Delors: gaullistische Europeaan vertrekt

De Fransman Jacques Delors treedt deze maand na tien jaar terug als voorzitter van de Europese Commissie. Delors riep al die jaren tegengestelde emoties op.

BRUSSEL, 14 JAN. Een hoge diplomaat in Brussel vergelijkt hem met De Gaulle. “Die luisterde ook naar iedereen, knikte altijd vriendelijk en legde dan pats boem zijn kaarten op tafel en deed precies wat hij zelf wilde.” De Britse oud-premier Thatcher - in de jaren tachtig de felste politieke tegenstander van Delors - noemt hem “een overtuigd dirigist”. In haar van vitriool doordrenkte memoires schildert ze hem af als de aanvoerder van “een nieuwe lichting van onberekenbare politici”.

Jacques Delors (69) is bejubeld als eigenzinnige 'visionair', als de man die de Europese Gemeenschap in het midden van de jaren tachtig in zijn eentje wist te bevrijden uit de verlamming van de 'Eurosclerose'. Maar in het rampjaar 1992 kreeg hij alle schuld op zijn nek toen de Denen het Verdrag van Maastricht verwierpen.

Delors is geprezen als grondlegger van de Europese interne markt - 'Europa 1992' - en als mede-architect van de Economische en Monetaire Unie (EMU), die nog voor het eind van deze eeuw moet leiden tot een Europese munt. Maar na het Deense 'nee' leek plotseling alsof de Brusselse fonctionnaire nooit kleren aan had gehad. Plotseling herinnerde iedereen zich zijn momenten van hoogmoed, bijvoorbeeld toen hij in 1988 in het Europese Parlement in Straatsburg voorspelde dat binnen tien jaar 80 procent van alle economische wetgeving in de lidstaten, en misschien zelfs van alle fiscale en sociale wetgeving, uit Brussel zou komen. En plotseling walgde iedereen van het idee dat de Commissie ooit het karakter zou krijgen van een echte Europese regering, zoals hij bepleitte.

De identificatie van Delors met zowel het 'wel' als het 'wee' in Europa, illustreert de cruciale rol die de nu vertrekkende Fransman de afgelopen tien jaar heeft gespeeld. Soms bevlogen, idealiserend en enthousiasmerend in zijn retoriek. Soms ook moedeloos en vertwijfeld of opvliegend en dreigend. Maar altijd hard werkend, het uiterste vergend van zijn medewerkers en altijd het kompas gericht op verdere versterking van de Europese eenheid.

Pag.6: Europa moet worden verpakt in eenvoudige slogans

De EU-ambassadeurs in Brussel, aan wie hij graag nieuwe plannen ontvouwde om de reacties te peilen, leerde hij twee voorwaarden voor vooruitgang van het integratieproces. Eén: de boodschap moet helder zijn, het liefst verpakt in een eenvoudige slogan, zoals 'Europa 1992'. Twee: het institutionele bouwwerk (voor gemeenschappelijke besluitvorming) moet tegen elke prijs in stand worden gehouden. “Dat is uniek in deze Unie en zal ervoor zorgen dat we steeds stapjes vooruit doen”, aldus Delors.

De journalist Charles Grant van het Britse weekblad The Economist beschrijft in zijn biografie van Delors, Inside the House that Jacques built, hoe hij werd gevormd door zijn jeugdervaringen op het arme platteland van Corrèze bij het Franse Centraal Massief waar zijn grootouders woonden, door het sterke geloof van zijn katholieke moeder en door zijn eenvoudige opvoeding in het elfde arrondissement in Parijs. Door de Duitse bezetting moest hij zijn studie rechten in Clermont-Ferrand al na drie maanden afbreken. Na de bevrijding zag hij na aandringen van zijn vader af van een verdere dagopleiding en ging hij werken bij de Banque de France.

