Fluitje

De gondelbaan naar First, ruim boven de tweeduizend meter, werd druk gebruikt. Wie wou skiën kon verder met een sleeplift of een stoeltjeslift. Voor de onverbeterlijke wandelaar waren in de sneeuw speciale routes uitgespaard, voor zover althans niet gesloten wegens lawinegevaar.

Toen ik daar liep moest ik telkens blijven staan voor een bepaald geluid, een vaag soort vogelfluitje, een verre alpenkauw misschien.

Er waren inderdaad alpenkauwtjes te zien, maar hun geluiden klonken net even anders. Gemzen trouwens ook, wat lijviger dan 's zomers. De gebruikelijke marmotten kon ik me voorstellen in hun winterslaap. Maar hoe de vos (van afgelopen zomer) en de hermelijn (van de zomer daarvoor) zich hier in leven moesten houden - geen flauw idee. Zeker is alleen dat de natuurlijke relaties tussen hoog en laag ingrijpend zijn verstoord, want die verstoring ben jezelf, toerist.

Dat geluidje dus.

Het bleek te worden veroorzaakt door wrijving tussen de sneeuw en het ronde schijfje aan het einde van mijn telescopische wandelstok. Maar zelfs al wist ik dat, toch bleef ik telkens staan. Eerst keek ik naar de lucht, dan dacht ik pas: o ja, die wandelstok. Zo hoort het ook: reflexen eerst en daarna pas de logica.

Wat later op de dag, bij Waldspitz - twee cirkelende arenden in de zon. O jee, die twee, die ken ik al zo lang.