Kok verwijt Nederland misplaatste superioriteit

BONN, 17 JAN. Het verenigde Duitsland is zich zeer goed bewust van zijn internationale verantwoordelijkheid. Nederlanders moeten oppassen voor een misplaatst moreel superioriteitsgevoel ten opzichte van Duitsland. In het Nederlandse onderwijs moet daarom meer aandacht worden besteed aan het naoorlogse, democratische Duitsland dan tot nu toe is gebeurd.

Dit zegt premier Wim Kok vandaag in een interview met de plaatselijke krant General Anzeiger in Bonn. De premier, die mede werd ondervraagd in verband met het bezoek dat kanselier Helmut Kohl eind deze maand aan Nederland brengt, wijst er bovendien op dat een zeer groot gedeelte van de Duitse bevolking in 1945 heel jong of zelfs nog niet geboren was. “Men kan hen niet kwalijk nemen wat [in de oorlog] gebeurd is”, zegt hij. Aansluitend bij de kersttoespraak van koningin Beatrix merkt Kok op dat ook de Duitse bevolking destijds werd onderdrukt.

“Tussen de beide buurvolken bestaan veel misverstanden”, aldus de premier, die eraan herinnert dat Nederland net zelf zit in een discussie over zijn koloniale geschiedenis. Bovendien speelt het verschil in grootte tussen beide landen een rol. “Dat heeft niets met de oorlog te maken, want vergelijkbare spanningsverhoudingen bestaan ook tussen Portugal en Spanje, en Canada en de VS.” Maar zeker, meent Kok, hebben rechts-radicale aanvallen op buitenlanders in Duitsland een belangrijke functie voor het beeld van het land.

“Wat in Solingen en in andere plaatsen is gebeurd, heeft diepe sporen achtergelaten in de openbare mening. Maar: er bestaat ook vreemdelingenhaat in Nederland, al zijn er hier nog geen doden gevallen. We weten precies dat de overgrote meerderheid van de Duitsers over zulke gebeurtenissen net zo verontwaardigd is als de Nederlanders.” Zinspelend op een van de uitkomsten van de Clingendael-enqûete onder jonge Nederlanders van twee jaar geleden zegt Kok dat Duitsers niet arroganter zijn dan Nederlanders maar dat er “arrogante Duitsers en arrogante Nederlanders” zijn.

Behalve via het onderwijs kan ook door meer rechtstreekse contacten, via jeugduitwisselingsprogramma's en dergelijke, een beter wederzijds beeld ontstaan. “Men vergeet soms dat men juist met een buurland zulke directe contacten moet hebben”, aldus Kok.

De minister-president wijst erop dat alle Europese staten meer moeten doen aan het minderhedenprobleem, aan de omgang met een multiculturele samenleving. In dat verband prijst hij Duitsland voor zijn “integratieprestatie” en zijn opvang van “gigantische aantallen” asielzoekers sinds de Duitse eenwording, de ineenstorting van het communisme en het begin van de oorlog in ex-Joegoslavië. “De Duitsers dragen een zware last, we moeten over 'burden-sharing' praten”, vindt Kok, die klaarblijkelijk meent dat dit in het recente verleden te weinig is gebeurd.

Pag.3: 'Lubbers door thematisch conflict geen voorzitter EU'

De kwestie rond Lubbers, wiens kandidatuur voor het voorzitterschap van de Europese Commissie strandde op Duits-Frans verzet, “is voorbij”, zegt Kok. “Zulke spanningen en problemen kunnen altijd bestaan. De vroegere minister-president Lubbers was een uitstekende kandidaat, we hebben het zeer betreurd dat hij geen kans kreeg, maar het was een thematisch conflict dat voorbij is en geen invloed heeft op de bilaterale betrekkingen.”

Kok wijst er in het interview op dat de officiële betrekkingen niet alleen uitstekend zijn maar dat Nederland ook Duitslands tweede handelspartner is. Nederland en andere kleinere leden van de Europese Unie moet ook niet teveel klagen over de Frans-Duitse as maar zelf “actiever” zijn en “de moeite nemen” om grotere landen “met goede argumenten” tot luisteren te brengen.

Over de suggesties uit de CDU/CSU om, zonodig en tijdelijk, in de EU in 1999 alvast tot een kerngroep van (vijf à zes) landen te komen die voldoen aan de voorwaarden voor toetreding tot de Europese Monetaire Unie (EMU), zegt Kok dat hij zich zoiets wel kan voorstellen. “Duitsland en Nederland zou ik altijd tot zo'n kerngroep rekenen”, verzekert hij, “maar voor mij maakt het een groot verschil of zo'n kern-Europa een doel op zichzelf of een tussenfase is.” In elk mag een Europa dat tijdelijk “verschillende snelheden” kent niet tot versplintering leiden, waarschuwt hij.