Alsof hij zijn gebrek aan universitaire opleiding wilde compenseren, heeft Delors zich de rest van zijn leven omringd met - door hem zelf opgerichte - intellectuele 'denktanks'. Die boden hem gelegenheid tot reflectie en tot het opdoen van nieuwe ideeën. Want Delors gelooft meer in de kracht van ideeën en bewegingen om de maatschappij geleidelijk te verbeteren, dan in onmiddellijke radicale hervormingen. In de jaren vijftig omarmde hij het 'personalisme', de door de filosoof Emmanuel Mounier uitgedragen links-katholieke levensbeschouwing die sterk de nadruk legt op de 'gemeenschapszin' van de mens.

De invloed van het personalisme is blijvend geweest. Als praktizerend katholiek is Delors altijd buiten het hart van de socialistische PS gebleven. Hij heeft zich nooit gemanifesteerd als de politieke straatvechter die zich in de partijrangen een weg omhoog baant. Ook als minister van financiën tussen 1981 en 1984 bleef hij een buitenstaander, al was het alleen maar wegens het verzet tegen het Keynesiaanse experiment dat de socialistische regering in Frankrijk, dwars tegen de heersende stroom in Europa in, in het begin van de jaren tachtig uitvoerde.

Juist omdat Delors daarmee, volgens Margaret Thatcher, had bewezen “uitzonderlijk intelligent en energiek” te zijn, was de toenmalige Britse premier ingenomen met zijn komst naar Brussel. Maar haar welwillendheid sloeg al spoedig om in afgrijzen. “De Europese Commissie, die immer een vurig verlangen naar gecentraliseerde macht had gekend, werd nu geleid door een harde, getalenteerde federalist, wiens wereldbeschouwing federalisme rechtvaardigde”, schrijft ze in haar memoires.

Voor de vroegere Belgische premier, Wilfried Martens, net als Delors een overtuigd katholiek en federalist, was die ommezwaai van Thatcher geen verrassing: “Het personalisme betekende voor haar natuurlijk niets. Zij kent alleen maar de vrije markt. In het begin zei ze ook tegen mij: ik versta niet waarom gij zo communautair zijt. Het is toch duidelijk waar Europa behoefte aan heeft: aan een grote economische markt en aan goede regeringen zoals de uwe en de mijne. Het oordeel over mijn regering heeft ze later bijgesteld.”

Delors' gevechten met Thatcher en later John Major waren spectaculair. Maar van niet mindere betekenis is de goede verstandhouding die ontstond tussen Delors en de Duitse bondskanselier, Helmut Kohl. Delors ontmoette de bondkanselier de afgelopen jaren vaker tête à tête dan zijn 'eigen' president, Mitterrand. De vader van Delors raakte in 1916 levensgevaarlijk gewond bij Verdun, en hield daar een enorme haat tegen de Duitsers aan over. Delors was een van de eerste politici in Europa die zich na de val van de Muur in 1989 openlijk uitspraken voor de Duitse eenwording. Tot woede bijvoorbeeld van Mitterrand, maar tot blijvende dankbaarheid van Kohl, die daar afgelopen maand op 'zijn' Europese Top in Essen nog speciaal aan herinnerde. “Meer dan iemand anders heeft hij met zijn inzet, wilskracht en onvermoeibare dynamiek de zaak van Europa verder gebracht”, zei Kohl over de scheidende Commissie-voorzitter.

Delors zegt dat hij had geleerd “om de Duitsers aardig te vinden”. Maar hij zag in 1989 ook in dat hij met de Duitse eenwording een extra argument in handen kreeg om te pleiten voor 'verdieping' van de Europese samenwerking. Een sterk Duitsland kan immers alleen maar veilig worden verankerd in een sterk Europa. Op dat punt schaarde Delors zich volledig achter Kohl. Door het uiteenspatten van het Oostblok en de Sovjet-Unie werd de noodzaak tot de vorming van een hechte economische én politieke unie alleen maar groter.

