Doorgeefschaak

Een van de spelletjes die schakers graag spelen als ze de kolder in de kop hebben, is het doorgeefschaak. In een partij doorgeefschaak strijden twee koppels tegen elkaar aan twee borden. Wie iets slaat, geeft het geslagen stuk door aan zijn maat, die het vervolgens op zijn eigen bord mag inzetten. Alle pionnen en stukken blijven dus altijd in het spel. De partij is beslist zodra aan een van de borden mat wordt gegeven of een van de vier spelers de tijd overschrijdt. Dat laatste komt vaak voor, omdat er veel situaties zijn waarin het de beste tactiek is om geen zet meer te doen, de klok te laten lopen en af te wachten wat er aan het andere bord gebeurt. Er zijn schakers die zich in deze perversie gespecialiseerd hebben en er worden zelfs Nederlandse kampioenschappen in het doorgeefschaak gehouden. Het eerste werd gewonnen door een koppel onder leiding van een schaker die Dobbelaar heette, wat voor Donner voldoende was om van de diepe onzedelijkheid van dit spel overtuigd te raken.

Een van de organisatoren van het Hoogovenstoernooi moet op zo'n kampioenschap op bezoek zijn geweest en daar het idee hebben gekregen dat hij zelf ook een doorgeefschaaktoernooi kon organiseren, maar dan met de schakers zelf als stukken, die niet van bord verwisselen, maar van het ene naar het andere toernooi worden doorgegeven zodra ze geslagen zijn. Het is dit jaar de formule van het Hoogovenstoernooi. Wie in de hoofdgroep wordt uitgeschakeld, wordt doorgegeven aan de nevengroep die volgens Zwitsers systeem wordt gespeeld. Die groep begint dus met zestien man en eindigt met dertig, alle spelers van de hoofdgroep behalve de laatste twee, die de finale spelen. Lastig voor de spelers die al in een vroeg stadium uit de hoofdgroep zijn doorgegeven, lijkt me. Je kan bovenaan staan, maar na zeven ronden komen opeens als goden uit de hemel twee spelers uit de hoofdgroep naar de nevengroep afgedaald, ingedeeld met vijf punten, zodat ze meteen de leiding overnemen.

Het systeem stelt hoge eisen aan de schaakverslaggevers, die een toernooi graag als een samenhangend verhaal vertellen. Het verhaal van de hoofdgroep, die volgens knock out-systeem wordt gespeeld, is als een roman waarin om de vijftig bladzijden de helft van alle romanfiguren dodelijk verongelukt en de overigen met frisse moed geheel nieuwe relaties aangaan, die met het voorafgaande geen enkel verband hebben. Moeilijk te beschrijven, vooral als je al snel de meest geliefde figuren kwijt zou raken: Timman en Piket. Aan de andere kant wordt het in de schimmenwereld van de verongelukten, de nevengroep, steeds voller en gezelliger, maar ook dat verhaal is moeilijk, omdat de twee sterkste karakters pas ver over de helft, na zeven ronden, geïntroduceerd kunnen worden.

Het systeem is ingevoerd omdat men bij de Hoogovens dacht dat iets bizars meer publiciteit zou krijgen dan iets gewoons. Misschien is dat waar. Maar van de verslaggevers wordt dan een vaardigheid vereist die veel verder gaat dan die van de traditionele verhalenverteller, en eigenlijk alleen verwacht kan worden van een ervaren romanschrijver, doorkneed in de meest experimentele technieken. Toen het systeem twee jaar geleden werd ingevoerd, mopperde ik dat het eind gauw zoek is bij dit soort experimenten. Wat bizar was, wordt na een tijdje gewoon en dan moet er weer iets nieuws bedacht worden, totdat de schakers tenslotte ondersteboven opgehangen aan hun voeten hun partijen moeten spelen, omdat dat meer publiciteit geeft dan rechtop op een stoel. Dat was overdreven, ik geef het toe, maar nog steeds denk ik: wat was er eigenlijk mis aan die prachtige klassieke toernooien die ze vroeger hielden?

In deze rubriek heb ik het makkelijk, ik hoef geen experimentele verhaallijnen te bedenken, maar kan me beperken tot geïsoleerde schokkende voorvallen. De spectaculairste partij tot nu toe werd gespeeld in de 'Zwitserse' nevengroep. De zwartspeler was een van de leden van het opzienbarende jongerenteam Rusland B, dat in de olympiade in Moskou de bronzen medaille won.

