Je geld en je leven; Frenkie, Sanny en De Bende van Venlo

Twee jongens blijken hoofdverdachten te zijn van een reeks afpersingen, moorden en diefstallen, toegeschreven aan De Bende van Venlo. 'Kamper' Frenkie vond een trouwe makker in de twee jaar jongere Sanny, afkomstig uit een gegoed milieu. Tijdens carnaval hosten de boezemvrienden in gorilla-pakken door de straten, inbreken en roven deden ze zonder vermomming. Ze lieten tòch niemand achter die het kon navertellen. Reconstructie van een ontsporende vriendschap in het Klein-Chicago van Venlo.

Op carnavalsdinsdag 1994 belden Frenkie en Sanny samen met twee vrienden aan bij het echtpaar Van Rijn aan de Klagenfurtlaan in Venlo. Frenkie had een broodmes in zijn hand, Sanny een honkbalknuppel.

De gloed van de natriumlampen op het kruispunt bescheen de gevel van het huis - verder was het donker. Omdat er regelmatig pal voor hun huis auto's op elkaar botsten hadden de Van Rijns permanent een EHBO-trommel klaarliggen. Erg vreemd was het dus niet dat er op dit late uur nog werd aangebeld. Het kon iemand zijn die hulp nodig had.

De jongens op de stoep huiverden van de kou en van de kick. Tegen Frenkie's vriendinnetje Astrid, die in de Opel Record zat te wachten, hadden ze gezegd: “Het duurt niet lang.” Ze hadden toegangskaarten op zak voor café de Gouden Tijger en popelden om er een zotte nacht van te maken. In de verte klonk het getoeter van de joekskapellen uit de binnenstad. De boerenbruiloft was in volle gang, het klapstuk van de carnavalsweek, wanneer Venlo uitloopt in kielen, lefdoekjes en platte petten.

Voor de maskerade hadden Frenkie en Sanny twee identieke gorilla-pakken gehuurd. De avond tevoren waren ze uit geweest in Walibi, een betegeld, disco-achtig café. Met hun laagste stemmen maakten ze een bromgeluid, terwijl ze om het hardst op hun borst roffelden. De hele nacht hadden ze naar de meisjes geklauwd.

Sjeng (78) en Ferda (80) voelden zich te oud voor hoempapa en polonaise. Als komkommer- en augurkenteler in ruste mocht Sjeng nog graag in de tuinderskassen komen. Ferda was de taaiste van de twee. Door de week deed ze boodschappen bij de Spar en 's zondags schuifelde ze naar de H. Michaël-kerk voor de mis van kwart voor tien. Als ze lachte kon je zien dat ze haar eigen tanden nog had.

De woning van de Van Rijns lag tegen de 'steilrand' van de Herungerberg, in een iepenbosje waar alleen vleermuizen zich kunnen oriënteren. Sanny kende het huis van gele baksteen nog uit de tijd dat hij honkbalde bij de Mustangs. Op weg naar de sportvelden fietste hij er iedere dag langs. Maar sinds hij Frenkie had leren kennen was hij gestopt met honkbal: het meppen op zich was stoer maar voor de rest vond hij het een 'softe' sport. Zijn honinggele knuppel, die hij vroeger na ieder partijtje opwreef tot-ie glom, was een tweede leven begonnen en zat nu onder de butsen en putjes.

De Van Rijns zaten tv te kijken. Ferda, die beter ter been was dan haar man, stond op en liep voetje voor voetje naar de voordeur. Met een 'pop!' sprong de buitenlamp aan. Wijkagent Pierre Hafmans omschrijft de oudjes als oppassende burgers, die geloofden in de goedheid van de mens. “Als je bij deze mensen aanbelde voor een glaasje water, stonden ze zeker voor je klaar.”

Maar de bellers op de stoep vroegen niet om een glas water, ze kwamen voor de 35.000 gulden die Ferda in een weckglas in de kelder had verstopt. Frenkie en Sanny waren over 'het spaarpotje' getipt door Kuuk, een oom van Frenkie. De vraag is: Hoe wist Kuuk, een aan lager wal geraakte tegelzetter, wat de acht volwassen kinderen Van Rijn niet wisten? Zelfs de thuiswonende Jan, die op dat moment als boer verkleed rondzwierf in de stad, kon de politie niet vertellen of er geld in huis werd bewaard. Maar van alle vragen die Venlo bezighouden (Waarom de Van Rijns? Waarom tijdens carnaval?) is dit nog altijd de grootste: Waarom zo wreed?

