Met harddrugs valt 'normaal' te leven

ROTTERDAM, 27 JAN. Van de problematische harddrugsgebruikers weet eenderde na verloop van tien jaar weer een normaal maatschappelijk leven te leiden. Zij gebruiken dan nog incidenteel harddrugs. Eenderde wordt echt 'clean' en een even groot deel is na tien jaar verder verloederd, of dood.

'Ervaren ontwenners' hebben geleerd dat afkicken een proces is van herhaalde pogingen om te stoppen. Beginnende afkickers denken vaak dat ze in één keer clean moeten worden, maar dat lukt slechts een enkeling. Daarom moet in de voorlichting en begeleiding van drugsgebruikers 'ontwennen als proces' meer nadruk krijgen.

Dit is de belangrijkste aanbeveling van het onderzoeksrapport 'Zelfcontrole en ontwenning van harddrugs' dat vanmiddag op het ministerie van VWS door de onderzoekers is aangeboden aan directeur-generaal volksgezondheid dr. B. Sangster.

E.A.S.M. Cramer en dr. G.M. Schippers van de UNRAB (University of Nijmegen Group on Addiction Behaviors) onderzochten hoe een groep van hulpverleners, (ex-)drugsgebruikers en gedetineerde drugsverslaafden reageerde op het voorlichtingsboekje voor afkickers (ontwenners) dat Cramer c.s. schreven. Het boekje, 'Het Afkickproces. Een spiraal naar boven' beschrijft wat ontwenners kunnen verwachten.

Onderzoekster Cramer: “Voor een ex-drugsgebruiker is clean-zijn aanvankelijk het paradijs. Maar na verloop van tijd valt dat tegen. Alle ex-drugsverslaafden die wij hebben gesproken wilden uiteindelijk een baan, een mooie vrouw en kinderen. In de praktijk worden hun dromen zelden gerealiseerd, zodat het moeilijk valt om clean te blijven. Sommigen komen dan op gereguleerd gebruik uit. De een gebruikt alleen als hij zich depressief voelt, een ander dan juist niet en alleen in het weekend of als hij genoeg geld heeft. Daarin verschilt iedere gereguleerde gebruiker.”

In het voorlichtingsboekje worden leefregels geschetst om de zelfcontrole te versterken. Cramer: “We zien de laatste jaren dat steeds minder hulpverleners en beleidsmakers harddrugsverslaving als een chronische, bijna ongeneeslijke ziekte beschouwen. Tegenwoordig worden harddrugsverslaafden op hun leermogelijkheden en eigen verantwoordelijkheid aangesproken.”

In de literatuur worden de afkickers vaak onderscheiden in drie groepen: de plotselinge stoppers; de mensen die langzaam de scene uitgroeien en de worstelaars die veel moeite hebben met stoppen. Vooral de laatsten staan bij de hulpverleners op de stoep.

Cramer: “Verslavingsonderzoekers weten eigenlijk alleen iets over drugsgebruikers die juridische, sociale of persoonlijke problemen kregen en die in de gevangenis of bij hulpverleners terechtkwamen. Hoe het drugsgebruikers vergaat die niet met de hulpverlening in aanraking komen is nooit onderzocht.”

Uit het onderzoek van Cramer en Schippers blijkt dat de drugsgebruikers en hulpverleners het voorlichtingsboekje een handig hulpmiddel vinden om inzicht te krijgen in het afkickproces. Cramer: “Het werd door bijna alle harddrugsgebruikers die het kregen gelezen. Het bood een steuntje in de rug. Wij denken dat we de gebruikers er rijper mee maken voor verandering. We lijken er ook in te slagen een paar mythen te ontkrachten. Ten eerste het idee dat je om uit de problemen te komen per se moet abstineren. Ten tweede dat een paar keer terugvallen niet zo dramatisch is als wel wordt voorgesteld. Er wordt een begin gemaakt om het kleine beetje zelfcontrole dat iedere gebruiker toch nog heeft te ontwikkelen. Vaak volgen ze verschillende therapieën voor ze er aan toe zijn om te stoppen, of voordat ze de therapie vinden die bij hen past en succes heeft. Hulpverlening heeft effect, al is het niet groot. Veel kleine interventies zijn volgens ons doeltreffender dan een grote.” De onderzoekers adviseren in hun rapport om het boekje op ruime schaal onder harddrugsgebruikers te verspreiden. Het boek is in de boekhandel verkrijgbaar.