Smaakmaker

Vanwege de terugkeer van Edwin (ook wel genoemd Willy) Gorter ben ik jongstleden zondag naar het stadion Nieuw Galgenwaard gegaan. Tot mijn verwondering gingen niet veel Stichtenaren mijn kant uit, want een official hield het op 5.500 toeschouwers en dan mogen we bedenken dat officials de neiging hebben de aantallen toeschouwers naar boven af te ronden. Gorter had zes wedstrijden moeten missen omdat hij een priemende vinger in de oogkas van een PSV-speler had gestoken - een geste, welke men zelden ziet en terecht. Ik weet niet, wat Gorter die middag bezielde. Het was een overtreding welke hem niet op het lijf geschreven was, want hij is een voetballer die het van techniek en op techniek gebaseerde schotkracht moet hebben. Hij was die dag toch al in de war, want hij verscheen voor de tv-camera's in slechts gedeeltelijk geklede toestand en gaf de interviewer zulke raadselachtige antwoorden, dat het klonk alsof Edwin (of Willy) geestelijk in andere oorden vertoefde.

Maar nu was hij dan, na zwaar te zijn gestraft, weer terug. En in de eerste helft was het een genoegen hem bezig te zien. Zijn balbehandeling is prima, zijn spelinzicht uitstekend en hij scoorde een prachtig doelpunt. Waarin hij niet uitblinkt is het afnemen van de bal. Hij is geen geboren bal-afpakker. Ik heb me zitten afvragen op welke voetballer hij lijkt. Het is misschien gek, maar de eerste die mij te binnen schoot was een Engelsman: Wilf Mannion, een hoogblonde binnenspeler die in het Engelse nationale elftal speelde dat in november '46 in Huddersfield met 8-2 van Oranje won. Internationaal was Mannion een uitgesproken laatbloeier, want hij drong pas op 28-jarige leeftijd tot het nationale elftal door. Hij kwam tot 26 interlands en speelde uitsluitend voor Middlesborough. Een enorm toeval wilde, dat ik in de trein van Liverpool naar Londen in gesprek raakte met Mannion's toenmalige werkgever. Het was tijdens de wereldkampioenschappen van 1966. De man vertelde, dat Wilf als schoonmaker in zijn fabriek werkte. Hij liep rond met een bezem en gaf hier en daar een veeg. Tegen dit soort vegen kon men onmogelijk bezwaar maken (zie deze rubriek van vorige week dinsdag) al vond ik het jammer, dat zo'n hoogst verdienstelijk speler als Mannion eigenlijk nergens anders geschikt voor was dan voor de voetballerij.

Maar dit terzijde. Hoewel Gorter weinig body in de strijd kan gooien en defensief niet al te veel meebrengt, is hij een geboren smaakmaker. Gezien zijn lichamelijke beperkingen moest hij zich wel op technische en slimme oplossingen concentreren en daarin is hij uitstekend geslaagd. In zijn Zwitserse tijd speelde hij voor Lugano en aangezien ik in de buurt van die alleraardigste stad op vakantie placht te gaan, zag ik hem wel eens voetballen. Er waren wedstrijden bij, waarin hij in zijn eentje Lugano op sleeptouw nam en met bal en tegenstanders deed wat hij wilde. Een enkele keer was de persoonlijke bewaking dermate bruut, dat Willy aan de ketting lag. Maar meestal kon hij zich gelijk Houdini van zijn ketenen bevrijden. Wilt u toch vergelijkingen met Nederlandse spelers, dan doet Gorter aan Michel Valke denken. Die was nog meer een balgoochelaar en minder een afmaker, maar qua stijl uit dezelfde school. Voor dit soort voetballers ga ik nog steeds kijken. Mededogen roepen zij niet op, want daarvoor zijn ze te getalenteerd. Maar moeilijk hebben ze het wel, want de gespierde, voortdurend tackelende vijanden staan hen bijna onafgebroken naar het voetballeven. De 24-jarige splinternieuwe international Michael Mols van FC Twente past ook enigszins in het rijtje-Gorter. Destijds zou ook een Vanenburg een speler van het genre-Gorter geweest zijn, al zou zijn Ajax-achtergrond hem zeker tot de stelling hebben gebracht dat Gorter zich bij hém had mogen aansluiten in plaats van andersom. Maar Vanenburg, hoewel technisch nóg beter dan Gorter, was wel erg weinig bestand tegen het spierballenvoetbal dat hij destijds in Europa ontmoette.