Dubbelleven

Sjeng en Ferda van Rijn zouden de laatsten zijn in een reeks slachtoffers van 'De Bende van Venlo'. Tussen carnaval '93 en carnaval '94 hebben de gangleden minstens acht keer dodelijk toegeslagen. Niemand had gedacht dat Frenkie bij alle acht en Sanny bij drie van de moordzaken betrokken zou zijn. Sanny's vriendinnetjes hebben nooit iets van een dubbelleven gemerkt, of het moet zijn dat hij in de maanden voor zijn arrestatie “altijd wel een paar flappen van honderd” op zak had. De meiden zaten giechelend op de achterbank als ze in de bossen bij het Zwarte Water gingen scheuren. Wisten zij veel dat Frenkie en Sanny hier soms schietoefeningen hielden met een Beretta-pistool. Dat Frenkie samen met zijn broertje Dennis (14) een paar Turken in het bos zou hebben geëxecuteerd en begraven. Of dat Frenkie 's nachts de bijnaam Toni Montana had - de gangster uit de film Scarface.

Tot zijn vijftiende, zestiende leek Sanny een heel gewone jongen. Hij zat op het atheneum van het plaatselijke Thomascollege. Wiskunde vond hij leuk, omdat het 'logisch' was, maar honkballen deed hij liever. Hij was een van de meest getalenteerde werpers van de Mustangs.

Spijkerbroek, sneakers, baseballpet - dat was Sanny. Als hij geen wedstrijd of toernooi had, speelde hij slagman en pitcher met het meisje van de autorijschool. 'Zus' of 'zusje' noemde hij haar. “Sanny had vanghandschoenen en twee knuppels, een van aluminium en een van hout”, weet ze nog. Soms stond hij zomaar midden op de weg stil. Dan boog hij zich licht voorover en keek door zijn oogharen naar de horizon. In gedachten hield hij een knuppel in de hand, zwaaide het ding naar achteren en sloeg een home-run om van te dromen.

Geen twijfel dat Sanny een gevoelige jongen was. Hij had alle cd-tjes van Fleetwood Mac. Thuis - hij woonde 'op kamers' in een schuur in de tuin, een paar honderd meter van de Van Rijns - gaf hij 'gave' feestjes. “Hij zag er best wel goed uit”, zegt z'n meisje van toen, die zich herinnert hoe lief hij was toen ze bij wijze van proef driekwart liter bessenjenever achterover had geslagen. “Sanny, er gebeurt niets!” riep ze, maar het volgende moment viel ze om. Met zijn pezige armen hees hij haar op bed en terwijl zij daar zo lag, begon hij zachtjes te zingen: “Oh, my darling, time can do so much...” - het lied uit de film Ghost waarop ze voor het eerst hadden gezoend.

Zijn moeder (een bejaardenverzorgster) en zijn stiefvader (een chirurg) lieten hem vrij, zó vrij dat Zus achteraf zegt: “Hij werd aan zijn lot overgelaten.” Samen kwamen ze van kinds af aan bij haar buurman over de vloer, een vrachtrijder van wie verder niemand wist dat het Sanny's biologische vader was. Dat was zijn best bewaarde geheim. 's Middags hingen Zus en hij vaak rond tussen de lesauto's in de garage van de rijschool, of ze gingen portemonneetje trekken bij de bushalte. 's Avonds deden ze spelletjes. Zus en de buurman hadden een voorkeur voor 'Yatzee', maar Sanny speelde liever 'Levensweg'.

Op de vraag wat hij later wilde worden zei hij zonder aarzelen: “Advocaat.” Net als de broer van zijn moeder. Zijn wiskundeleraar, bij wie hij altijd de Donald Duck kwam lezen, zegt dat Sanny's ambitie voortkwam uit zijn zucht om te schitteren. “Hij had een enorme geldingsdrang. Op het honkbalveld gedroeg hij zich als een solist en een macho, alsof hij wilde zeggen: Let op, ìk ben hier aan het presteren.”

