'Drie keer heb ik geprobeerd haar naam te schrijven'

In het nieuwe jaar staan veel mensen voor ingrijpende veranderingen in hun leven. Trouwen, scheiden, kinderen krijgen. Een nieuwe baan, een eerste baan, van school of juist met pensioen. Een serie persoonlijke gesprekken.

“Nu al is Shahana echt onze dochter. Ons Shahanneke. We hebben alleen nog maar een foto van haar, maar toch is ze niet meer inwisselbaar. Ze is het allermooiste kind van de wereld. Als het nu niet doorgaat, zou dat rouw betekenen.”

Thea Hofmans (36) en Wil Gooren (38) kunnen ieder moment te horen krijgen dat hun adoptie-dochter uit India eraan komt. Thea is schoolbegeleidster, Wil sociaal-wetenschappelijk onderzoeker. Samen konden ze geen kinderen krijgen. Stapels formulieren en vierenhalf jaar wachten zijn voorafgegaan aan de komst van deze dochter. De babykamer is klaar nu. Op de wc-kalender staat de nieuwe naam twee maal: op 28 augustus - haar geboortedatum - èn op 9 december. Dat was de dag waarop de dame van de Vereniging Wereld Kinderen belde met de mededeling: 'Gefeliciteerd, jullie hebben een dochter. Haar naam is Shahana'.

Hij: “Normaal gesproken is een kind krijgen iets heel intiems, maar dit is een openbaar proces. Het begint met een brief aan Justitie. Dan krijg je na verloop van tijd iemand van de Raad van de Kinderbescherming over de vloer om een gezinsrapport op te stellen. Alles wil die van je weten. Wat wij van elkaar denken, hoe we elkaar als vader en moeder zien, hoe onze eigen jeugd is geweest. Wel honderd keer moet je aantonen dat je gezond bent en geen enge ziektes hebt. Pas dan kun je je inschrijven bij een adoptiebureau.”

Zij: “Dan moet je opeens de keuze maken voor een land. India sprak ons aan, maar dat was puur intuïtief. Eigenlijk maakt het niet zoveel uit. Je kiest omdat je kiezen moet. Voorkeur voor een jongetje of een meisje hadden we ook niet. Ik wilde alleen dat het kindje zo jong en zo gezond mogelijk zou zijn. Daarom hebben we ook zo lang moeten wachten. Als er een ziek kindje of een kindje met een hazelip beschikbaar was, dan werden wij opzij gelegd.”

Hij: “Net toen we vonden dat het wel erg lang duurde, ging de telefoon. Ik barstte in tranen uit. Dan krijgt ineens het verlangen een naam. Alles verandert. Je hele leven. Vanaf dat moment is er een tijd van voor Shahana en een tijd van na Shahana. Ik was volkomen hoteldebotel. Drie keer heb ik geprobeerd haar naam op te schrijven. Thea was op een symposium voor haar werk. Hoe ik er gekomen ben, weet ik niet meer, maar ik ben die zaal binnengestormd en ben haar om de nek gevlogen. 'We hebben een kind', heb ik gezegd, 'we hebben een kind'.”

Zij: “Allebei huilen. En weer zo'n intiem moment in een zaal met honderdvijftig mensen.”

“De foto van Shahana kwam een paar dagen later met de post. Is ze dat? Uren heb ik naar die foto zitten kijken. Op de kop, op zij, ondersteboven. Je wil haar meteen leren kennen. Geen idee hoe het werkt, het is volstrekt irrationeel, maar je gaat je meteen met haar identificeren. Ik vond zelfs dat ze op mij leek toen ik klein was.”

Hij: “Je stelt natuurlijk andere verwachtingen dan andere ouders. Maar dat is ook heel bevrijdend. We stappen er blanco in. We moeten haar leren kennen. Het is een grote verassing: wie zal ze zijn? Ik hoop dat ik in staat ben haar op een goede weg naar de volwassenheid te begeleiden.”

Zij: “Onze eerste zorg nu is dat ze zich aan ons hecht. Daar moeten we ons best voor doen.”

Hij: “Als ze in Nederland aankomt, heeft ze net een scheiding achter de rug. Ze komt uit een tehuis en moet zich nu aan ons hechten. Daarom zullen we de kraamvisite ook anders organiseren dan andere ouders. Veel bezoek is niet goed voor het hechtingsproces.”

Zij: “Niemand zal haar mogen oppakken, alleen wij. Wij zijn haar pappie en mammie. Dat moet ze weten. Hier is haar nest.

“Als ze straks een puber is zal ze natuurlijk nieuwsgierig worden naar haar identiteit. Dat zijn alle pubers. Maar laat de problemen maar komen zoals ze komen. We gaan ervoor. Wel zullen we proberen haar assertief op te voeden, haar leren van zich af te bijten. Als je bij een ander kind zou zeggen: 'hou nou eens even je grote mond', denk je bij haar misschien eerder: 'goed zo meisje, kom maar voor jezelf op'.”

Hij: “Gelukkig gaat mijn zus mee naar Schiphol. Die heeft vier kinderen. Ja, want dan sta je daar aan die slurf van dat vliegtuig te wachten en krijg je opeens je kind in handen. Dan moet jij ervoor zorgen. Wel handig als iemand dan vertelt hoe je een fles moet vasthouden.”

Zij: “Ik krijg ook geen kraamhulp. De kruisvereniging wil geen wijkverpleegkundige sturen. Maar voor mij is het net zo onwennig als voor iemand die zwanger is. Ik weet ook niets. 'Komt u maar langs als het kind er is', zeiden ze. Nu ga ik maar een dag meedraaien met een vriendin die een zoontje heeft van een half jaar, net als Shahana.

“Eigenlijk wil je het ook laten zien he, dat je een kindje krijgt. Laatst was ik bij de tandarts die een röntgenfoto wilde maken. 'Bent u zwanger', vroeg hij. 'Nee', antwoordde ik, 'maar wel in verwachting'. Ja, wat denk je. Ik voel me ook trots.”