Wijers loopt gewonnen race tegen vakbeweging

Bijna honderdvijftig jaar geleden riepen Karl Marx, die leefde van 1818 tot 1883 en Friedrich Engels, die leefde van 1820 tot 1895, de arbeiders op zich te verenigen. Daartoe was alle aanleiding. Slechte arbeidsomstandigheden, lange werktijden, lage lonen en vrouwen- en kinderarbeid noopten tot collectief verweer. Wie De arbeidende klasse in Nederland in de 19e eeuw van Brugmans er nog eens op naslaat, leert dat de arbeiders zich in ons land omstreeks 1870 in vakverenigingen gaan organiseren. Roemers, Kloos, Kok, Pont en Stekelenburg hebben legendarische voorgangers.

De vakbeweging heeft enorme prestaties geleverd door het proletariaat uit de misère te halen, de lonen op een redelijk niveau te brengen, de veiligheid op het werk te verbeteren, de arbeidstijden te humaniseren en een einde te maken aan het door de omstandigheden gedwongen werken van vrouwen en kinderen. Vooral heeft de vakbeweging bijgedragen aan de scholing van de werknemers en het bevorderen van hogere vormen van onderwijs aan de eenvoudig geschoolden. In al deze gevallen gaat het om het behartigen van algemeen gevoelde belangen van de werknemers. Zij wilden allen een menswaardig bestaan, een fatsoenlijke beloning, redelijke sociale zekerheid en arbeidsvreugde. De vakbeweging heeft als samenballing van de werknemers een voortrekkersrol gespeeld. Sinds de jeugd van onze grootouders is heel veel bereikt.

Des te opmerkelijker is het de vakbeweging nu in een remmende rol te zien. Er is verzet tegen de dynamiek en vernieuwing in de samenleving. De vakbeweging spreekt van pulpbanen als door de ruimere openstelling van winkels, postkantoren, musea en andere instellingen meer mensen aan de slag kunnen. Er is verzet tegen flexibilisering van werktijden. Minister Wijers (economische zaken) moet het ontgelden als hij door de overheid in het leven geroepen monopolieposities wil afbreken en kartelafspraken wil aanpakken. Hij krijgt het verwijt zich op het terrein van Sociale Zaken te begeven als hij bepleit de arbeidsmarkt te dereguleren en zodoende toegankelijker te maken. Alsof de economie halt houdt bij de winsten van de bedrijven en de provisie van de makelaars. De vakbeweging krijgt steun van het midden- en kleinbedrijf als verzet moet worden georganiseerd tegen het plan van Economische Zaken het starten van ondernemingen makkelijker te maken.

Men zou verwachten dat het doorbreken van verkokering bij de overheid, het bevorderen van allerlei vormen van werkgelegenheid, het versoepelen van de toetreding tot de markten en het versterken van de positie van de individuele burgers, met instemming zou worden begroet door de vertegenwoordigers van de werknemers en het midden- en kleinbedrijf. Niets is echter minder waar. De gevestigde belangenorganisaties lijken met de rug te staan naar het wenkende perspectief van de humanere samenleving van de volgende eeuw. Hoe kan deze paradox worden verklaard?

Met het stijgen van de welvaart, het verbeteren van de kwaliteit van het bestaan, de hogere scholingsgraad van de bevolking en de democratisering van de informatie-technologie worden de behoeften van de mensen verfijnder en pluriformer. Ook en in het bijzonder de behoefte aan arbeid. Er komt een vraag naar pakketjes arbeid, allerlei varianten van werk die wisselen met leeftijd, geslacht, scholingsgraad, fysieke en psychische gesteldheid.

De een wil vijf dagen per week werken van negen tot vijf, de ander slechts drie dagen van tien tot drie en weer een ander alleen de avonden van negen tot twaalf. Het geeft geen pas in het ene geval van nette banen en in het andere van pulpbanen te spreken. Steeds gaat het om werk, waarbij uitdrukking wordt gegeven aan individuele omstandigheden en wensen. Meer dan vroeger maakt de techniek het mogelijk aan deze individuele wensen vorm te geven door thuis werken, duo-banen en flexibele arbeidstijden.

Daar komt nog een eenvoudig inzicht bij. Uiteindelijk is alle produktie op de consumptie gericht. Wij produceren en werken om te kunnen consumeren en van vrije tijd te kunnen genieten. Daarin past dat de openingstijden van winkels en musea en de arbeidstijden van banketbakkers, verpleegsters, docenten en boeren zich voegen naar de wensen van de consumenten. Maar ook deze wensen worden subtieler en pluriformer. Ze laten zich steeds minder op één hoop gooien, laat staan samenbundelen tot een eis, die buiten de markt om kracht kan worden bijgezet door een organisatie.

Deze ontwikkeling is in fundamentele zin bedreigend voor de vakbeweging die juist haar betekenis en kracht ontleent aan de optelsom van talloze, uniforme wensen van werknemers. Naarmate het economisch en maatschappelijk leven bevrijd is van onnodig knellende banden, komen de individuele wensen van werknemers en consumenten in al hun verscheidenheid naar voren. Er ontstaan rechtstreekse onderhandelingen tussen individuele werknemers en individuele werkgevers over optimale werktijden en optimale arbeidsomstandigheden. Als consumenten drukken de burgers steeds meer een stempel op de produktie, waarvan zij het inspelen op individuele voorkeuren vergen.

Tegen deze achtergrond wordt het verzet van vakbeweging en midden- en kleinbedrijf tegen deregulering en dynamiek begrijpelijk. Deze organisaties dreigen terrein te verliezen en moeten zich terugtrekken op enkele centrale thema's van collectieve aard, die gemeenschappelijke belangen weerspiegelen. Hoe sneller de deregulering gestalte krijgt, hoe duidelijker de kerntaken van de vakbeweging naar voren komen en hoe bescheidener haar positie wordt.

Bescheiden, maar nog steeds van grote betekenis, juist waar het de werkgelegenheid betreft. Daarom is het zo beschamend te zien dat zij het belang van veelvormige werkgelegenheid opofferen aan hun eigen kortzichtige belang. Gelukkig hebben zij in Wijers een dynamische tegenspeler, die bij voorbaat een gewonnen race loopt. Zelfs Kok kan hem niet tegenhouden.