Sanny mocht in de vakantie graag met zijn geheime pa mee op de truck naar Oostenrijk of Italië. Liever nog zat hij bij hem achterop de motor. Zelf had hij een zwart met gele Puch, maar zodra hij achttien was, zou hij ook een motor kopen, dat stond vast. Er gebeurden echter twee dingen die zijn zekerheden doorkruisten: zijn vader stierf en - wat minstens zo noodlottig was - Sanny ontmoette Frenkie.

Frenkie, twee jaar ouder dan Sanny, had wat je noemt een reputatie. Tot ver buiten Venlo stond hij bekend als 'de smalle' (hij ìs smal), als een 'kamper' of 'reiziger', dat wil zeggen: een woonwagenbewoner, als 'een vent die jat als de raven' en als 'verkoper van nep Rolex-horloges'. Op de LTS was hij populair omdat hij twee keer was blijven zitten.

Zijn klasgenoten vertellen dat hij kon blozen als een tomaat. “Frenkie was vaak het pispaaltje. Hij liet zich makkelijk opnaaien”, weet een van z'n leraren nog. Hij voetbalde bij de Venlosche Boys, waar hij de naam had 'onbesuisd' te zijn. Zijn coach had vooral moeite met zijn gedrag na afloop van uitwedstrijden. “Het is een paar keer gebeurd dat hij in de kantine een Mars jatte. Als iemand er wat van zei, sprong hij op tilt. Dan sloeg hij alles stuk, de flipperkast, alles.”

Na zijn schorsing voor het seizoen '91/'92 is Frenkie niet meer bij de Boys teruggekomen. De laatste keer dat de trainer hem heeft gezien was bij de huldiging van FC VVV op een smoorhete dag in mei 1993, toen de Venlose club promoveerde van de eerste- naar de ere-divisie. Frenkie plensde in zijn blote kont door de fontein tegenover het station.

Na de dood van zijn vader was Sanny voorgoed gestopt met het maken van huiswerk. Nog bewaarde hij zijn geheim. Op zijn kamer hing een foto van zijn vader (zittend op een boomstam met een cowboy-hoed op - ergens in Amerika), maar als iemand vroeg wie dat was zei hij: “Dat is een oom van me.” Stap voor stap daalde hij af van het atheneum naar de Havo en de Mavo. Sanny ging van het roomse Thomascollege naar de Rijksscholengemeenschap en belandde ten slotte als onhandelbaar geval op de mbo-school Het Groenveld. In de zomervakantie van 1993 werd hij verwijderd van camping 'De Pekelingen' in Oost-Capelle omdat hij met zijn honkbalknuppel een fiets had vernield.

Eerder dat jaar had hij Frenkie leren kennen op de Madson-club, een dansschool aan het spoor naar Duitsland. In het weekeinde kwamen ze kijken naar de aerobic- en de rock 'n' roll-lessen. “Sanny ging sjieke pantalons dragen en een gouden ketting met grove schakels, net als Frenkie”, zegt Zus. Z'n gympies verruilde hij voor bordeelsluipers. Als ze hem tegenkwam in de stad, keek hij weg “alsof hij zich voor me schaamde”. Nog één keer kwam hij op de rijschool; in het holst van de nacht, om samen met Frenkie een antieke dekenkist met Delfts Blauw te stelen.

Jointje

Begin juni 1993 was er iets raars aan de hand met Frenkie. Venlo vierde zijn 650-jarig bestaan met een superkermis op de Maasoever, een songfestival en een poging van Ton Sijbrands om het wereldrecord blind simultaan dammen te verbeteren. Frenkie en Sanny hadden twee meisjes opgepikt om de reuze-achtbaan uit te proberen, maar eerst zouden ze crossen en blowen.

Frenkie zat achter het stuur, terwijl Sanny de volumeknop van de radio zo ver open draaide dat de carrosserie meetrilde op het ritme van de house-muziek. Na afloop reden ze via de loempia-tent op de Leutherberg naar het meertje bij Bovenste Molen, waar ze de stoelen achterover zetten en een jointje rookten. Het rare was dat Frenkie ineens niet meer naar de kermis wilde, hij kòn er niet heen. “Als ik die Turken tegenkom gaat het mis. Dan wordt het schieten”, zei hij.

