Slaapmidddeltjes voor een kleine Sebastiaan Bach

Voorstelling: Mijnheer Bach! Mijnheer Bach! door Speelteater Gent, vanaf 5 jaar. Tekst: Toon Tellegen. Regie: Eva Bal. Spel: Hèlen Suyderhoud, Hendrik van Doorn en Hans Wellens. Gezien: 29/1, Schouwburg Arnhem. Informatie: 00 32 9 2337000.

Johan Sebastiaan Bach schreef de muziek, Toon Tellegen de tekst en Eva Bal had de regie. Wie Mijnheer Bach! Mijnheer Bach! van Speelteater Gent gaat zien, ontkomt dus niet aan zekere verwachtingen. De Goldberg-Variationen, ontstaan om de slapeloosheid van een adellijke opdrachtgever te bestrijden, vormen de inspiratiebron voor de voorstelling. Niet kunnen (willen) slapen zal bij praktisch alle jonge kinderen herkenning oproepen: chronische dorst, monsters onder het bed, angst voor het donker, de loeiende wind, de dag van morgen en het onverstaanbare gepraat van volwassenen op de gang.

In navolging van Bach schreef Tellegen een aantal korte schetsen, die allemaal cirkelen rondom het zinnetje 'Amalia, ik kan niet slapen.' Kleine Sebastiaan zingt zijn liedje van verlangen met overgave en overtuiging. In haar prachtige rode jurk is Amalia toegewijd en onvermoeibaar in de weer met slaapverwekkende trucs. Ze verschijnt als storm die op Sebastiaans bevel gaat liggen en als lievelingstaart, waar echt van gehapt mag worden. Ze tovert welterustenbrieven en slaap in verschillende kleuren tevoorschijn en ze brengt troost na een nare droom. In de slotscène blijkt veilig met de armen om elkaar heen onder een deken wegkruipen toch wel het ultieme slaapmiddel.

Variëren op een thema is Tellegen op het schrijverslijf geschreven. In zijn veel geroemde dierenverhalen en ook in het onlangs verschenen Twee oude vrouwtjes doet hij niet anders. Ook het toneel biedt hij onverwachte gebeurtenissen, wonderlijke gedachtenkronkels en zorgvuldig gekozen woorden, maar echt theater wil het niet worden. Hoe energiek er ook wordt rondgesprongen en hoe merkwaardig er ook in slaap gevallen wordt, het blijft statisch. Er gebeurt te weinig dat de teksten overstijgt. Jammer genoeg heeft zelfs Bach daar nauwelijks iets aan toe voegen, onder de handen van een weinig getalenteerde pianist. Hij kan prachtig kaarsen aansteken, maar de variaties die hij aan de al bestaande dertig meende te moeten toevoegen, klinken als opus één van Thijs van Leer. Zo is een prachtig idee blijven steken in te veel Tellegen, te weinig Bach en vooral te weinig Bal.