Lachen is gezond

Toen er in Amerika tussen 1970 en 1980 een afname van humoristische programma's in de media werd geconstateerd bleek dit samen te gaan met een toename van medische en sociale problemen.

Als er niets te lachen valt gaat het kennelijk niet goed met ons. Maar wat is precies de relatie tussen lachen en gezondheid? Volgens een oude wijsheid doet lachen de lever schudden en dat is goed voor de constitutie. Lachen zou dus een directe invloed hebben op onze gezondheidstoestand. In situaties die wij als bedreigend ervaren reageren we normaal gesproken met angst en boosheid. De daarmee gepaard gaande fysiologische reacties - een verhoogd nivo van (nor)epinefrine - prepareren het lichaam voor een vlucht- of aanvalsreactie. Deze reacties zijn nuttig als we plotseling geconfronteerd worden met een grizzly beer of een aanstormende Chevrolet Blazer, maar waardeloos als het erom gaat jengelende kinderen het hoofd te bieden, luie collega's, een te krappe behuizing of een aanval van griep. Vluchten kan niet en slaan mag meestal niet. Maar een aanhoudende stroom (nor)epinefrine tast het immuunsysteem aan. Als we daarentegen met humor reageren vermijden we deze onproduktieve emoties en de fysiologische schade die ze aanrichten. Zo krijgen we bovendien het gevoel dat we de situatie meester zijn. Dit is natuurlijk zinloos als we belaagd worden door agressief wild, maar als middel om om te gaan met situaties die spanning opwekken blijkt het inderdaad een positief effect op de gezondheid te hebben. Mensen die als 'luchthart en treurniet' door het leven gaan hebben vaak over hun gezondheid weinig te klagen. Dat soort mensen ziet zichzelf wel zitten, heeft de neiging ook van nare ervaringen de positieve kant in te zien en weet meer te genieten van prettige ervaringen. Ook ouden van dagen voelen zich er goed bij en het blijkt in allerlei situaties - op het werk, in de klas, bij een treinkaping - goed voor het moreel.

Op deze wijze fungeert reageren met humor als een buffer tegen de negatieve effecten van andere zaken en is het effect op de gezondheid indirect. Er zijn echter ook aanwijzingen dat humor een rechtstreeks effect heeft op de gezondheid. Een uurtje kijken naar W.C. Fields heeft, voor wie daar tenminste om lachen moet, een toename van de hoeveelheid S-IgA tot gevolg. En deze stof vormt de eerste verdedigingsring tegen infecties. Bovendien blijkt lachen stoffen die het immuun-systeem aantasten, zoals bovengenoemde epinefrine, maar ook cortisol te onderdrukken en aan te zetten tot de produktie van bèta-endorfinen, die zo'n prettige pijnstillende werking hebben. Maar lachen is een kunst en je moet wel gevoel voor humor hebben. Veel te egocentrische mensen blijken daar niet over te beschikken. En het schijnt bovendien een kunst te zijn die wij verleren in de loop van het leven, want waar kinderen van een jaar of vijf nog zo'n 400 keer per dag lachen doen volwassenen dat nog maar 15 keer per dag. Ook lichaamsbeweging wordt gezien als een adequaat middel om spanning te lijf te gaan. Als het lichaam toch klaargemaakt wordt voor de grote sprong kun je die maar beter uitvoeren. Uit onderzoek is gebleken dat 20 seconden hartelijk lachen hetzelfde effect heeft als drie minuten hard roeien. Als we lachen gaat de polsslag omhoog, net als de bloeddruk en de zuurstofopname. En als het lachen stopt treedt een weldadige ontspanning op. Lachen is gymnastiek voor de spieren van het gezicht, de schouders, de maag en de buik (schuddebuiken van het lachen). Hoe uitbundiger we lachen, hoe meer spieren er bij betrokken zijn. We slaan ons op de dijen, stampen met de voeten en doen het in de broek. Tel uit je winst.

Waar mensen met elkaar lachen hangt bovendien een ontspannen sfeer, het brengt mensen tot elkaar en verhoogt de intimiteit. Waar ruzie of onenigheid is wordt nooit gelachen. Het wordt daarom aangeraden als strategie om spanningen op het werk te verminderen, omdat het bijdraagt tot de groepscohesie en indirect leidt tot betere prestaties.

Lachen is dus gezond. Waarschijnlijk eerder door de lichaamsbeweging waarin het geuit wordt dan door de invloed op het immuunsysteem, want dat is een omstreden zaak. Als het al geen kwalen voorkomt, het draagt in ieder geval bij aan de kwaliteit van het dagelijks leven.