Aan wassend Maaswater is best te wennen, ook binnenshuis

De commissie-Boertien heeft voorgesteld de Maas te verbreden en te verdiepen. Gerard van de Ven vindt het onbegrijpelijk dat de commissie voorbijgaat aan de mogelijkheden om je huis zo in te richten dat overstromingsschade beperkt blijft.

Tijdens kerst 1993 was er een overvloedige regenval in het stroomgebied van de Maas. Bij Maastricht passeerde in de Maas 3.200 kubieke meter water per seconde. Statistisch gezien komt zo'n hoeveelheid water 1 maal in de 150 jaar voor. Deze hoge waterstand was uitsluitend te wijten aan de vele regen. Het gehele winterbed van de Maas in Limburg, een enkele kilometers brede strook begrensd door hogere gronden, werd onder water gezet. In circa 5.000 woningen en een paar honderd bedrijfsgebouwen stroomde het water naar binnen. De meeste huizen kwamen zo'n 1.20 meter onder water te staan; slechts in enkele honderden woningen kwam het water tot 2.00 meter. Ongeveer 8.000 mensen moest hun huis verlaten. De economische schade bedroeg 250 miljoen gulden. Naast materiële schade is er ook veel psychische schade geleden, die mede is veroorzaakt omdat de bewoners totaal niet waren voorbereid op een overstroming.

Bovenstaande gegevens komen uit de rapportage van de Commissie Watersnood Maas, de Commissie-Boertien II genoemd. Deze commissie moest adviseren over maatregelen om de wateroverlast bij hoge afvoeren van de Maas en haar zijrivieren te beperken. Om in de toekomst de schade te beperken stelt de commissie onder meer voor in het gedeelte van het Maasdal waar uitzonderlijk hoge Maasvloeden voor overstroming kunnen zorgen (het gaat dan om hogere vloeden dan die van 1993) geen nieuwe bouwactiviteiten toe te staan.

Van het bedijken van de Maasoevers wordt afgezien. In plaats hiervan kiest de commissie voor het verbreden en verdiepen van de rivier. Langs de Maasoevers tussen Maastricht en Roermond wordt het hele Maasdal afgegraven, terwijl tegelijkertijd het zomerbed, de eigenlijke riviergeul, wordt verbreed. Met al deze maatregelen zal de schade bij overstromingen in het Maasdal slechts 5 procent zijn van de schade die in 1993 geleden is. In plaats van 8.000 zullen er slechts 300 mensen hun huis moeten verlaten. Deze veiligheid wordt zelfs bereikt voor overstromingen die eens in de 250 jaar voorkomen.

De geschatte kosten van de uitvoering van de werken (begroot op 15 jaar) zullen ongeveer 1,3 miljard gulden belopen. Men hoopt als alles meezit dat de zand- en grindwinning die met de verbreding samenhangt 1, 6 miljard zal opbrengen, maar dit kan volgens de commissie net zo goed 300 miljoen minder zijn. Ik acht het niet onmogelijk dat een tekort van een 500 miljoen kan ontstaan.

Het project zal geen absolute bescherming tegen overstromingen bieden. Bij hogere waterstanden - die zeker kunnen voorkomen, zij het slechts met een kans van minder dan 1 maal in de 250 jaar - zullen de nu aangelegde kades toch weer overstromen en de nederzettingen diep onder water worden gezet.

Hiermee kom ik op de tekortkomingen van het rapport. Om te beginnen: de uitvoering van grootschalige werken kan ook averechts uitpakken. Sinds tientallen jaren wordt er in de Verenigde Staten, later gevolgd door vele andere landen, onderzoek gedaan naar de gevolgen van natuurrampen (Natural Hazard Research). Daaruit is gebleken dat bij overstromingen in rivierdalen grootschalige werken geen oplossing zijn: de gevoelens van veiligheid worden daarmee dermate vergroot dat men weer meer risico's neemt. Bij een volgende overstroming is dan de schade dan toch weer groter. De commissie-Boertien is van dit feit op de hoogte. Bij haar aanbeveling om het bouwen in de Maasvallei te verbieden stelt zij dat dit noodzakelijk is vanwege het korte 'watersnood-geheugen' van de bewoners. De commissie is met deze opmerking nu al in het gelijk gesteld; de Limburgse gemeenten die over het commissierapport een advies moeten uitbrengen stellen nu al dat het bouwen in de Maasvallei door moet gaan.

