Excessennota herdrukt

In NRC Handelsblad (13 januari) konden wij lezen dat de Staatsuitgeverij en drukkerij (SDU) het rapport over de excessen uit 1969, de zogenoemde Excessennota, opnieuw gaat uitgeven. Dat lijkt mij een voortreffelijke gedachte, al was het maar omdat het nationale debat over Indië althans voor dit punt zo meer op de feiten dan op vooropgezette meningen kan worden gestoeld. Dat kan in een discussie nooit kwaad. Onjuist is echter de gelijktijdig gedane mededeling dat de nota, met haar vele bijlagen, geschreven zou zijn door de Rijkscommissie voor Vaderlandse Geschiedenis in opdracht van het toenmalige kabinet-De Jong. Met die opdracht werd de Coördinatiegroep Indonesië 1945-1950 belast; een speciaal daartoe in het leven geroepen ambtelijke, interdepartementale, commissie onder voorzitterschap van mr. E.J. Korthals Altes. Als jong ambtenaar bij Justitie en als enige historicus in dit gezelschap mocht ik als secretaris fungeren. Dat betekende dat, zoals het secretarissen vaker vergaat, ik de nota ook grotendeels mocht schrijven. Voor dat karwei ben ik toen enkele maanden vrijgesteld. Zo werd door mij het uitvoerige excessenoverzicht, na een haastige rondgang door de archieven, opgesteld en als bijlage aan het rapport toegevoegd. Een persoonlijk secretariaatsarchief met (doorslagen van) de verslagen van alle vergaderingen van de coördinatiegroep, ambtelijke nota's etc., is nog in mijn bezit.