Geen tempel, kasteel of paleis, maar een stadion

Amsterdam zorgt voor een treurig unicum: het Olympisch Stadion in de hoofdstad is het eerste olympische stadion dat wordt afgebroken. Zelfs het oerstadion in Olympia, duizenden jaren oud, bestaat nog. Het Amsterdamse stadion, gebouwd voor de Olympische Spelen van 1928, zal de 70 jaar niet halen.

Ook op een ander punt is het Olympisch Stadion recordhouder: het was in 1928 het eerste olympische stadion dat niet moest doorgaan voor een tempel, kasteel of paleis. Het is sowieso een van de eerste stadions ter wereld die werden ontdaan van overbodigheden en zich eerst en vooral als stadion presenteerden.

Architect Jan Wils vond dat de 'architectuur op sportgebied licht, luchtig, strak van lijn, lenig en gespierd, speels en toch zakelijk moet zijn'. Vooral aan de binnenkant hield hij zich aan zijn belofte van zakelijkheid. Hier heeft hij afgezien van elke vorm van bekleding en toont het beton zich zonder terughoudendheid. Maar aan de buitenkant heeft Wils het betonnen skelet afgewerkt met een miljoen bakstenen. Hier liet hij met zijn sterke horizontale accenten in de vorm van luifels en randen zien dat hij zijn verleden als De Stijl-lid niet was vergeten. Ook sporen van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright en van de Nederlander Berlage zijn er in te herkennen. Hierdoor vloekt het stadion niet met de stad, maar is het een passende afsluiting van Berlage's beroemde, ook door bakstenen geregeerde Plan-Zuid.

Het stadion werd uitgebreid met staantribunes met een ferme betonnen kraag. Die moesten daar komen via de prachtige betonnen trappen, die men wel vaker ziet bij gebouwen van de Nieuwe Zakelijkheid maar nooit in zulke aantallen als bij het Olympisch Stadion. Ooit waren deze trappen, zoals het hoort, blinkend wit, maar tegenwoordig zijn ze grauw, vervallen en troosteloos, zoals het hele stadion. Er heerst een grimmige Oosteuropese sfeer. Al tientallen jaren is er nauwelijks geïnvesteerd in het stadion. Alle plannen voor modernisering en renovatie, waarvan de eerste al in de jaren zestig ontstonden, hebben het uiteindelijk niet gehaald. Men heeft het gebouw, dat vorig jaar tot rijksmonument werd verklaard, laten verslonzen tot het zo bouwvallig werd dat men een record kon vestigen waarop Amsterdam niet trots hoeft te zijn.