Lazar Berman speelt Liszt zoals het hoort

Concert: Lazar Berman, piano. Gehoord: 29/1 Concertgebouw Amsterdam.

'Grote God', verzuchtte gravin Marie d'Agoult, toen Liszt haar in 1835 voorstelde samen op reis te gaan. 'Jouw God is niet mijn God. Er bestaat slechts één God, de God van de Liefde', reageerde haar minnaar. Op dat moment besloot Marie d'Agoult haar echtgenoot en kinderen in de steek te laten voor haar grote passie, de beroemdste pianovirtuoos van de 19de eeuw.

Vier jaar zwierven Liszt en zijn minnares door Zwitserland en Italië, een periode die muzikaal zijn weerklank vond in de pas in 1858 uitgegeven Années de Pèlerinage. In het eerste boek verwerkte Liszt vooral zijn indrukken van de Zwitserse natuur, in het tweede boek verklankte hij de emoties die de Italiaanse kunst bij hem opriep. Maar de verhouding tussen Liszt en zijn gravin bleek minder vruchtbaar. Zij werkte op zijn zenuwen en Liszt wilde zijn vrijheid terug. De definitieve scheiding liet nog zes jaar op zich wachten, maar de romantische passie was voorgoed voorbij.

Uiterlijk is er nauwelijks een groter contrast denkbaar dan tussen Liszt in zijn 'Wanderjahre', de elegante, slanke en aristocratische hemelbestormer van nog geen dertig jaar oud, en de corpulente, sjofel geklede 64-jarige Russische pianist Lazar Berman, wiens carrière een bijzondere affiniteit met Liszt verraadt. Maar innerlijk lijkt Berman welhaast een reïncarnatie van Liszt, want zodra hij zich op diens complexe partituren stort lijken ook op hem de woorden van toepassing waarmee de Berlijnse muziekcriticus Rellstab Liszt typeerde: 'De gemoedsbewegingen van zijn spel worden gemoedsbewegingen van zijn ziel waarin de hartstochten hoog opgelaaid zijn...'

Tijdgenoten van Liszt roemden behalve zijn duizelingwekkende virtuositeit en zijn vermogen om duizenden kleuren en nuances in de muziek aan te brengen, het 'improvisatorische' karakter van zijn vrijgevochten pianospel, dat altijd verrassend klonk. Wanneer Berman zich met Liszt inlaat, krijgt zijn pianospel als vanzelf soortgelijke kwaliteiten: weergaloze virtuositeit, gekoppeld aan een unieke gave voor het verklanken van steeds wisselende stemmingen en emoties, met een toucher dat ook in de moeilijkste passages teder en melancholiek blijft zingen.

Zo bracht Berman via Liszt de kunst van Raphaël (Sposalizio), Michelangelo (Il Penseroso), en Dante (Après une lecture de Dante) tot klinken, waarna hij in Liszts Venezia e Napoli op treffende wijze het Italiaanse belcanto parafraseerde. Maar het hoogtepunt van de avond was Bermans weergaloos opgebouwde vertolking van de Sonate in b, waarin het 'improvisatorische' volmaakt samenvloeide met de klassieke wetten van helderheid, harmonie en proportie.