De meisjes achterin hadden niets gevraagd, dat leek ze beter zo. Ze wisten niet dat Frenkie ingeschakeld was bij een afrekening in het Venlose drugswereldje, die zich elk moment kon voltrekken. Het slachtoffer, de 23-jarige Ibrahim Karaca, had toen nog twee weken te leven. Ibrahim werkte in coffeeshop Number one, maar werd op straat gezet toen er op een dag hasj en wiet was verdwenen. Hij beweerde dat de partij (ter waarde van 8000 gulden) was gestolen, maar de eigenaar voelde zich 'geript' en eiste een vergoeding.

Mustafa Bozaslan, die voor het CDA in de gemeenteraad zit, kende Ibrahim van het Turks Centrum aan de Straelseweg. “Ibrahim wilde heftig leven. Hij was voor de duvel niet bang”, vertelt Bozaslan, die vaak met hem kaartte. In café Istanbul was Ibrahim nog gewaarschuwd: “Wij gaan jou doodmaken”, had de coffeeshophouder gezegd.

Toen hij op de avond van 18 juni naar huis liep werd hij klemgereden door drie auto's met in totaal vijftien inzittenden. Ze plukten hem van de straat en namen hem mee naar het industrieterrein aan de Maas. Onder de vijftien bevonden zich Frenkie, zijn vriendin Astrid, dezelfde die later in de Opel voor het huis van de Van Rijns zou wachten - en zijn broertje Dennis. Verder bestond de kring uit Turken, onder wie drie of vier illegalen. De meeste getuigen zeggen dat Frenkie schoot, maar zelf ontkent hij iedere betrokkenheid.

Ze lieten Ibrahims lichaam liggen op een asperge-bed achter een gebouw van Océ-van der Grinten. De schutter zat echter met een probleem: er waren teveel getuigen. Vooral de drie of vier illegalen vertrouwde hij niet, omdat niemand ze echt kende. Frenkie en zijn vrienden vroegen zich af wat te doen. Een voor een zouden de Turken de volgende dagen zijn opgepakt, in de kofferbak geduwd en in de bossen bij het Zwarte Water geliquideerd. Hun lijken zijn ondanks verwoed graven, dreggen en duiken tot nog toe niet gevonden.

Ring

Met de moord op Ibrahim en de drie of vier naamlozen had De Bende van Venlo voor het eerst van zich laten horen. Sanny was er toen nog niet bij. Hij moest nog worden 'ingewijd'. In alle opzichten richtte hij zich naar zijn nieuwe vriend, die veel meer durfde dan hij. Eerst liet Sanny een 'matje' groeien, daarna ging hij mee inbreken, afpersen, 'potenrammen', brandstichten en auto's stelen. Ook in zijn nieuwe rol als 'partner in crime' keek Sanny huizenhoog tegen De Smalle op. “Hij was horig aan Frenkie”, beweert Sanny's oom en advocaat. Frenkie zou eens zijn pistool tegen het hoofd van zijn compagnon hebben gezet. “Om hem te straffen voor ongehoorzaamheid heeft hij ook een keer een ring uit Sanny's oor gerukt”, vertelt de raadsman.

Sanny's moeder zegt al die tijd niets te hebben gemerkt. Wel vond ze op een dag een vlindermes op zijn kamer. “Je brengt het naar de politie, anders doe ik het!” had ze gezegd. Maar omdat Sanny nooit deed wat zijn moeder hem vroeg, had ze het zelf op het wijkbureau ingeleverd. “Onbegrijpelijk”, vindt ze het. Niemand vermoedde dat haar zoon in staat zou zijn mensen te vermoorden. Een ex-vriendinnetje kan en wil het niet geloven. “Sanny, wat is er met je gebeurd?” schrijft ze in een brief. “Is het waar wat de kranten over je schrijven?”

Als koppel waren de twee zo onafscheidelijk dat het haast leek of ze in de Opel Record van Frenkie wóónden. Tot hun arrestatie in mei 1994 hingen ze dagelijks rond op de hoek van de Van Postelstraat en de Hogeweg, het hart van de volksbuurt Het Genooi. In de volksmond heet deze wijk van rijtjes zouteloze laagbouw Klein-Chicago. Na zonsondergang is het voor de meeste Venloërs een No Go-area.