Wit Cifuentes-zwart Zvjaginsev

1. d2-d4 e7-e6 2. Pg1-f3 d7-d5 3. c2-c4 Pg8-f6 4. Pb1-c3 c7-c6 5. e2-e3 Pb8-d7 6. Dd1-c2 b7-b6 7. Lf1-e2 Lc8-b7 8. 0-0 Lf8-e7 9. Tf1-d1 0-0 10. e3-e4 d5xe4 11. Pc3xe4 Dd8-c7 12. Pe4-c3 c6-c5 13. d4-d5 e6xd5 14. c4xd5 a7-a6 15. Pf3-h4 g7-g6 16. Lc1-h6 Tf8-e8 17. Dc2-d2 Le7-d6 18. g2-g3 b6-b5 19. Le2-f3 b5-b4 20. Pc3-e2 Pf6-e4 21. Dd2-c2 Pd7-f6 22. Ph4-g2 Dc7-d7 23. Pg2-e3 Ta8-d8 Een scherpe, moeilijke stelling. 24. Pc4 ligt het meest voor de hand. 24. Lf3-g2 Maar dit onschuldige, schijnbaar heel solide zetje, geeft zwart de gelegenheid tot een fantastische combinatie.

24...Pe4xf2! Eerst een stukoffer. 25. Kg1xf2 Te8xe3! Dan een kwaliteit. 26. Lh6xe3 Na 26. Kxe3 Pg4+ zou zwart een stuk terugwinnen en met een pion voor de kwaliteit en prachtig stukkenspel duidelijk voordeel hebben. Het is begrijpelijk dat wit daar niet op ingaat. De schitterende manier waarop hij verslagen zal worden, was hier nog heel moeilijk te bevroeden. 26...Pf6-g4+ 27. Kf2-f3 Pg4xh2+ 28. Kf3-f2 Ph2-g4+ 29. Kf2-f3 Wat wil zwart eigenlijk? Het ziet er naar uit dat hij met een toren achter remise door zetherhaling moet maken. 29...Dd7-e6! Maar nee. 30. Le3-f4 30. De4 Dxe4+ 31. Kxe4 Te8+ was ook geen pretje. 30...Td8-e8 Dreigt 31...Lxd5+ 32. Txd5 Dxd5+ 33. Kxg4 Dh5 mat en 31. Dd3 is geen verdediging wegens 31...Lxd5+ 32. Dxd5 Dxe2 mat. 31. Dc2-c4 De6-e3+! De klap op de vuurpijl, een 'magneetcombinatie' door middel van een dameoffer. 32. Lf4xe3 Te8xe3+ 33. Kf3xg4 Lb7-c8+ 34. Kg4-g5 h7-h6+ 35. Kg5xh6 Te3-e5 Wit gaf op, hij gaat mat door Th5 of Lf8.

Wit Lars Bo Hansen-zwart Van der Wiel, 'Zwitserse' groep.

1. d2-d4 Pg8-f6 2. Pg1-f3 g7-g6 3. c2-c4 Lf8-g7 4. Pb1-c3 0-0 5. e2-e4 d7-d6 6. Lf1-e2 e7-e5 7. d4-d5 a7-a5 8. Lc1-g5 h7-h6 9. Lg5-h4 Pb8-a6 10. 0-0 Pa6-c5 11. Pf3-d2 Lc8-d7 12. b2-b3

12...Pf6xe4 Een mooi dameoffer, afgekeken van Van Wely, die het -zonder succes, maar dat lag waarschijnlijk niet aan de opening- in Groningen tegen Gulko deed. 13. Lh4xd8 Pe4xc3 14. Dd1-e1 Tf8xd8 15. f2-f3 Gulko speelde 15. Pb1 15...Td8-e8 16. Kg1-h1 f7-f5 17. Pd2-e4 Als dat moet, is het niet goed gesteld met wit.

Zwart krijgt al bijna materieel equivalent voor de dame, bij sterk initiatief. 17...Pc3xe4 18. f3xe4 Pc5xe4 19. g2-g4 Pe4-g5 20. g4xf5 Ld7xf5 21. h2-h4 Pg5-h3 22. De1-g3 Ph3-f4 23. Le2-g4 Te8-f8 24. Ta1-d1 b7-b6 25. Td1-d2 Kg8-h7 26. Td2-f2 Lf5-e4+ 27. Kh1-h2 h6-h5 28. Lg4-d1 Lg7-h6 29. Dg3-c3 Tf8-f6 30. Ld1-c2 Le4xc2 31. Dc3xc2 Ta8-f8 32. Kh2-h1 Lh6-g7 33. Kh1-h2 Tf6-f5 34. Dc2-e4 Lg7-f6 35. Kh2-g3 Kh7-h6 36. a2-a4 Lf6-d8 37. Tf2-f3 g6-g5 38. h4xg5+ Tf5xg5+ 39. Kg3-h2 Tg5-g4 40. De4-e3 Tg4-h4+ Jammer, na 40...Lg5 had hij een geweldige aanval gehad. 41. Tf3-h3 Nu kan wit zich net redden. 41...Th4-g4 Helaas, 41...Txh3+ 42. Dxh3 Pxh3 43. Txf8 gaat niet. 42. Th3-g3 Ld8-h4 43. Tg3xg4 h5xg4 44. De3-e4 g4-g3+ Remise, in noodgevallen kan wit met Txf4 een kwaliteit terugofferen.