Imam-opleiding voor scholieren; 'Wij islamitische scholen kweken geen fundamentalistjes'

AMSTERDAM, 30 JAN. Middelbare scholen krijgen de mogelijkheid een imam-opleiding te beginnen voor hun HAVO- en VWO-leerlingen. Staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) hoopt met de opleiding tot islamitisch voorganger te voorkomen dat moslimjongens na de Nederlandse basisschool kiezen voor een vervolgstudie in het buitenland, vooral Turkije.

Dit maakte Netelenbos gisteren bekend op een debat over islam en onderwijs in het Amsterdamse Soeterijntheater. Ze stuurt hierover begin deze week een brief naar de Kamer.

Het departement is niet van plan de opleidingen te bekostigen, in plaats daarvan zal aan de ouders van de bewuste leerlingen een hogere bijdrage worden gevraagd. Naar analogie van de joodse Cheiderschool in Amsterdam, die 13 lesuren per week heeft ingeruimd voor een talmoedopleiding, kunnen scholen de uren geven in hun zogenoemde vrije lesruimte en na schooltijd. Docenten voor de imam-opleiding zouden bij voorkeur betrokken moeten worden van de lerarenopleiding islam, die komend studiejaar begint aan de Hogeschool Holland in Diemen.

“Tot mijn schrik zie ik steeds meer jongens op hun twaalfde vertrekken naar Turkije om daar tegen exorbitant hoge bedragen ongeveer zeven jaar lang een imam-opleiding te volgen”, motiveerde Netelenbos haar voornemen tegenover een gehoor van ongeveer honderd aanwezigen. “Allemaal denken ze dat ze daarna weer volop kunnen meedraaien in Nederland. Dat is een misvatting. Ik zie het daarom als onze taak deze opleiding op Nederlandse scholen te beginnen.” De staatssecretaris rekent vooral op animo bij middelbare scholen uit grote steden als Rotterdam, Utrecht, Amsterdam en Groningen, waar grote groepen moslims wonen.

In het theater klonk na de aankondiging applaus op, maar meer dan een verplicht nummer was dat niet. Liever gingen de aanwezigen met elkaar in debat over het nut van islamitische scholen. Nederland telt inmiddels ongeveer 30 islamitische basisscholen, van islamitische middelbare scholen is het nog niet gekomen omdat het minimum aantal leerlingen niet wordt gehaald. Slechts vijf procent van de gelovige moslim-ouders stuurt zijn kind naar een islamitische basisschool.

Dat is geen wonder, betoogden diverse sprekers, veel ouders hebben ambivalente gevoelens over een islamitische school: Worden de leerlingen er niet te veel geïsoleerd? Leren ze er wel goed Nederlands als ze na de les op de gang met elkaar in hun moerstaal praten? Zijn de lesmethoden wel goed en, belangrijker: schiet de kwaliteit van docenten niet tekort? Bovendien zijn er ook openbare scholen die hun twee uur godsdienstonderwijs per week besteden aan islamitisch onderwijs, al zijn dat er nog veel te weinig vonden de aanwezigen. Ibrahim Spalburg van de Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond wist de oplossing: “Vier jaar geleden gaven we dertig uur godsdienstles op de openbare basisscholen in Rotterdam, dit jaar dankzij financiële steun van de gemeente 137 uur.” Tot de staatssecretaris: “Kunt u gemeenten niet stimuleren het Rotterdamse voorbeeld te volgen?”

Samen met coördinator R. Rahman van de Amsterdamse islamitische basisschool 'As Soeffah' (“wij isoleren niet, ik heb 20 nationaliteiten in huis”) is Spalburg een verklaard voorstander van islamitische scholen omdat moslims zich ermee kunnen engageren om zo tegenwicht te bieden aan de betutteling in de Nederlandse samenleving. Eigenlijk is het niet anders dan in de jaren twintig toen de katholieken en protestanten hun eigen zuil stichtten, betoogde hij.

Maar volgens de Amsterdamse onderwijssocioloog R. Kabdan vergeleek Spalburg appels met peren. Moslims behoren in tegenstelling tot de katholieken en protestanten en masse tot de sociaal-economisch zwakkeren in Nederland waardoor het kader ontbreekt om de idealen te realiseren. Bovendien hebben de voortrekkers van de islamitische zuil volgens zijn stellige overtuiging politieke motieven. “Als u bedoelt dat wij als islamitische scholen fundamentalistjes kweken dan hebt u het mis”, fulmineerde onderwijzer Rahman, “maar ik begrijp u wel. U wilt scoren bij de Nederlanders.” Waarna staatssecretaris Netelenbos de gemoederen trachtte te sussen met de opmerking dat onderwijssocioloog Kabdan “toch wel een beetje” gelijk had. Ook zij vindt het geen goed idee dat een groep in min of meer dezelfde sociaal-economische positie samenklontert op een school. “Je moet je wel realiseren dat zaken als 'netwerking' de kansen van je kind vergroten. En ik heb de indruk dat zulke mogelijkheden op een islamitische school minder voorhanden zijn.”