Alternatieve pop, beginnende bandjes en discjockey's prefereren het vinyl boven de cd; De ouderwetse vinyl-single maakt een come-back

“Als er geen vinyl meer te krijgen is, bestaat mijn winkel ook niet meer”, zegt Amond Spee, die in oktober in de Amsterdamse Westerstraat de platenzaak Distortion Records opende. Terwijl de meeste platenzaken zich hebben toegelegd op cd's, specialiseert Spee zich in langspeelplaten en singles die op vinyl geperst zijn. De belangstelling is groot. “Ik verkoop ook wel cd's, maar er zijn weken dat ik vrijwel alleen platen verkoop.” Opmerkelijk is dat vinyl-singles, die na de komst van cd-singles door veel mensen werden afgeschreven, bij Spee in aantal de helft van de verkoop vormen. Er verschijnen wekelijks nog tientallen nieuwe vinyl-singles.

De opmars van de cd begon zo'n tien jaar geleden. Uit cijfers van de Nederlandse Vereniging van Producenten en Importeurs van Beeld- en Geluidsdragers (NVPI) blijkt dat in 1990 voor het eerst meer cd-singles dan vinyl-singles werden verkocht. Hoewel de grote platenmaatschappijen hun singles inmiddels niet meer op vinyl uitbrengen, is er een opleving van vinyl te zien in de statistieken van de NVPI. In de eerste helft van 1993 werden 19.000 stuks verkocht, in de eerste helft van 1994 was het aantal gestegen tot 36.000. In Amerika is de trend de zelfde: de eerste helft 1994 nam de verkoop van lp's toe met 80 procent.

De stijging in ons land ligt grotendeels bij de verkoop van 12 inch-singles, die het formaat hebben van een lp, maar een kortere speelduur, en veel gekocht worden door dj's die dansmuziek draaien in clubs en discotheken. Zij willen vloeiende, liefst onhoorbare overgangen maken van de ene naar de andere plaat. Om de ritmes van twee opeenvolgende platen gelijk te krijgen, moeten ze vaak de snelheid aanpassen, wat met een 12 inch gemakkelijker gaat dan met een cd.

In andere genres is het kleinste formaat, de 7 inch single, de laatste jaren opnieuw ontdekt, vooral in de zogenoemde 'alternatieve' gitaarpop. De kleine, onafhankelijke maatschappijen (ook wel 'labels' genoemd) die deze platen uitbrengen waren niet blij met de introductie van de cd door de gevestigde platenindustrie. De hogere prijs van cd's maakte consumenten behoedzamer, waardoor het voor de kleine labels moeilijker werd platen van onbekende artiesten aan de man te brengen.

De kleine labels grepen terug op de 7 inch vinyl-single, die, aan de kant gezet door de grote maatschappijen, goed geschikt waren om de onafhankelijkheid mee te tonen. Met succes: zo bracht het kleine Sub Pop-label uit Seattle in 1988 een single uit van de lokale groep Mudhoney, waarvan meer dan 20.000 stuks werden verkocht. Sub Pop startte daarop een Singles Club, die maandelijks vinyl singles uitbracht van groepen als Nirvana en Soundgarden.

Het voorbeeld van Sub Pop werd gevolgd door honderden kleine labels, mini-bedrijfjes waar vaak maar één of twee mensen achter zitten, met namen als Simple Machines, Drag City, Clawfist en Sympathy For The Record Industry. Deze labels brengen wekelijks singles, en soms ook lp's en cd's uit.

Het Singles Only Label (SOL) uit New York beperkt zich tot de single, 'the little record with the big hole', zoals de omschrijving luidt die op elk SOL-hoesje te vinden is. SOL werd opgericht door muzikant Bob Mould (zanger/gitarist bij de groep Sugar) en twee vrienden van hem. “Ik ben opgegroeid met singles”, zegt Mould, “mijn ouders verkochten ze in hun kruidenierswinkeltje. Ik heb het altijd de beste manier gevonden om erachter te komen welke groepen de moeite waard waren. Ze hebben twee keer vier minuten om te zeggen wat ze te zeggen hebben, duidelijker kan bijna niet. En hoe moet je nu nieuwe bands leren kennen als dat alleen via die ongelooflijk dure cd's kan? Een plaatje van zes, zeven gulden is een veel lagere drempel.”

Ook in Nederland zijn inmiddels enkele één- of tweemansbedrijfjes die singles uitbrengen, waaronder Kogar, Teen Scream en Rotten Windmill Records. Ze kunnen hun singles in Nederland alleen nog laten persen bij Sony Music, maar het is de vraag of Sony dat nog lang blijft doen.