Ruhrgebied

Niet alleen de rafelrand van flats, kassen en industrie, nee, heel Venlo heeft iets grimmigs. Op de kaart hangt de Hanzestad als een luie spin in een web van spoorbanen, autowegen en een rivier. Welbeschouwd ligt de stad niet aan de rand Nederland, maar aan die van het Ruhrgebied. “Hier achter het stadhuis waan je je in Duitsland”, zegt burgemeester John van Graafeiland. “Alle waar wordt in het Duits aangeprezen en het betaalmiddel is de Duitse mark.”

In de gemeentebrochures heet Venlo het logistieke knooppunt van Europa. Overslag, transport, handel. Een containerstad met een hart van bruine kroegen waar het van de burgemeester 'alle dagen kerst' mag zijn. Maar na zessen zijn de winkelstraten uitgestorven, de feestverlichting zwiept in de wind en een kluitje Marokkaanse dealertjes maakt de straathoek bij McDonalds onveilig. Veel Venloërs geven de schuld aan de geografie, maar ontkennen niet dat hun stad ruige trekjes heeft. Vroeger, toen de grens met Duitsland nog een echte grens was, had je smokkel; nu heb je coffeeshops, junkies en drugtoerisme.

“Er lopen allerlei nationale en internationale drugslijntjes van en naar Venlo”, zegt David van Delft, officier van justitie in de zaak van het tuindersechtpaar Van Rijn. De lokale economie is volledig in de ban van de drugs. Omdat de hennepteelt zo aantrekkelijk is, zijn meer dan honderd tuinders voor de verleiding gezwicht. “Venlose wiet is beter dan Turkse”, zegt Van Delft. “De Maasoever is zeer geschikt voor de teelt van eigen bodem.”

Het CDA-raadslid Mustafa Bozaslan (geboren in Turkije, opgegroeid in Venlo) zegt dat zijn stad in de jaren tachtig verslaafd is geraakt aan “het snelle geld van de drugshandel”. De Turkse familie Köksal legde met haar coffeeshops de basis voor een lokaal imperium dat zich uitstrekt van slagerijtjes en sportscholen tot de discotheek House Palace. Bozaslan: “Iedereen zocht lege panden om coffeeshops te beginnen. De prijzen schoten omhoog. Ik heb toen gedacht: dit loopt uit de hand. Er gaan doden vallen.”

Tientallen coffeeshops heeft burgmeester Van Graafeiland laten dichtspijkeren, met als gevolg dat de handel zich naar Het Genooi heeft verplaatst. Het middelpunt van dit tweede stadscentrum is de hel verlichte 'Friture' en tien identieke huisjes met hoeren in het vensterraam. De Venlose madammen, die vroeger stonden te strijken achter de sanseveria's, zijn vervangen door vrouwen uit verre landen die met blauw neonlicht hun lingerie accentueren.

Het broeit in Het Genooi, alsof het er altijd een beetje carnaval is. In een perkje gemeentegroen onder een lantaarn liggen twee winkelwagentjes van Dirk van den Broek. Turkse en Marokkaanse jongens met een zwaar Limburgs accent gidsen Duitse toeristen door het wereldje van seks en drugs. Tuurlijk kennen ze Frenkie, “die met die scheve neus”, en Sanny, z'n maatje.

Iedereen is wel eens door die twee opgelicht. Een jongen die Abdul zou kunnen heten had een Beretta-pistool van Frenkie gekocht. “Zo'n kleintje. Zes millimeter.” Bleek het een moordwapen te zijn waar de politie naar op zoek was! Op een dag in juni vielen tien agenten met kogelvrije vesten zijn huis binnen - Abduls vader zat net een waterpijp te roken. Hoewel ze het wapen niet vonden, werd hij geboeid afgevoerd. Vier dagen zat hij vast, tot ze zijn alibi hadden nagetrokken: Abdul zat ten tijde van de moord zelf in de gevangenis. Op verzoek van de politie heeft hij het pistool tevoorschijn getoverd door het in een plastic tas in de bosjes bij de Familiekerk te gooien en vervolgens te bellen met een anonieme tip.