Ook blijkt uit Amerikaanse onderzoek dat door uitvoering van werken de risico's in extreme omstandigheden zelfs groter worden. Ook dit geeft Boertien toe. De commissie wijst erop dat vooral de hoge kaden risico's meebrengen voor de veiligheid van de bewoners. Als zo'n hoge kade doorbreekt zal het kleine dorpsgebied in een mum van tijd volstromen. Het is dan de vraag of alle bewoners zich dan op tijd in veiligheid kunnen brengen. In dat geval is, anders dan in 1993, de kans groot dat er zelfs doden te betreuren zijn. Het onderzoek wijst vooral uit dat het aanpassen van de huizen en het voorbereiden van de bewoners op mogelijke overstromingen de schade pas echt beperkt. In sommige rivierdalen is hierdoor de beperking van de schade groter geweest dan in rivierdalen waar grote werken zijn uitgevoerd.

Het is onbegrijpelijk dat de commissie niet de mogelijkheid oppert van aanpassing van gebouwen en huizen. Alleen al de aanpassing van de huizen kan veel onheil voorkomen. Deze aanpassing zou kunnen bestaan uit het verplaatsen van meterkastjes van de nutsvoorzieningen, de verwarmingsketels, de wasmachines naar de eerste verdieping; het leggen van tegelvloeren in plaats van parket; het aanbregen van ijzeren sponningen waaruit houten binnendeuren gemakkelijk gelicht kunnen worden. Hierdoor wordt al veel schade voorkomen.

Hierbij moet men bedenken dat de huizen in Limburg hooguit enkele dagen onder water staan. De ontreddering en hierdoor de psychische schade is veel minder groot als het huis binnen korte tijd weer in orde gemaakt kan worden. Bewoners van zo'n 'eigenaardig' huis weten dat ze met wateroverlast rekening moeten houden en wellicht kiezen voor meubilair dat in tijden van nood makkelijk transporteerbaar is.

Ook de commissie zelf is zich bewust van bovenstaande redeneringen. Ze wijst zelf op het feit dat de bewoners van de laagstgelegen huizen, doordat hun huizen waren aangepast en ze ervaring hadden met wateroverlast, minder schade hadden dan de bewoners van hoger gelegen huizen. Het aardige is dat ook in de streek zelf in het commentaar op het rapport van de commissie-Boertien gewezen wordt op de mogelijkheid van het aanpassen van de huizen. Zo stelt de gemeente Mook, hoewel er wel wordt gepleit voor een snelle uitvoering van de infrastucturele werken, dat het onzinnig is om niet in het Maasdal te bouwen. De huizen kunnen immers gemakkelijk aan overstromingen worden aangepast.

Daarnaast moet het commissievoorstel ter verbetering van de voorlichting terstond ter hand worden genomen, omdat dit zowel materiële schade als psychische ontreddering kan voorkomen. Het initiatief van Venlo om de bewoners van elk pand dat bij over hoog water dreigt te overstromen per brief te berichten hoe hoog bij de verschillende waterstanden het water in hun huis zal komen, verdient terstond navolging.

Dat betekent niet dat de voorstellen van de commissie-Boertien niet moeten worden uitgevoerd. Ten eerste moet er streng de hand worden gehouden aan een verbod van het bouwen in de Maasvallei, ondanks de bezwaren van de Limburgse gemeenten. De uitvoering van grootschalige werken moet echter niet als één groot project ter hand worden genomen. Er zou een 'streefbeeld' moeten worden gemaakt voor de Maasvallei. De planning van de zand- en grindwinning met de daarbij behorende natuurbouw zou zo ter hand moeten worden genomen dat het leidt tot lagere waterstanden bij hoge afvoeren op de Maas.

De kosten van aanpassing vallen in het niet bij een mogelijk tekort van circa 500 miljoen gulden. Ik denk dat men voor het verplaatsen van de nutsvoorzieningen met 20 miljoen voor 5.000 woningen een heel eind komt. Ook zou men bijvoorbeeld de mogelijkheid kunnen scheppen dat gedurende vijf jaar aanpassingen aan die 5.000 woningen in aanmerking kan komen voor belastingaftrek. Dit laatste idee is niet nieuw. Ook in vroegere tijden werden in Nederland aan slachtoffers van natuurrampen gedurende een aantal jaren belastingvrijstelling verleend. Naast het financiële voordeel is het van belang dat de aanpassing van de huizen en gebouwen ook op korte termijn kan geschieden.

Het voornaamste voordeel van de aanpassing van de huizen echter is dat de inwoners zich ervan bewust blijven dat wateroverlast kan blijven optreden. Dit is de beste waarborg om ontreddering en materiële schade te voorkomen.