Maar al in de aanloop tot wat zou uitmonden in het Verdrag van Maastricht, zag Delors zijn federale ambities stranden. Zijn voorstellen voor onder andere versterking van de rol van de Commissie, speelden nauwelijks een rol in de voorbereidende discussies, net zoals de Nederlandse blauwdruk voor een federale opzet van de Europese Unie op 'zwarte maandag', 30 september 1991, kansloos in de prullenbak verdween. Uiteindelijk draaide Maastricht uit op een Frans-Duits compromis, met een door Lubbers gecreëerde sociale vluchtweg voor Groot-Brittannië. “De les die van de founding fathers van de EU kan worden geleerd, is dat de Frans-Duitse vriendschapsband van veel groter belang is dan zoiets als federalisme”, was de hooghartige boodschap die daags voor de top van Maastricht in december 1991 vanuit het Parijse Elysée werd geventileerd in het Franse dagblad Le Monde.

Delors heeft zijn teleurstelling over 'Maastricht' nooit verborgen. “Ik wilde de Europese Unie als een boom met verscheidene takken, een gemeenschappelijke stam waaraan de politieke samenwerking, de monetaire unie, justitie en binnenlandse zaken als afzonderlijke loten met verschillende snelheden zouden groeien. In plaats daarvan werd een tempel met drie pijlers opgericht, die vooral onafhankelijk van elkaar bestaan. Het is geen wonder dat deze constructie nauwelijks overeind blijft”, zei hij.

1992 werd voor Delors verreweg het moeilijkste jaar in Brussel. In een poging om na 'Maastricht' alsnog te redden wat er te redden viel, kondigde hij voor de Europese top in Lissabon “een politieke, institutionele en intellectuele schok” aan teneinde de discussie over 'verdieping of verbreding' op gang te brengen. Maar na de schokgolf van het Deense 'nee', zag hij daar haastig van af en moest hij zich in de verwarring neerleggen bij een 'vlucht naar voren': de toelating van nieuwe EU-leden. Zonder dat overeenstemming bestond over de toekomst van de Europese instituties, begonnen de Europese regeringsleiders aan de onderhandelingen met Oostenrijk, Zweden, Finland en Noorwegen. 1992 was ook het jaar waarin de burgeroorlog in Bosnië steeds nadrukkelijker aan het geweten van Europa ging knagen, het jaar waarin de werkloosheid schrijnend begon op te lopen en het jaar waarin Delors persoonlijk onder vuur kwam te staan wegens zijn ingrijpen in de GATT-onderhandelingen met de VS over de landbouw. Toen op 1 januari 1993 het geesteskind van Delors - de interne markt - formeel het licht zag, knalden geen champagnekurken en werd geen vuurwerk afgestoken. Europa leek helemaal terug in de malaise en had Delors daarin meegetrokken.

Maar de Fransman bleek een onverzettelijk politicus. Zijn herwonnen veerkracht toonde hij in de zomer van vorig jaar door ondanks een heftige aanval van ischias naar Brussel te reizen toen daar nachtelijke onderhandelingen over de verdeling van de miljardensubsidies uit de structuurfondsen aan de gang waren. Terwijl hij zijn pijn verbeet, riep hij de delegaties uit de lidstaten één voor één bij zich. En hij bediende zich daarbij, van zijn bekende onderhandelingstrucs. “Ai, u gelooft le Président de la Commission niet op zijn woord”, sneerde hij naar een ambassadeur die aandrong op een schriftelijke bevestiging van hetgeen was afgesproken. De volgende ochtend lag er een akkoord, en “iedereen wist dat iedereen meer had gekregen dan er in totaal eigenlijk beschikbaar was”, herinnert een betrokkene zich.

Eind vorig jaar lanceerde Delors op de top in Brussel onder groot applaus zijn Witboek over groei, concurrentiekracht en werkgelegenheid. Daarin zijn zijn oude idealen terug te vinden van een sterk Europa dat de concurrentie met Japan aankan, dat wordt gerespecteerd door de Verenigde Staten en dat voldoende onderlinge solidariteit kan opbrengen om een menselijke samenleving te blijven. Op zijn laaste top werd dat Witboek afgelopen maand in Essen opnieuw bevestigd als leidraad voor het economische beleid in de lidstaten. Daarmee nam Delors met opgeheven hoofd afscheid van Europa. “Geen bloemen, geen kransen”, kondigde hij zelf vorige maand al aan.