De jongens lachen, ze staan te dansen en te veren op hun Nike's. Ja, d'r kleeft een heel verhaal aan dat damespistool. Frenkie had er een 'hoerenloper' mee doorzeefd. Jeu de Hoerenloper om precies te zijn, het zoveelste slachtoffer van De Bende van Venlo. De jongens vertellen dat Jeu verliefd was op Marleen, een hoer die een kop groter was dan hij. “Kom”, zegt Abdul, en hij tikt met zijn ring op haar ruit. Als Marleen de deur op een kier zet, ontsnapt er een wolk parfum uit haar kamer. “Praten?” bijt ze hem toe. “Ben je gek!”

Het werk gaat door, runners komen en gaan met nieuwe klanten. Na elke transactie verdwijnt het wisselgeld in de fruitautomaat van de snackbar. De machine knipoogt en riedelt. Tiedeliedelie. Dankjewel. De jongens zijn het erover eens dat als Jeu niet zo'n 'strontser' was, hij nu nog had geleefd.

Een strontser? Ja, een patser. Jeu was een lobbes met trompetterswangen en blonde krullen, en natuurlijk had-ie het niet verdiend, maar wat wil je als je in Het Genooi rondbazuint dat je 'bakken poen' hebt. Sinds hij de bewaking van hennepkassen op zich had genomen, smeet Jeu met geld. Aan Huub, de duivenhouder die de hoeren rondrijdt, showde Jeu zijn Rolex. Marleen gaf hij een gouden ring.

Huub, een groezelige vijftiger met het IQ van een kind van negen, vertelde deze details in café Het Pumpke aan Kuuk, de oom van Frenkie. Het was Kuuk die op het idee kwam van een overval. Door Huub uit te horen kwam hij erachter dat Jeu op een hoek woonde en dat hij een rode Honda Prelude bezat.

Kuuk is een beer van een vent, een klusjesman met een eigen bedrijf. De stoep van het Multicultureel Centrum, een zaaltje met halters, gewichten en derdehands sofa's, is nog door hem gelegd. Maar de laatste jaren kluste hij niet meer en zag je hem als een clochard ronddolen tussen de homo's in het Juliana-park.

Gedurende twee maanden praatte Kuuk tegen Frenkie en Sanny over het plan. Toen hij op een dinsdag in januari 1994 van Huub hoorde dat Jeu voor het einde van de week een nieuwe auto ging kopen, kortom veel cash in huis moest hebben, zei hij tegen de jongens: “Nu is het de hoogste tijd.” Op donderdagavond 20 januari reden ze weg, Frenkie met zijn Beretta, Sanny met z'n honkbalknuppel. Kuuk zei nog: “Het mag niet zo zijn dat de dood ermee van doen krijgt.”

Opfokken

In de verhoorkamers van de politie vertelden Frenkie en Sanny los van elkaar het volgende verhaal.

Frenkie: “We hebben elkaar die avond ontzettend zitten opfokken. We dachten dat we meer dan een ton zouden vinden, en als dat zo was zouden mijn oom, Sanny en ik elk dertigduizend krijgen en Huub tienduizend. Sanny zou aanbellen, ik zou Jeu dat ding voor z'n kop zetten, Sanny zou zijn handen vastbinden.”

Jeu deed open. Hij kreeg meteen een koud pistool in zijn nek. “Wat is dit”, zei hij.

“Dit is een overval”, riep de Smalle. “Ik weet alles van jou.”

Ze dwongen hun slachtoffer op de grond te gaan liggen, in de woonkamer. Sanny ging op hem zitten en wikkelde bruine tape om zijn linkerpols. Dat had hij speciaal voor dit doel meegenomen. Maar Jeu kwam overeind, Sanny rolde van zijn rug af. Er klonk een schot. “Ik kon er niets aan doen”, zei Frenkie tegen de politie. “Ik weet niet of het in een reflex gebeurde. Het volgende moment zag ik Jeu op me afkomen, ik heb doorgeladen en opnieuw geschoten. Maar hij liep gewoon door en sloeg mijn arm weg. Pas toen Sanny hem met z'n knuppel op zijn hoofd begon te slaan viel Jeu op de grond. Tussen de bank en de salontafel. Hij zat onder het bloed.”

