Prozac

In de strijd tussen de hoogleraren Verbaten enerzijds en Diekstra en Vroon anderzijds (W&O, 29-12-'94), wil ik mij, voor wat hun interpretatie van de geciteerde literatuur betreft, niet mengen. Maar bij voorbaat accepterend dat mijn bijdrage 'prietpraat' of 'wetenschappelijk onverantwoord' is, wil ik toch het volgende opmerken.

Verbaten verwijt Vroon en Diekstra de 'ongefundeerde uitspraken dat gebruik van Prozac zou leiden tot moord, zelfmoord en agressie' (N.B.: op te vatten als uitingen van ontremming), waarmee zij 'mensen, voor wie dit middel een uitkomst zou kunnen zijn, kunnen doen afzien van gebruik van het middel', terwijl 'het hier met name gaat om een groep patiënten... die een sterk verhoogd suïcide-risico heeft' en Diekstra's uitspraak derhalve 'noodlottige gevolgen kan hebben'.

Ik ben maar een eenvoudig huisarts, maar mij werd, zelfs door de artsenbezoekers, steeds op het hart gedrukt om vooral in de beginfase van het gebruik van antidepressiva beducht te zijn op het gevaar van zelfmoord, daar in die beginfase ontremming veelal vooraf gaat aan stemmingsverbetering. Een voorbeeld hiervan in eigen familiekring: de betrokkene kreeg, op basis van de - overigens foutieve - veronderstelling dat haar klachten berustten op een depressie, door haar huisarts Seroxat ('een nieuw, zeer licht en onschuldig antidepressivum') voorgeschreven. Omdat zij niets onbeproefd wilde laten om van haar klachten (extreme vermoeibaarheid) af te komen heeft zij zijn voorschrift opgevolgd, totdat dit vanwege de ontremmingsverschijnselen (enorme onrust en ongerichte drang om te reizen) die zij ervoer niet langer verantwoord was. Enige stimulerende werking is dit als antidepressivum aanbevolen middel dus niet te ontzeggen.

Met verbazing las ik dan ook Verbaten's, op mij als gevaar-relativerend overkomende opmerking: 'Blijft over dat Prozac vooral in de beginperiode van het gebruik bijwerkingen heeft die men ook wel ziet bij gebruikers van stimulerende middelen'. (Alle accentueringen van mij). Let wel: niet 'kàn hebben', maar 'heeft': 'blijft over' heeft voor mij iets in zich van: 'O, ja, dat ook nog, maar het is niet echt belangrijk'.

Onlangs suïcideerde zich een kennis, die sinds een jaar ernstig reactief depressief was geweest. Op mijn vraag aan een familielid van haar of zij wellicht kort daarvoor een ander antidepressivum had gekregen luidde het antwoord: 'Tot voor kort bestond de behandeling uit gesprekstherapie. Veertien dagen voor haar suïcide was men overgegaan op een antidepressivum, Prozac'. Een noodlottige afloop, dus, wàt daarvan dan ook de oorzaak moge zijn geweest.

Ik pretendeer absoluut niet enige wetenschappelijkheid, maar meen wel reden te hebben om tot enige terughoudendheid te manen bij de neiging om elkaar te verketteren. Beide 'partijen' kunnen immers een beetje gelijk hebben.