Miljarden spaargeld naar België en Luxemburg

ROTTERDAM, 20 JAN. De kapitaalvlucht van Nederlandse spaarders naar België en Luxemburg bedraagt over de periode 1984 tot en met 1993 11,6 miljard gulden.

Ze brachten dat bedrag zowel zakelijk als privé in contant Nederlands geld in die landen onder. Bovendien boekten ze in dezelfde periode nog eens 2,3 miljard gulden over op deposito-rekeningen in België en Luxemburg.

Dit blijkt uit een onderzoek naar kapitaalvlucht naar België en Luxemburg dat het blad Ondernemersvisie aanstaande maandag publiceert. Het blad, dat zich onder meer baseert op door de Nederlandsche Bank (DNB) verstrekte cijfers over de betalingsbalans, claimt dat het de eerste gedetailleerde cijfers presenteert over kapitaalvlucht naar België en Luxemburg. Deze landen zijn daarvoor populair bij Nederlandse spaarders gezien het bankgeheim, de lage taaldrempel en de korte rij-afstand.

Een DNB-woordvoerder gaf vanmorgen desgevraagd aan dat de cijfers die Ondernemersvisie verstrekt “in grote lijnen correct zijn”. Maar de claim dat het de eerste gedetailleerde cijfers zijn, wijst hij af. In december 1991 verstrekte DNB volgens hem zelf al dergelijke cijfers over de periode 1980-1990.

Ondernemersvisie is het periodiek van MKB-Nederland, ontstaan na een fusie vorig najaar tussen het KNOV en NCOV. Volgens secretaris betalingsverkeer van MKB-Nederland, drs. K. Ravesesloot, komen uit het onderzoek minimum-bedragen naar voren. Hij schat dat er veel meer geld naar de twee landen wegvloeit dan uit de cijfers van DNB valt op te maken. Zo is geld dat Nederlandse spaarders in buitenlandse valuta vanuit het buitenland naar België en Luxemburg overbrengen niet te traceren in de overzichten van DNB. Alleen al naar Luxemburg zou de kapitaalvlucht in de onderzochte periode volgens Ravesloot tussen de 20 en 30 miljard gulden bedragen.

De enorme bedragen die over de grens verdwijnen zijn naar zijn mening een “duidelijk signaal dat Nederland een fiscale knevelstaat dreigt te worden.” Hij is daarom onder meer voorstander van een verhoging van de rentevrijstelling. Deze bedraagt in Nederland 1.000 gulden per persoon of 2.000 gulden voor een echtpaar per jaar. Internationaal gezien, zo onderstreept Ravesloot, is dat weinig. In Duitsland bedraagt die fiscale vrijstelling bijna 7.000 per persoon.

Hoogtepunt in de kapitaalvlucht werd bereikt in 1987 en 1988 toen in Nederland de verplichte rente-opgave door banken werd ingevoerd. Naar België verdween in 1987 1,8 miljard en in 1988 1,3 miljard gulden. Naar Luxemburg lagen deze bedragen op respectievelijk 374 en 773 miljoen. In de tien jaar waarover het onderzoek zich uitstrekt haalden volgens Ondernemersvisie Nederlanders voor slechts 15 miljoen gulden terug uit de twee betreffende landen.