoor al behoorlijk gerehabiliteerd voelde. Nee, de échte bevrijding kwam door zijn vrouw die hem 'als mens de moeite waard vond'.

Dicks vader kreeg na de oorlog twintig jaar gevangenisstraf nadat aanvankelijk de doodstraf was geëist. Zijn broer was in 1944 als SS-vrijwilliger in Rusland gesneuveld. Dick Woudenberg studeerde Duitse taal- en letterkunde in Amsterdam en werd leraar Duits. Veel later werd hij ten slotte pedagoog en psychotherapeut. De verwerking van de traumatische ervaringen van kinderen van onder meer NSB'ers waardoor zij een 'verloren jeugd' hebben gehad, heeft hij tot zijn levenswerk gemaakt. Bijna vijftien jaar was hij voorzitter van de werkgroep Herkenning in Amsterdam die op de bres staat voor de geestelijke belangen van de circa tweehonderdduizend NSB-kinderen voor wie de bevrijding laat kwam of nog altijd op zich laat wachten. Eind vorig jaar werd de werkgroep door de overheid erkend en krijgt zij subsidie.

De relaties met andere belangenverenigingen - voor kinderen van verzetsdeelnemers, vervolgden of van collaborateurs die ook een 'verloren jeugd' hebben gehad - zijn betrekkelijk goed. Maar in de loop van het jaar, als de maanden april en mei in het verschiet liggen, ontstaan er altijd weer grote tegenstellingen binnen de bevolking. Woudenberg wijt dat aan de 'meedogenloze manier' waarop er in Nederland herdacht wordt. Meedogenloos omdat als de herdenkingsdag in zicht is, het onderscheid tussen 'goed' en 'fout' altijd weer flink wordt aangewakkerd.

    • Frits Groeneveld