Pentium kost Intel 800 mln

NEW YORK, 18 JAN. Het Amerikaanse concern Intel, de grootste fabrikant van computerchips ter wereld, lijdt door de problemen met zijn Pentium-processor een strop van omstreeks 475 miljoen dollar (815 miljoen gulden). Dit heeft Intel gisteren bekend gemaakt bij de presentatie van de resultaten over 1994.

Intel heeft voor dat bedrag een voorziening getroffen, die voldoende moet zijn om alle kosten te dekken. De Pentium kwam eind november in opspraak omdat de processor fouten zou maken bij ingewikkelde berekeningen. Intel bagatelliseerde het probleem aanvankelijk door te stellen dat de gemiddelde gebruiker statistisch gezien slechts eens in de 27.000 jaar met een fout te maken zou krijgen. Maar onder druk van negatieve publiciteit besloot het bedrijf enkele weken later de gewraakte chip te vervangen als de klant daarom vraagt. “Wat wij als een klein gebrek beschouwen, is een eigen leven gaan leiden”, aldus topman Andrew S. Grove vorige maand.

Er zijn vorig jaar naar schatting zes miljoen Pentium-processors verkocht. Intel werkt inmiddels aan een verbeterde versie. Grove noemde de affaire gisteren een leerzame ervaring.

De voorziening van 475 miljoen dollar komt ten laste van het resultaat over het vierde kwartaal van 1994 en dekt de kosten van vervanging en de afschrijving van de voorraad oude Pentium-chips. Het gevolg is dat de nettowinst van Intel in het vierde kwartaal daalde van 594 miljoen dollar tot 372 miljoen dollar. De omzet schoot met 35 procent omhoog van 2,39 miljard dollar tot een recordbedrag van 3,23 miljard dollar.

Over geheel 1994 was er ondanks de voorziening een vrijwel onveranderde winst van 2,3 miljard dollar. De omzet groeide door het aantrekken van de markt voor personal computers met ruim 31 procent van 8,78 miljard dollar tot 11,52 miljard dollar.