MEHDI BAZARGAN (1907-1995); Machteloze opponent van alle tirannie

De Iraanse ex-premier Mehdi Bazargan is gisteren, 87 jaar oud, in Zürich overleden. Hij was op weg naar de VS om daar een hartoperatie te ondergaan. Met hem is een zachtaardige idealist weggevallen, die politiek en Iraans nationalisme koppelde aan de shi'itische godsdienst, maar tevens elke vorm van extremisme verfoeide. Daarvoor werd hij zowel door de sjah, als diens opvolger, Imam Khomeiny, met gevangenis en huisarrest gestraft. Zonder resultaat, want hij was een moedig man, die niet naar geld of persoonlijke macht streefde en zich tegen elke vorm van tirannie verzette, ook als dat gevaar voor hemzelf opleverde. Hij was een tragisch man, die alles wat hij opbouwde, in het tegendeel zag veranderen van wat hij had nagestreefd.

Hij studeerde in Parijs thermodynamica, werd ingenieur en doceerde na zijn terugkeer aan de universiteit van Teheran. Maar toen premier Mossadeq in 1951 aan de macht kwam en de Britse oliebelangen nationaliseerde, werd Bazargan hoofd van de nieuwe Iraanse oliemaatschappij. Na de val van Mossadeq bleef Bazargan, samen met zijn atheïstische vriend en de latere premier Chapour Bakhtiar, nog een tijd in het Nationale Front, een mengeling van diverse groepen die Mossadeq tegen de sjah steunden.

In 1961 richtte Bazargan de Iraanse Vrijheidsbeweging op, die het shi'isme dacht te kunnen verenigen met politiek-liberale en vaag-socialistische ideeën. De beweging werd buitengewoon populair, met name onder de studenten, en dus door de sjah verboden. Maar Bazargan ging door: hij schreef boeken en predikte zijn ideeën in de moskeeën. De thans dictatoriale en intolerante Mujahedeen Khalq, die eveneens politiek en godsdienst onscheidbaar vinden, maar niet het opperste gezag van de islamitische rechtsgeleerde in alle zaken erkennen, stammen van Bazargans Vrijheidsbeweging af. Maar deze gewapende strijders, die Khomeiny aanvankelijk steunden, vonden Bazargan veel te compromis-bereid.

Mede dankzij Bazargans politieke strijd kon de Islamitische Revolutie de als almachtig beschouwde sjah van de pauwetroon stoten. Die overwinning werd meteen ook Bazargans politieke ondergang. Al een maand na zijn benoeming tot premier in februari 1979 verweet Khomeiny Bazargan en zijn technocratische ministers publiekelijk “dat zij denken alles van het Westen te moeten kopiëren”. Bazargan immers verzette zich tevergeefs tegen de willekeur van de revolutionaire comités en rechtbanken, die de hun onwelgevallige mensen vervolgden en hen, 24 uur na hun arrestatie, reeds executeerden. “U bent zwak, meneer, u moet sterk zijn”, concludeerde de Imam. Op zijn beurt vergeleek Bazargan zichzelf met een volkswagen en Khomeiny met een bulldozer.

Bazargan kon protesteren wat hij wilde tegen de toenemende rechtsverkrachting, hij bleef machteloos. Zoals hij later zei: “ik had een mes in mijn hand zonder kling, met alleen een schacht”. Want de Imam vernederde Bazargan en zorgde ervoor dat deze geen van zijn ideeën of geplande maatregelen kon uitvoeren. Hij wilde zijn premier geen enkel stukje macht geven, ook al omdat deze te veel twijfel koesterde over het door Khomeiny geïntroduceerde principe van de Velayat Faqih, het opperste gezag van de hoogste islamitische rechtsgeleerde, dat Khomeiny grondwettelijk absolute macht gaf.

In november 1979 trad Bazargan af, weggevaagd door de Islamitische Revolutie, die nu in een nieuwe, ècht revolutionaire fase belandde. De door Khomeiny persoonlijk aangemoedigde en gesteunde bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran en de gijzeling van de Amerikaanse diplomaten gaven het groene licht aan die elementen die Iran wilden zuiveren van alles wat naar Westerse cultuur in Iran riekt. Bazargan werd, getrouw aan de shi'itische beginselen, weer de eeuwige opposant tegen de overheid. In 1986 waagde hij het Khomeiny openlijk te beschuldigen van “despotisme, in strijd met de islam, de Koran en de grondwet”, omdat deze bleef weigeren een eind te maken aan de oorlog met Irak. Ook daarna, toen de dictatuur steeds scherper optrad tegen Bazargan en zijn partijgenoten - hoewel minder hard dan tegen andere opponenten - bleef hij protesteren tegen de politieke onvrijheid en de verkrachting van de mensenrechten.