RONA kondigt acties aan tegen Betuwelijn

HOLTEN, 28 JAN. Het Regionaal Overleg Noordelijke Aftakking (RONA) gaat haar afdelingen oproepen tot acties tegen de Betuwelijn. Zo willen ze hand in hand met gemeenten en provincies de landelijke politiek dwingen tot gelijke behandeling van de regio's langs de nieuwe spoorverbinding voor goederenvervoer tussen Rotterdam en de Duitsland.

Dat heeft het RONA gisteravond tijdens een bijeenkomst in Holten verklaard naar aanleiding van het advies van de commissie Hermans over de Betuwelijn. “Het is schandalig dat die commissie zich heeft beperkt tot de Betuwelijn. Je kunt het deel van de spoorlijn tussen Zevenaar en Oldenzaal daar niet los van zien. Het komt er op neer dat je de begane grond van een huis bouwt zonder je te bekommeren om de eerste verdieping en het dak. Wij voelen ons als tweederangs burgers behandeld”, zo stelt voorzitter L. Kamps van het RONA.

Het RONA eist van het Rijk dat het voor de totale spoorlijn tussen Rotterdam en Duitsland een plan maakt waarin alle aspecten van milieu, geluidsoverlast en veiligheid aan bod komen. Kamps: “Dit betekent dat er langs het hele traject op vergelijkbare locaties dezelfde voorzieningen komen zoals ongelijkvloerse kruisingen, gescheiden passagiers- en maritiem goederenvervoer en geen gevaarlijke stoffen door of direct langs woonwijken.” Het RONA vreest dat de noordtak via bestaande railverbindingen gaat. Kamps: “Die zullen gaandeweg zo druk worden dat er elke achttien minuten een trein overheen gaat. De spoorlijnen zijn daarvoor niet geschikt. Zulk oneigenlijk gebruik is moreel aanvechtbaar.”

Degenen die langs de toekomstige noordtak wonen, beseffen volgens het RONA nog onvoldoende welke gevolgen het toenemende goederenvervoer per trein voor hen heeft. De voorzitter van het RONA betreurt het dat zijn organisatie niet mag meedoen aan het provinciaal en gemeentelijk overlegplatform over de noordtak.

De commissie-Hermans heeft zich niet uitgelaten over het tracé van de noordtak. “Dat paste niet in onze opdracht. Uit nader onderzoek moet blijken welke oplossing de voorkeur geniet: het gebruik van bestaande lijnen of de aanleg van een nieuw spoor via Oost-Gelderland”, verklaart mr. J. Hendrikx, Overijssels commissaris van de koningin, die deel uitmaakte van de commissie. (ANP)