Britten vertrouwen volte face van Gerry Adams niet

Panorama, BBC1, 22.30-23.15u.

Onder de titel Gerry Adams - The Man We Hate To Love brengt de BBC1-serie Panorama vanavond een als onthullend gepresenteerde reportage over de vraag waarom de leider van Sinn Fein zijn volgelingen heeft bewogen de gewapende strijd te beëindigen. Volgens verslaggever John Ware, maker van het programma, is Adams een oprechte vredestichter geworden en de beste kans op vrede sinds Ierland in tweeën werd verdeeld.

Adams is al jaren de boeman van de Britten. Margaret Thatcher legde radio en televisie een spreekverbod voor hem op, met als gevolg dat zijn woorden werden nagesynchroniseerd door een acteur. Engelse kranten schrijven dat de twee meest gehate woorden in het Engels 'Gerry Adams' zijn. En toen het spreekverbod werd opgeheven, grapte vrijwel iedereen dat de acteur hen liever was omdat Adams zo onverstaanbaar spreekt. Er moet kortom heel wat gebeuren, wil hij zich rehabiliteren en serieus genomen worden.

Zoals Panorama laat zien, is Gerry Adams een toonbeeld van de intelligente terrorist, die met zijn tijd meegaat en zich ontwikkelt tot staatsman-in-wording. Maar de Britten, verwikkeld in het oudste conflict binnen Europa, kunnen het niet opbrengen zijn volte face te vertrouwen. En Adams heeft tot nu toe geen sluitende verklaring gegeven, ook niet tegenover Panorama. Maar door zijn geschiedenis weer te geven, wekt John Ware wel de indruk dat Adams vanaf het begin doordrongen is geweest van de noodzaak om het belang van de bevolking te behartigen, of dat nu met geweld was of met politieke middelen. Dat hij ooit lid is geweest van een actieve IRA-unit, wordt beaamd door oud-IRA-lid John Kelly, maar die voegt eraan toe: “Zijn opstelling ten opzichte van militaire activiteiten zou zijn geweest, dat die een politieke doel moesten hebben.” En al op 23-jarige leeftijd wist hij de Britse ambtenaar Frank Steele te imponeren. “Ik verwachtte eerlijk gezegd een agressieve, keiharde jongen. Ik was aangenaam verrast toen er een knappe, overtuigende jongeman verscheen.” Maar de twee unionisten die hem in 1991 in het geheim spraken over een vredesakkoord en die hem “ruimdenkend” vonden, kunnen niet over de lippen krijgen dat ze hem ook aardig vonden.

Zijn hoge positie binnen de IRA maakt hem natuurlijk verantwoordelijk voor honderden doden, maar geeft hem ook de macht de IRA te beïnvloeden. Om die invloed kracht bij te zetten, heeft hij echter dingen gezegd en gedaan die het wantrouwen en de haat van de Britten aanwakkerden. In 1983, toen hij tot voorzitter van de Sinn Fein, de politieke tak van de IRA, werd gekozen, zei hij: “Ik ben blij een eerbetoon te kunnen brengen aan de vrijheidsvechters, de mannen en vrouwen van de IRA”, en hij verschijnt nog altijd op republikeinse begrafenissen.

Voor wie de Ierse stand van zaken in de kranten bijhoudt, is er weinig nieuws in het verhaal. Wie tussen de regels door leest, was zich al bewust van het spel dat Adams nu aan het spelen is. Het programma geeft echter een duidelijke samenvatting van de afgelopen drie decennia en levert tenminste één verrassing op in de vorm van Peter Brooke, oud-minister voor Noord-Ierland. Over het feit dat Adams de IRA tot een wapenstilstand kon bewegen, zegt hij: “Het was een kritische stap. Ik noem het een Rubicon. Adams leidde de IRA over die Rubicon. Dat was een moedige daad van leiderschap.” Brooke denkt dat de volgende stap van de Britten moet komen. Maar of John Major luistert, is zeer de vraag. Hij heeft per slot van rekening de unionisten nodig om zijn regering aan de macht te houden.