Elke rechter balanceert op de rand van de 'klasse-justitie'

De wethouder van een kleine provincie-stad verzorgde een woonvergunning voor een jong getrouwd stel. Niets bijzonders. Alleen, het jonge paar passeerde met de toewijzing van hun leuke eengezinswoning enkele honderden wachtenden op de lijst van woningzoekenden, en bovendien was de bruid het nichtje van de wethouder. Een duidelijk geval van klasse-justitie was de reactie ter plaatse.

Die reactie is boeiend, want met justitie heeft het hele geval niets van doen. Het is gewoon onbehoorlijk bestuur, het is klasse-bestuur. Maar dat woord bestaat niet, en dus noemt men het maar klasse-justitie.

De kwestie deed mij denken aan een oud artikel van de hand van mr. A. J. Hoekema, waarin deze schrijft: “Klasse-justitie wil zeggen, dat mensen uit hogere sociale groepen door het recht worden bevoordeeld en mensen uit lagere groepen benadeeld, alleen maar omdat men nu eenmaal tot die groep behoort. Het gaat er niet alleen om, dat mensen uit arbeiderskringen vaker gestraft worden en zwaardere straffen krijgen, maar ook om achterstelling (discriminatie) bij het verkrijgen van goede rechtshulp (advocaten), bij het waarmaken van sociale uitkeringen in ontslag- en andere arbeidszaken, huurzaken, kortom op alle gebieden van het recht.

“Verder moet niet alleen gedacht worden aan de rechtspraak, maar ook aan ambtelijk optreden, en zeker ook aan de wetgeving. De wetten kunnen opmerkelijk soepel zijn voor (economisch) machtige groepen (wet op de ondernemingsraden, wetten ter bescherming van het milieu, ontslagwetgeving enz.) en elders weer heel streng om belangen te beschermen (zoals eigendom, woningbezit e.d.) die macht geven over lagere klassen. Klasse-justitie zal men weinig tegenkomen (ten minste in onze samenleving) als bewuste discriminatie van mensen uit een lagere klasse door een rechter of een ambtenaar. Het probleem zit juist in de indirecte manieren waarop de belangen van die groep achtergesteld worden in het recht.”

Tot zover mr. Hoekema. Hij gooit, net als in mijn voorbeeld, rechtspraak op één hoop met wetgeving en bestuur. Op die manier krijgt de rechtspraak vrijwel al het ongenoegen met betrekking tot overheidsoptreden over zich uitgestort. Ik heb daar geen bezwaar tegen zolang men maar wil bedenken, dat de rechtspraak daarmee onverdiende schade wordt toegebracht. Om het begrip klasse-justitie nog verder in te perken moet ik er op wijzen, dat van al degenen die in een proces verzeild raken globaal de helft ongelijk krijgt. Maar de verliezers en hun raadslieden zijn lang niet altijd door het vonnis van hun ongelijk overtuigd geraakt. Zij zoeken bij voorkeur een oorzaak buiten zichzelf, en vinden dan gemakkelijk de rechter als zondebok. Door dat mechanisme kan een oneigenlijk en onterecht verwijt van klasse-justitie ontstaan.

Niettemin blijft er voldoende terrein over, waarop het gevaar dreigt - en ik citeer nu mr. G. E. Langemeijer - “dat de justitiabele uit de beter gesitueerde kringen betere kansen heeft om de aandacht te vragen voor de belangen, die ook bij minder gesitueerden de aandacht zouden verdienen”. Als zich nu in de rechtspraak zo'n door Langemeijer bedoeld risico realiseert, dan rijst ogenblikkelijk de vraag naar de verwijtbaarheid van het rechterlijk handelen. Ik ontken die verwijtbaarheid en ik weet mij daarbij van onverdachte zijde gesteund door de marxist Karl Liebknecht, die zegt: “Unter Klassenjustiz verstehe Ich die gesellschaftliche Erscheinung, daß das Richteramt nur von Angehörigen der herrschenden Klasse oder Klassen ausgeübt wird. Solche Richter vermögen, wenn Sie über Angehörige anderer Bevölkerungsschichten zu befinden haben, naturgemäß nicht objektiv zu urteilen”. Bovendien zegt hij, dat hetzelfde verschijnsel zich ook zou voordoen als een andere klasse aan de macht zou komen. Liebknecht spreekt van naturgemäß, waarmee hij het verschijnsel klasse-justitie als iets onvermijdbaars en daarmee dus ook als iets onverwijtbaars voorstelt.

Ik ken geen enkel voorbeeld van een rechter, die zich opzettelijk aan klasse-justitie heeft bezondigd, of die er zich van bewust was, dat zijn handelen dit verwijt zou kunnen oproepen. Maar toch klinkt het verwijt zo nu en dan, en als dat gebeurt is het niet altijd ten onrechte.

De rechter heeft het niet gemakkelijk. Zijn vonnis bevat naast een oordeel over de juridische geschilpunten ook vaak een oordeel over maatschappelijke waarden. Hij kan daar eenvoudig niet omheen. Door de toegenomen complexiteit van de samenleving is de wetgever gedwongen een aantal vragen niet zelf te beantwoorden, maar ze door te schuiven naar de rechter via zogenoemde blanco- of open normen. Wat betekenen in elk aan de rechter voorgelegd geval begrippen als: redelijkheid, billijkheid, dringende reden, kennelijk onredelijk ontslag, en ga zo maar door. Soms zelfs moet de wetgever toezien hoe gehele rechtsgebieden, zoals bij voorbeeld het stakingsrecht en de euthanasie aan de rechter worden overgelaten.

Het is eigenlijk een wonder, dat in zijn moeilijke zoektocht naar wat recht behoort te zijn de rechter zo zelden wordt geconfronteerd met het verwijt van klasse-justitie. Ik geloof dat dat komt doordat de rechter onder invloed van moderne opleidings-methodieken afstand heeft weten te nemen van de gedachte dat hij tot objectief oordelen in staat is.

Wat is trouwens objectiviteit? Komend uit de advocatuur, dacht ik van de last der partijdigheid te zijn verlost en mij in objectiviteit aan mijn rechterlijke taak te kunnen wijden. In plaats daarvan heb ik ervaren, dat de rechter met twee partijdigheden wordt belast. Deze dubbele partijdigheid is gelijk aan onpartijdigheid en dwingt de rechter zonder vooringenomenheid tot zijn oordeel te komen. Maar het is hem niet gegeven dit te doen met terzijdestelling van de beperkingen, die zijn subject-zijn hem oplegt.

Objectiviteit bestaat niet. Naarmate de rechter zich zijn beperkingen beter en zuiverder bewust is, zullen de onvermijdelijk daaraan verbonden nadelen minder zwaar wegen en minder invloed op zijn functioneren hebben. De opleiding van jonge juristen tot rechter, zoals die onder auspiciën van de Stichting Studiecentrum Rechtspleging plaatsvindt, is doortrokken van dit besef en heeft in de loop der jaren een rechtersgeneratie opgeleverd, die onder vaak extreem moeilijke omstandigheden moet werken en niettemin de toets van dichtbij gekomen kritiek goed weet te doorstaan.