Jeu kroop op zijn knieën. Of ze een ambulance wilden bellen, smeekte hij. Maar Frenkie hield zijn Beretta op dertig centimeter van Jeu's voorhoofd, kneep zijn ogen dicht en drukte twee keer af. “Ik was helemaal in trance”, vertelde hij. Om te vluchten moest hij Sanny - die in de kast zat te rommelen - letterlijk met zich meetrekken. Eenmaal in de auto liet Sanny hem een gouden Rolex zien, maar Frenkie was zo overstuur dat hij die onderweg uit het raampje gooide.

Eenmaal terug in Venlo bleek dat Kuuk al lag te slapen. Frenkie schudde hem wakker en vertelde dat hij vijf keer had geschoten, dat de overval mislukt was en dat Jeu niet meer bewoog. Zijn oom had er geen goed woord voor over. Hoe konden ze zo stom zijn? Woest was hij. “Wat staan jullie daar? Schiet op. Terug!” Ze moesten het huis leeghalen. Maar terug in Reuver bleek dat de Wederikstraat al met rood-wit politielint was afgezet. Jeu's zoon had zijn vader in de tussentijd gevonden met twee kogels in zijn hoofd, twee in zijn rug en een in zijn linkerwijsvinger.

Rep en roer

Bij het politieteam van de regio Noord-Limburg stapelden de onopgeloste moordzaken zich op. Net als er een recherche-team was vrijgemaakt om een bepaalde zaak te onderzoeken, vielen er nieuwe doden. Het korps was in rep in roer en wist niet waar te beginnen. Surveillerende agenten verdwenen uit het straatbeeld van Venlo, ze hadden wel wat beters te doen. Maar wat? Een uitzending van AVRO's Opsporing Verzocht leverde behalve veel werk niets op over de fusillade achter het Océ-gebouw.

Het onderzoek naar de moord op Jeu de Hoerenloper was nog geen maand aan de gang of De Bende van Venlo sloeg toe bij Sjeng en Ferda van Rijn aan de Klagenfurtlaan. Rechercheur en wijkhoofd Pierre Hafmans kreeg de leiding over het 'as-team' - dat zo genoemd werd naar aswoensdag, de dag na carnaval waarop het echtpaar was gevonden. Hij loofde een beloning uit van 35.000 gulden (toevallig het bedrag uit het weckglas) voor de gouden tip, maar daar kwamen alleen fortuinzoekers op af.

Niemand was nog toegekomen aan de lijst van 250 andere misdrijven, variërend van diefstal van Delfts Blauw uit een autorijschool tot beroving van homo's in het Juliana-park. Het grootste deel van de tijd ging op aan het opsporen van illegale hennepkassen, want door de slapte op de komkommermarkt stonden de tuinders in de rij om nederwiet te verbouwen. In korte tijd registreerde het wijkbureau van Hafmans ook nog eens 85 gevallen van diefstal van zogeheten assimilatielampen in de glastuinbouw. “Toen zijn we dat eerst gaan onderzoeken”, vertelt hoofdagent Hafmans, die al dertig jaar in het vak zit.

Frenkie en Sanny volgden bij hun nachtelijke inbraken geen vast patroon. Als ze al een specialiteit hadden ontwikkeld, dan was het het stelen van assimilatielampen: een soort kunstzonnen waar je letterlijk je handen aan kunt branden. Je moet ook precies weten hoe je het snoer doorknipt, wil je geen schok krijgen. De lampen kosten vijfhonderd piek per stuk. Voor de groei van cannabis-struiken zijn ze een zegen.

Op een nacht in mei sloop Frenkie in zijn eentje rond in een huis in Venlo. Hij dacht dat niemand hem gezien had en ging rustig door met rommelen in laden en kastjes, totdat twee agenten het licht aanknipten. Ze hadden de Smalle, het gevaarlijkste lid van de Bende van Venlo, op heterdaad betrapt. Frenkie bekende dat hij wel eens een lampje had gejat, ook wel vaker dan eens, maar nooit alleen.

Toen Sanny hoorde dat zijn vriend gesnapt was dook hij onder. Hij belde zijn oom de advocaat met de vraag: “Wat moet ik doen?”

“Wat heb je gedaan?” vroeg zijn oom. Nou, biechtte Sanny op, hij had ook wel eens ingebroken in een kas. Na lang aarzelen besloot Toni RUSSO zich aan te geven bij de politie. In de weken die volgden kwam het hele verhaal er met horten en stoten uit.

