Lasse Hallströms observatie van Amerika's 'white trash'; Een berg vlees naast de kapotte koelkast

What's eating Gilbert Grape?. Regie: Lasse Hallström. Met: Johnny Depp, Leonardo Di Caprio, Mary Steenburgen. In: Alfa.

Norman Mailer zei eens over de Amerikaanse fotografe Diane Arbus: “Haar een camera geven is hetzelfde als een kind een handgranaat cadeau doen”. Al begrijp ik wat Mailer bedoelt met zijn sweeping statement, het slaat nergens op. Ja, haar foto's hebben de explosieve kracht van een bom, maar ze maken niets kapot en hebben met argeloos geweld niets van doen. Integendeel, de kracht ervan bestaat juist uit de liefdevolle aandacht waarmee Arbus haar onderwerpen bejegende. Of het nu om een middleclass family ging of om een circusdwerg: beiden werden door haar ogen bezien even bijzonder en ook even gewoon. Arbus gunde haar onderwerpen hun eigenwaarde en waardigheid - hoe klein die soms ook waren.

Precies die ruimhartigheid legt de Zweedse regisseur Lasse Hallström (My life as a dog) aan de dag jegens de personages in zijn in Amerika spelende film What's eating Gilbert Grape? Het maakt ze mooi en ontroerend en niet belachelijk of grotesk zoals in Ma Flodder, waaraan zijn film enigszins herinnert. Het verhaal, gebaseerd op de gelijknamige roman van Peter Hedges die ook het script schreef, speelt zich af in een vergelijkbaar milieu, door de Amerikanen plastisch betiteld als white trash. Het begrip is een schrikbeeld, en het tegendeel van de spreekwoordelijke droom. Het is van toepassing op veelal vaderloze gezinnen, meestal wonend op het platteland, kansarm, met een moeder aan het hoofd die het bijltje er al lang geleden bij neer heeft gegooid en die zich in gelijke mate te goed doet aan chips en soaps, met een wrakke auto voor de deur en een kapotte koelkast in de keuken. Zo ongeveer luidt de beschrijving, waaraan overigens heel wat meer gezinnen voldoen dan de natie zelf wil weten.

Zo'n soort gezin vormen ook de Grapes, althans wat betreft hun omstandigheden. Ze wonen op het platteland, in een bouwvallig houten huis, onder de rook van het gat Endora, Iowa. Het huis is ooit door vader gebouwd, maar die is er niet meer. Hij pleegde zeventien jaar geleden zelfmoord. Zijn rol is overgenomen door de oudste zoon, Gilbert (Johnny Depp), die voor de plaatselijke kruidenier vakken vult en bestellingen rondbrengt. Dat vader zich het leven heeft benomen, heeft misschien te maken met de geboorte van Arnie (Leonardo Di Caprio), die geestelijk gehandicapt is en begeleid en verzorgd wordt door Gilbert. Arnie staat op het punt achttien te worden. Zijn verjaardag, een dramatisch keerpunt in de film, is een wonder, de artsen hadden hem een vroege dood voorspeld.

Arnie is, bijna vanzelfsprekend, de oogappel van zijn moeder, die inderdaad op grote schaal chips en series verslindt, maar desondanks de wind eronder heeft. Ze is zelfs in meer dan een opzicht de spil van het gezin: ze is zo “baggervet”, zoals Gilbert een vriend toevertrouwt, dat zij haar dagen en nachten doorbrengt op de bank in de huiskamer. Op die bank bestiert ze het huishouden, met haar oudste dochter als instrument, op die bank sust ze gekibbel en maant ze haar kinderen beter hun best te doen, en daar is het ook dat ze, nauwelijks in staat om zich heen te kijken, roept: “Sunshine! Where is my sunshine?”, als ze haar zorgenkind wil knuffelen. Zelfs de ogen van door het raam glurende buurtkinderen weten, dat ze het object van hun spotlust daar kunnen vinden.

Deze onverzettelijke berg van vlees - hartroerend mooi gespeeld door Darlene Cates (ontdekt in een talkshow met dikke vrouwen die al jaren uit schaamte hun huis niet hadden verlaten) - is niet het dramatische middelpunt. Wie of wat dat wel is, is niet zomaar uit te maken. What's eating Gilbert Grape is in belangrijke mate een tranche de vie, al is er een verhaalontwikkeling, eindigend met de dood van de moeder en een verrassende coup de théâtre. Behalve in het prachtige spel (want zelfs de kleinste bijrol wordt uitstekend bezet) schuilt de kwaliteit van de film vooral in Hallströms kalme observatie van dit door en door Amerikaanse leven. Hij treft er gewone mensen, die dank zij zijn aandacht bijzonder blijken. Ze proberen tegen de klippen op iets van hun leven te maken, zich netjes te gedragen, hun eigen verlangens te laten stroken met die van anderen.

Dat is helemaal niet spektakulair maar wel fascinerend. In het doorsnee-bestaan gaat het inderdaad om de zorg van de kruidenier die zijn klanten verliest aan de nieuwe supermarkt in de buurt en is de feestelijke opening van een 'Burgerbarn', waar ze 'échte melk' in de mikshakes stoppen inderdaad een belevenis. Zoals de lastige obsessie van Arnie om de plaatselijke watertoren te beklimmen iedere keer weer goed is voor een oploop. Hallström toont tragiek en drama op de vierkante milimeter.

Worden die groter, dan houdt hij juist afstand. Des te beter zien we daarom het zachte schommelen van de moeder op de rand van haar bed, als uitgerekend zij jammert hoe hulpeloos Arnie is. En als ze dood is en haar birthdayboy dat ontdekt, zien we hem ver verwijderd van de camera op zijn manier alarm slaan. Niettemin is What's eating Gilbert Grape bij vlagen ook sentimenteel, in de juiste dosering, al had een liefdesgeschiedenisje van Gilbert voor mij zijn beslag niet hoeven krijgen in een overigens sobere vrijscène. Maar het sentiment maakt deze huiveringwekkende zedenschets nog te verdragen.