De labels ontstaan vaak uit enthousiasme over bevriende bands, die nog geen platencontract hebben. Om die reden begon de Amsterdammer George Oostdijk een klein jaar geleden zijn label Jacaranda, waarop hij singles uitbracht van de Amsterdamse Treblespankers en de Sgeurvreters uit Haarlem. “Winst maken is er niet bij”, zegt Oostdijk, “ik hoop op lange termijn quitte te spelen.” Hij is van plan meer singles uit te brengen, en waarschijnlijk tevens lp's en 10 inch-platen (een zeldzaam formaat, tussen een 7 inch en een lp in). Voor het persen van die platen zal hij waarschijnlijk uitwijken naar Tsjechië, waar het goedkoper is. In Nederland kost het ongeveer 2800 gulden om een single te laten persen in een oplage van 1000 stuks.

Soms brengen groepen hun single zelf uit. Zoals de Noordbrabantse punkgroep Jabberwocky. Nadat er in december '93 een single van hen verschenen was op het Groningse Kogar-label, waren hun verwachtingen hooggespannen. “We dachten in alle onschuld dat er veel andere labels bij ons zouden aankloppen”, zegt gitarist Edwin Timmers, “maar er kwam niemand. Uit frustratie hebben we er toen zelf maar één uitgebracht.”

Het maken van de single ging heel snel, vertelt Timmers. “Begin april hebben we met een walkman in onze oefenruimte vier nummers opgenomen, en vervolgens het plaatje laten persen. In de laatste week van april was de single er.” Jabberwocky stuurde de plaat naar geïnteresseerden en kreeg veel reacties, ook uit het buitenland. “Er was zelfs een jongen in Amerika die een label wilde beginnen om iets van ons uit te kunnen brengen. Die Amerikanen vonden de sound geweldig, terwijl het echt een baggergeluid is.”

De verkoop van singles via platenzaken is moeilijker geworden. Daarom bieden veel groepen hun plaatje tijdens optredens aan het publiek aan. Daarnaast is er een netwerk ontstaan van postorderbedrijven, die voorzien in de behoefte aan moeilijk te krijgen lp's en singles. Voorbeelden in Amerika zijn Ajax Records en Vinyl Ink, in Nederland Semaphore, Perfect Sound Forever en Love Buzz Records. Distortion Records begon eveneens als postorderbedrijf.

De catalogi van de postorderbedrijven wemelen van obscure namen, waardoor het moeilijk is een keus te maken uit het aanbod. Dat bracht Paul Schwarte uit Groningen op het idee een blad te maken dat informatie verstrekt over singles: Fab 45. “Ik wilde anderen wat houvast geven”, zegt Schwarte. “Een andere reden om ermee te beginnen was dat iedereen zei dat de single weg was, terwijl ik zag dat er een levendig circuit bestond waar heel interessante dingen in gebeurden.”

Schwarte staart zich echter niet blind op vinyl. “Ik ontdek graag nieuwe groepen en de single is daarvoor het perfecte formaat. Maar ik koop ook wel cd's, en verkoop regelmatig singles als er een verzamel-cd verschijnt waar ze op voorkomen. Singles zijn heel mooie dingetjes, maar ik heb geen last van nostalgie.” Dat speelde wel mee bij het besluit van George Oostdijk om zijn Jacaranda-label te starten. Oostdijk koopt vaak oude singles op rommelmarkten. “Vaak alleen omdat ze een geweldig hoesje hebben”, zegt hij. “En de single klinkt ook goed, hij heeft een bepaalde rauwheid die lp's of cd's niet hebben.”

Edwin Timmers van Jabberwocky, naar eigen zeggen verslaafd aan singles, vindt het plaatje zelfs goed passen bij zijn persoonlijkheid. “Veel mensen vinden het een nadeel dat je bij singles telkens op moet staan, zodra ze afgelopen zijn. Maar ik ben van nature heel onrustig, voor mij is het juist een voordeel. Ik luister naar een schitterend nummer, sta op, ga wat gitaar spelen, pak iets te drinken en zet dan weer een plaatje op.”

Met de cd heeft hij niets. “Mijn vriendin heeft wel een cd-speler, ik niet. Ik heb ooit één cd gekocht, maar die draai ik nooit. Ik ben opgegroeid met vinyl. Mijn jongere broer bijvoorbeeld niet, die heeft zelfs nooit een pick-up gehad. Hij is van de cd-generatie. Ik vind cd's te super, te hyper. Je hoort ook zo'n piepgeluid als je er één opzet, brr.”