Geuzen

In zijn bijdrage Gouden geuzen leest Harry van Wijnen het boek over de geschiedenis van De Nederlandsche Bank 1931-1948 van de historicus Joh. de Vries op een geheel eigen manier (rubriek Tweede lezing, boekenbijlage 14 januari). De Vries laat zien hoe de Bank tijdens de oorlog alle vrije beleidsruimte kwijt raakte en een bijkantoor van de Reichsbank in Berlijn werd. Hij beschrijft hoe president Trip verdwijnt en opgevolgd wordt door Rost van Tonningen: “In het gebeurde zien noch de oude directeuren, noch de commissarissen, noch de koninklijke commissaris aanleiding tot ontslag.” (pag. 280). De Bank voert daarna ook alle Duitse opdrachten uit: “Via de door de Duitsers benoemde dr. A.J. Bühler werkt de Bank mee aan de arisering van de effectenbeurs. Voor de nog zittende oude directieleden heeft daarin geen aanleiding gelegen ontslag te nemen.” (pag. 292).

Pas na de april-mei-stakingen nemen de bovengenoemden ontslag en De Vries schrijft: “hun aftreden in juni 1943 heeft pas laat plaatsgevonden. De maat was toen vol, maar zij hebben die dan ook wel helemaal vol laten lopen.” (pag. 384). De Vries betitelt de commissarissen als “capabele schipperaars die tot het laatste moment van hun aanwezigheid een hoffelijke omgang met Rost van Tonningen bedreven”. (pag. 385).

Bij de grote overval op het agentschap van de Bank in Almelo was geen enkele bankemployé betrokken en dat Trip de tip gegeven zou hebben staat voor De Vries “niet onomstotelijk vast”. Wel voor Van Wijnen die niet vermeldt dat De Vries schrijft dat de Almelose overval binnen de illegaliteit veel kritiek ontmoette.

Van Wijnen geeft hoog op van het verzet bij de Bank in Amsterdam, maar bij De Vries kom je daar zeer weinig van te weten. Er is verzet gepleegd door ambtenaren van De Nederlandsche Bank, maar heeft de Bank dan verzet gepleegd? De financiering van het verzet via valse schatkistpromessen kan niet aan de Bank als geheel worden toegeschreven. De Bank heeft, net als andere financieel-economische instellingen, meegewerkt met de bezetter. De Vries heeft dat helder beschreven en zelfs na tweede lezing is het mij niet mogelijk van wankelmoedige bankmensen gouden geuzen te maken.