Stembanden

Wat er precies gebeurd is op het moment dat Ferda van Rijn opendeed - Sanny zegt het niet meer te weten. Hij kan zich überhaupt niet meer herinneren dat hij daar met Frenkie en nog twee vrienden zou hebben aangebeld. Waar hij die avond van de boerenbruiloft wel was, is hem een raadsel. “We werken nog aan een alibi”, zegt zijn oom. Maar de verklaringen van de andere verdachten liegen er niet om.

Frenkie en Sanny zijn zwaaiend met het broodmes en de honkbalknuppel het halletje binnengedrongen. De jongens dwongen Ferda het trapje naar de kelder af te dalen. Hadden ze buiten Sjeng gerekend, die op het gestommel en gesnauw in de gang afkwam? In ieder geval sneden ze zijn stembanden door. Toen Ferda met het weckglas boven kwam en haar man zag liggen, raakte ze in paniek en probeerde te vluchten. Verder dan de gang is ze niet gekomen.

Buiten hoorde Frenkie's meisje het gegil. Ze klom uit de Opel en liep het tuinpad op naar de voordeur. Op de drempel bleef de 18-jarige schoenverkoopster staan. Ze zag een van bloed doordrenkte kokosmat en twee oude mensen met een V-vormige opening in hun hals. Terstond viel ze flauw. Frenkie en Sanny hebben haar op de achterbank van de auto gelegd. Het duurde even voordat ze weer bij kwam. Onderweg naar de binnenstad gooiden ze het broodmes uit het raampje; daarna zijn ze carnaval gaan vieren in de Gouden Tijger.

Een spoor van geweld

Frenkie en Sanny zijn de hoofdverdachten van de Bende van Venlo. In totaal gaat het om vijftien (sommige bronnen zeggen: achttien) verdachten. In wisselende samenstelling zouden zij acht (sommige bronnen zeggen: negen) moorden en 250 andere misdrijven hebben gepleegd, waaronder afpersing, diefstal van vrachtauto's, 'ramkraak', potenrammerij (het mishandelen en/of afpersen van homoseksuelen) en brandstichting. De bende is anderhalf jaar actief geweest, tot mei 1994, toen de twee hoofdverdachten werden aangehouden.

Frenkie zou de spil van de gang zijn. Behalve zijn 14-jarige broertje Dennis zitten ook vast: zijn oom Kuuk, zijn ex-vriendinnetje Astrid en de minnaar van zijn moeder, Hassan. Twee vrienden van Frenkie en Sanny zijn aangehouden op verdenking van medeplichtigheid aan moord op het tuindersechtpaar Van Rijn. Astrid heeft een strafklacht ingediend tegen Frenkie wegens mishandeling en bedreiging.

Evenals Hassan is de rest van de verdachten van Turkse afkomst. Zij zouden met Frenkie en Sanny betrokken zijn geweest bij de executie van Ibrahim Karaca en drie of vier 'naamloze' Turken.

Sanny is op 13 oktober negentien geworden. Hij zit in volledige beperking in het huis van bewaring in Maastricht, in afwachting van zijn overplaatsing naar het Pieter Baancentrum voor psychiatrisch onderzoek. Frenkie heeft deze week zijn 22ste verjaardag gevierd in de gevangenis van Roermond. Ook hij moet nog naar het Pieter Baancentrum.

Het Openbaar Ministerie wil de geweldszaken in twee mammoet-zittingen voor de rechtbank brengen. In april gaat het om de autochtone Venloërs en hun autochtone slachtoffers; in juni om de afrekeningen binnen het door Turkse Venloërs gedomineerde coffeeshopwereldje. D. van Delft, officier van justitie, hoopt ondermeer aan te tonen dat de verdachten 'lid zijn van een criminele organisatie'. Daarop alleen staat een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar. Van Delft stelt dat het ressort Roermond nog nooit zo'n misdadige gang heeft gekend.

“In de onderbuik van Venlo is de integratie kennelijk verrekte goed gelukt”, zegt Jos Huijts, de sosyal danisman (raadsman) van het plaatselijke Turks Centrum.

Burgemeester J. van Graafeiland: “Dit is buiten proporties, niet alleen voor Venlo, maar voor heel Nederland.”

    • Frank Westerman